De beweging aan de macht

De bekende helgele kratten van bierbrouwer Heineken gaan verdwijnen. Ze worden ingeruild voor groene kratten die, in tegenstelling tot de gele, geen giftig cadmium bevatten. Volgens het bericht in de krant was nog niet bekend wat met de duizenden oude kratten zou gebeuren. Samen met de milieubeweging werd nog naar een oplossing gezocht.

Samen met de milieubeweging. Het is een formulering die steeds vaker wordt gebezigd. Alleen het woord beweging al. Het suggereert eenvormigheid die er helemaal niet is. Maar los van dat, de milieubeweging is salonfähig geworden. Natuurlijk, er wordt nog wel gedemonstreerd voor de poort van een bedrijf. En ook de beklimming van een kwestieuze schoorsteen behoort nog altijd tot het standaard-actierepertoire van de milieu-activist. Maar steeds gewoner wordt het dat vertegenwoordigers van de milieubeweging binnen aanschuiven bij de directie. Samen met de milieubeweging breekt Shell het omstreden boorplatform Brent Spar af, samen met de milieubeweging zoekt de chloorchemie naar alternatieven voor het gebruik van chloor, samen met de milieubeweging praat de luchtvaartsector over de toekomst van Schiphol.

De milieubeweging moet zelfs intern fuseren om aan alle vraag te kunnen voldoen. Als het aan de respectievelijke besturen ligt gaan de Vereniging Milieudefensie en de Stichting Natuur en Milieu volgend jaar op in één organisatie. Want zo schrijven zij aan hun leden ,,overheden en bedrijven zien de organisaties niet alleen meer als lastige luizen in hun pels, maar steeds vaker ook als serieuze gesprekspartners.''

Na het succes van het gewone poldermodel gaat Nederland dus nu de kant op van het groene poldermodel. Groen is zelfs al toegelaten tot de Sociaal Economische Raad, de tempel van het Nederlandse consensusdenken. Eerder dit jaar werden vertegenwoordigers van drie milieuorganisaties toegelaten tot twee commissies van de SER: die van ruimtelijke inrichting en bereikbaarheid en de commissie die zich bezighoudt met duurzame ontwikkeling. Het vertoeven in de overlegeconomie went snel. Tijdens zijn rede voor de jaarvergadering van de Vereniging Milieudefensie waarschuwde voorzitter Zijdeveld dat men de milieubeweging wel serieus diende te nemen. ,,Van een echt groen poldermodel is pas sprake als bedrijfsleven, milieuorganisaties en overheid het in overleg over hete hangijzers eens kunnen worden. En als vervolgens regering en parlement de hoofdpunten van overeenstemming overnemen en tot beleid verheffen'', zei hij.

Wat een pretenties! Als de milieubeweging akkoord is dienen regering en parlement zich maar te schikken. In het gezelschap van de SER is dat overigens helemaal geen vreemde gedachte. Voor de organisaties van werkgevers en werknemers was het jarenlang de de gewoonste zaak van de wereld dat als zij het met elkaar eens waren, de politiek een stap opzij diende te zetten. Zolang het gaat om pure `bedrijfsaangelegenheden' valt daar veel voor te zeggen. Maar als de sociale partners zich het totale macro-economische beleid toeëigenen, is duidelijke sprake van overeten. Juist de afgelopen jaren hebben de politiek en de sociale partners getracht meer duidelijkheid te scheppen in de verdeling van de eigen verantwoordelijkheden. Dat heeft aan beide kanten tot meer bescheidenheid geleid. Maar nu gaat `groen' als nieuwe partij in het overlegcircuit allemaal rechten opeisen.

Het is het klassieke misverstand waarbij een belangenorganisatie meent dat na overleg hetzelfde betekent als in overleg. Toch ligt hier, zeker in een parlementaire democratie het principiële verschil. In de huidige tijd waarin beleid alleen nog maar `gecommuniceerd' wordt om `draagvlak' te verwerven, is het een lofwaardig streven om vooraf zoveel mogelijk partijen bij het besluitvormingsproces te betrekken. Maar de eindbeslissing kan alleen maar bij de gekozen volksvertegenwoordiging liggen, die uiteindelijk `zonder last' zal stemmen.

Daarom zal het groene poldermodel ook nooit dezelfde status kunnen verwerven als het gewone poldermodel. In het laatste model is sprake van een uitruil van belangen. Dit is ook de basis van het befaamde `Akkoord van Wassenaar' dat werkgevers en werknemers in 1982 met elkaar sloten. De werkgevers kregen loonmatiging, de vakbeweging kreeg arbeidstijdverkorting en beide sociale partners kregen vervolgens op hun beurt van de overheid de toezegging dat deze zich niet zou inlaten met cao-onderhandelingen.

De milieubeweging kan, als zij zichzelf tenminste serieus neemt, lang niet altijd meedoen aan zo'n uitruilpolitiek, om de simpele reden dat het onderwerp milieu zich niet daavoor niet leent. Het door de paarse politiek zo geliefkoosde begrip win-win gaat voor het milieu nu net niet op. Dat is gebleken bij de discussie over de toekomst van Schiphol. De diverse belangenorganisaties waaronder de milieubeweging die verenigd zijn in het Tijdelijk Overleg Platform Schiphol lukte het deze zomer niet een gezamenlijk advies uit brengen over de milieunormen waaraan de luchthaven zou moeten voldoen. Teleurstelling bij de politiek. Nu moeten de pijnlijke keuzes toch zelf worden gemaakt. Milieuorganisaties kunnen onmogelijk gecommiteerd worden aan de groei van een mega-vervuiler als Schiphol. De overheid kan de organisaties hooguit betrekken bij het overleg om te kijken hoe de milieubelasting zoveel mogelijk wordt beperkt. Het is inderdaad wat anders dan een groen poldermodel waarbij een toevallig samengestelde club van belangenvertegenwoordigers het milieubeleid van Nederland vaststelt. Hoeveel moeite de Tweede Kamer daar soms zelf mee heeft, de integrale afweging van belangen kan alleen op het Binnenhof worden gemaakt.