Weer terug

BOSLUCHT OPGEDAAN tijdens bezinningsbijeenkomsten maar ook economische meevallers maken politici creatief. Nooit was de dadendrang bij de Tweede Kamer zo groot als nu. Prinsjesdag is pas over drie weken, de Miljoenennota moet zelfs nog worden gedrukt, maar de wensenlijstjes uit het parlement zijn al gedeponeerd. De dans om de virtuele miljarden – het gaat immers om de begroting 2000 en de jaren daarna – is volop begonnen.

PvdA-fractievoorzitter Melkert was het afgelopen weekeinde de eerste die zijn vinger opstak. De meevallers die het kabinet volgens het Centraal Planbureau te wachten staan, moeten volgens hem vooral worden gebruikt voor een structurele verhoging van de uitgaven aan onderwijs en zorg. Zodra de rijksbegroting in evenwicht is, zouden hierover nadere afspraken moeten worden gemaakt. Gisteren was het de beurt aan D66-fractievoorzitter De Graaf. Ook hij wil meer geld uittrekken voor de door Melkert genoemde sectoren. Daarnaast zouden volgens D66 het milieu en de kinderopvang extra bedeeld moeten worden. De derde coalitiepartner, de VVD, was rolvast door de traditioneel afwachtende houding in te nemen ten aanzien van alle plannen.

Wegens haar vrijblijvendheid is de discussie over de besteding van de meevallers vooralsnog een politiek veilige. Zowel Melkert als De Graaf preluderen op een situatie die zal ontstaan nadat het financieringstekort volledig is weggewerkt. Dat moment is nog niet aangebroken. De gang van zaken vorig jaar, heeft laten zien hoe snel economische inzichten kunnen veranderen. Toen zorgde de Azië-crisis ervoor dat de opgewektheid in Den Haag binnen drie weken omsloeg in een mineurstemming.

TOCH KAN HET geen kwaad als politici iets verder in de toekomst kijken dan alleen het volgende begrotingsjaar. De grote belemmering daarbij is het regeerakkoord waarin de hoofdlijnen van het te voeren beleid voor een periode van vier jaar zijn vastgelegd. De onaantastbaarheid van dat akkoord blijkt telkens weer als maar iemand van de coalitiepartners durft te suggereren dat akkoord aan te passen. VVD-fractieleider Bolkestein werd buiten de orde verklaard toen hij het eerste paarse kabinet in 1996 halverwege de rit opriep zich te bezinnen op het regeerakkoord.

Wat dat betreft pakt D66-fractievoorzitter De Graaf het voorzichtiger aan. In een artikel van zijn hand dat gisteren in deze krant stond, oppert hij de gedachte om het regeerakkoord midden volgend jaar te herijken als dan zou blijken dat de economie zich blijvend gunstig heeft ontwikkeld. Interessant is dat De Graaf zijn suggestie koppelt aan de roep om een fundamenteel debat over de zogeheten `Nieuwe Economie'. Deze vooral in de Verenigde Staten in zwang zijnde leer fungeert bij hem zodoende als alibi om het regeerakkoord ter discussie te stellen.

DENKEN OVER DE economische structuur is altijd nuttig. Iets anders is of het aan de minister van Economische Zaken is een debat te entameren over de Nieuwe Economie, zoals De Graaf vraagt. Discussieplatforms horen ergens anders thuis. Ministers moeten naar bevind van zaken handelen. Dat zij zich daarbij laten leiden door een voortschrijdend inzicht over bijvoorbeeld de verandering van de economische structuur spreekt voor zichzelf. Hier wreekt zich echter weer het regeerakkoord dat de partijen ketent. De regeringsfracties hebben dat geheel aan zichzelf te wijten. Wie veel wil vastleggen, zit letterlijk vast.