TESTRIT DONKERVOORT D8

Ik rij langs stampvolle jachthavens, villa's in allerlei maten en kleuren die afgegrendeld zijn met smeedijzeren hekken en voorzien van borden met `Hier waak ik!' Bezit maakt ook hier nog altijd weerloos. Ik ben op zoek naar Nederlands enige onafhankelijke automobielfabrikant. Na Oud Loosdrecht volgt – juist – Nieuw Loosdrecht en even buiten het dorpje ontwaar ik een decent bordje: Joop Donkervoort, automobielfabrikant.

Wie wil er nou niet zoiets op zijn deur geschroefd hebben? Toch heel wat anders dan het obligate adviesbureau of registeraccountant RA.

Aan de achterzijde van de villa eten mannen in overalls tussen veelkleurige Donkervoorts hun middagboterham, de forse bomen geven er hun schaduwzegen aan. Welke schilder waagt er doek en verf aan om dit prachttafereel à la Hopper te schilderen?

In de hallen staan auto's in diverse stadia van afbouw. Het ruikt er naar primer en olie, er hangen foto's aan de muren met racende Donkervoorts. Deze sfeer ken ik van vroeger, de vliegtuighangaar. De mengeling van techniek en jongensdromen, van knutselen, proberen, mislukken en opnieuw beginnen. De intense voldoening en ook steeds weer die verbazing om eigen kunnen als het ook nog blijkt te vliegen of te rijden.

Joop Donkervoort kocht begin jaren zeventig een bouwpakket van de Lotus Seven, het geniale kitcar-ontwerp van Colin Chapman uit 1957. Het was een licht wagentje, voorzien van een buizenframe en aluminium beplating. Voor motor, versnellingsbak en ophanging moesten de aspirant-bouwers zelf zorgen. Wat weer van die prachtfoto's opleverde in de Katholieke Illustratie. Van voorgevels die weggebroken moesten worden als het voorwerp van noeste huisvlijt dan eindelijk richting straat werd getakeld. Rillend van genot staarde ik dan naar die zelfveroorzaakte ellende. Chapman verkocht de rechten in 1969 aan verschillende bieders zonder ze er dat bij te vertellen, zodat het tot op de dag van vandaag niet helemaal duidelijk is wie nu wat gekocht heeft.

Enfin, Joop Donkervoort bekeek het bestelde en dacht: `Dat kan ik beter'. Bouwde met behulp van de TH Eindhoven zijn Donkervoort Super Seven en verkocht hem 20 jaar geleden aan een Belg.

De auto rijdt nog steeds, werd opgevolgd door nog 600 andere exemplaren, eerst vervaardigd in een boerderij in Tienhoven, nu in een villa in Nieuw Loosdrecht en vanaf volgend jaar in een nieuw fabriekspand in Lelystad. Audi AG is sinds 1995 een welwillende leverancier van motoren en helpt mee aan de ontwikkeling van de Donkervoort D20 met een zes-cilindermotor van hun huismerk.

Ik mag het prototype heel even zien. Dat wordt knallen: opzij Mercedes, BMW en Porsche. Het is niet mijn idee van autorijden, maar zoiets verkoopt nu eenmaal. De ontwikkeling van de D20 kost miljoenen en Audi AG helpt daar ruimhartig bij. Eindelijk rijden we vooraan, zullen ze daar in Ingolstadt gedacht hebben, want kippendrift is een van de kurken waarop autofabrikanten drijven.

Het begint te regenen en buiten wordt er een linnen kapje op de donkerblauwe Donkervoort bevestigd waarin ik zo meteen geacht wordt plaats te nemen en weg te rijden. Het is een hagedis met breed uitstaande poten en een buik die in het grind lijkt te liggen. Na een halve spagaat zit ik klem in het kleine kuipstoeltje. Er is een kevlar dashboard met een rij meters, een stuurtje en ik kan, zonder het los te laten, met gestrekte vingers het dashboard aaien. Alles is hier klein en doelmatig en ik wens me balletschoenen om de dicht naast elkaar hangende pedalen te bedienen. Absurd korte schakelgangen zijn dit, duw de schakelpook – verpakt in een leren zakje met schattig strikje – in en rij bijna een deur van mijn geparkeerde auto aan flarden. Opnieuw en nu goed en ik bevind me al op een wel erg smalle weg langs het water. In een zich razend voortbewegend tweepersoonstentje op wielen. Gluur door het voorruitje over de neus, die voorzien is van tientallen koelsleufen, luister naar de ratelende uitlaat, zie bogen water omhoogzwiepen vanonder de brede voorbanden – en voel me doodongelukkig.

Dit is te veel. Ik stuur de hagedis naar een parkeerplaats, wurm me naar buiten en verwijder de kap. Eindelijk lucht en water, veel water. Na een poosje geniet ik alsnog van het directe sturen, de verchroomde wielophanging die zichtbaar zijn werk doet, het simpele maar prachtige dashboard. Het wonderlijke, hemelwaarts gerichte uitzicht dat ik op medeweggebruikers heb. Een Susuki Alto lijkt van hier uit een reus. Dit is autorijden zoals het hoort, zonder stuurbekrachtiging, ABS, airbags.

Het is de gewoonte dat regeringsleiders zich verplaatsen in een auto die in hun land gefabriceerd wordt. Blair in een Jaguar, Schröder in het merk van zijn vorige werkgever en Chirac in een Renault. Wat let onze regering om hun voorbeeld te volgen en plaats te nemen in onze Donkervoort. Premier Kok wordt zo nog eens herinnerd aan de harde knuisten van de ooit door hem aanbeden arbeidersklasse en minister Jorritsma kan na een tweede Bijlmerenquête weer een high five laten zien door met gespreide vingers op de buitenliggende uitlaat te slaan.