Pensioenfondsen kijken graag naar elkaar

Adviseurs mogen geen tegengestelde belangen hebben, maar in de pensioenwereld is men daar niet zo bang voor. Pensioenfondsen laten zich graag raden door directeuren van andere fondsen en vermogensbeheerders. Waar leidt dat toe?

Zou de directeur ijsjes van Unilever zijn concurrent bij Nestlé kunnen adviseren? Of zou het hoofd van de kredietafdeling van ABN Amro een paar keer per jaar als officiële adviseur zijn zegje kunnen doen over de kredieten van ING?

Bij Nederlandse pensioenfondsen, samen goed voor een belegd vermogen van meer dan 800 miljard gulden, zijn zulke tegenstrijdige adviesfuncties geen probleem. Pensioenfondsen zijn geen concurrenten van elkaar om klanten te werven en zij maken dankbaar gebruik van elkaars expertise.

Net als de top van het bedrijfsleven vormen de beleggers van de pensioenfondsen een klein wereldje. Het rendement dat de beleggers maken is cruciaal voor de financiële positie van het fonds en voor de vermindering van kosten (pensioenpremies) van de werkgever. De beleggingsinkomsten van pensioenfondsen waren vorig jaar meer dan het vijfvoudige van de ongeveer 18 miljard gulden die overheid, bedrijfsleven en werknemers jaarlijks aan pensioenpremie betalen.

In het bedrijfsleven worden commissarissen van grote ondernemingen uit een beperkt kringetje gerecruteerd: mensen die al een paar commissariaten hebben, worden steeds weer gevraagd. Ons kent ons. Prominente topmanagers die met pensioen gaan, worden soms al ver voor hun pensionering bestookt met aanbiedingen. Bij de beleggingen van de pensioenfondsen ijn de voornaamste officiële adviseurs te vinden in een groepje van zo'n vijftien mensen uit de financiële wereld, inclusief de pensioenfondsen zelf.

Topbelegger J. van Duijn van vermogensbeheerder Robeco is een van de meest gevraagde adviseurs. Hij zit in de beleggingscommissies van de pensioenfondsen van Hoogovens, van KPN en TPG, Akzo Nobel en Arcadis (ingenieursbureau). De voorzitter van het beleidscomité van Robeco, P. Korteweg, zit in de adviescommissie van het Unilever Pensioenfonds. Directeur C. Brandsma van het dochterbedrijf van Robeco dat het geld van professionele beleggers beheert, heeft twee nevenfuncties: Spoorwegpensioenfonds en Pensioenfonds voor Woningbouwcorporaties. Brandsma werkte overigens eerder voor pensioengigant PGGM en het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid.

Een andere prominente adviseur is oud-bestuursvoorzitter (en huidig commissaris) R. Hazelhoff van ABN Amro, die PGGM (pensioenfonds voor de sectoren zorg en welzijn) en de pensioenfondsen van Gasunie en Nedlloyd adviseert.

Nog geliefder zijn de pensioenbeleggers zelf. Directeur beleggingen R. Clement van het Unilever Pensioenfonds is lid van de beleggingscommissies van het Philips Pensioenfonds en van het pensioenfonds van bouwbedrijf HBG.

Voormalig directeur beleggingen G. Wieringa van PGGM zit in de adviescommissie van ABP. Hoofd strategie en beleidsontwikkling M. Keyzer van PGGM adviseert het pensioenfonds van Buhrmann. Directeur aandelenbeleggingen van ABP, drs J. Mensonides, die ook lid was van de commissie Peters die in 1997 veertig voorstellen heeft gedaan voor effectiever ondernemingsbestuur, adviseert sinds kort de pensioenfondsen van de KLM.

In de werkgeversdelegatie van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metaalindustrie zitten twee directeuren van ondernemingen uit de branche die een eigen pensioenfonds hebben: J. Nelissen van Hoogovens Pensioenfonds en L. van Gastel van Stork Pensioenfonds. Nelissen zit ook in de adviescommissie beleggingen van pensioenfonds De Eendragt (verpakkingsbedrijven).

Wat doen de adviseurs? Zij geven hun visie op de verwachte ontwikkelingen op de financiële markten, van rente en valuta tot en met aandelen en vastgoed, vertelt een woordvoerster van het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid. Zij adviseren over de optimale samenstelling van het belegde vermogen en de optimale verdeling van de te beleggen middelen. ,,Maar de echte beslissingen over het beleggen neemt het fonds natuurlijk zelf.''

Het afgelopen jaar kreeg het bouwnijverheidsfonds drie nieuwe adviseurs. ABN Amro-bestuurder R. van Tets bleef. Onder de nieuwkomers zijn ex-president M. Jonkhart van de Nationale Investeringsbank, de drijvende kracht achter de overname van zijn bank door pensioenfondsen ABP en PGGM. En hoogleraar vastgoedkunde P. Kohnstamm, die tevens voorzitter is van de rijkste vereniging van Nederland, de Vereniging Aegon die 30 procent bezit van de Aegon-aandelen.

,,Voor elk van de beleidsterreinen op beleggingsgebied zochten wij een deskundige, plus iemand als voorzitter die het hele veld overziet'', zegt tijdelijk directeur R. Matzinger van de KLM pensioenfondsen over de recrutering van de leden van de nieuwe beleggingsadviescommissie. Zij moeten een ,,stukje extra expertise leveren aan de besturen van de fondsen en de beleggers in de organisatie een spiegel kunnen voorhouden''. Criteria voor benoeming? Mensen die in hun vak hun sporen hebben verdiend en geen commerciële binding hebben, niet iemand van Robeco, of de grote banken.

Ook KLM heeft Kohnstamm gerecruteerd vanwege zijn expertise in het vastgoed. En ex-MeesPierson directeur P. Blumenthal, die ook al advieswerk doet voor de pensioenfondsen van HBG en Bedrijfspensioenfonds Grafische Bedrijven. Voorzitter is J. Vroegop, voorheen directeur financiële markten bij ABN Amro en nu bestuurslid van ,,beurswaakhond'' Stichting Toezicht Effectenverkeer. Vroegop had al een adviesrol bij het pensioenfonds van ICI Holland.

Zo'n beperkte kring adviseurs uit de pensioenwereld zelf roept de vraag op of de adviescommissies bij de pensioenfondsen de conventionele wijsheden niet eerder versterken dan als buitenstaander tegemoet treden. Is hun advies niet meer van hetzelfde?

Kuddegedrag is de financiële wereld niet vreemd, en de pensioenfondsen delen daarin. Beleggingen in aandelen waren bijvoorbeeld onder pensioenfondsen ondanks hun superieure langetermijnrendement jarenlang verdacht, totdat de resultaten niet langer te negeren waren. Langzaam maar zeker verdween de koudwatervrees en ging de hele bedrijfstak in de jaren negentig om.

,,Wij zijn heel tevreden met de kwaliteit van de leden van de belggingscommissie'', zegt de woordvoerster van het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid. ,,Je kunt mensen als Jonkhart er niet van betichten dat zij meer van hetzelfde zijn.'' Matzinger van KLM: ,,Het is voor ons een voordeel dat sommige leden van de adviescommissie zelf actief zijn als belegger. Voor hen kan het ook verruimend zijn om bij een ander, niet zo klein pensioenfonds betrokken te zijn.''

Dit is het vijfde en laatste deel van een serie over het profijt van pensioenen. De eerdere delen verschenen op 13, 14, 19 en 25 augustus.

    • Menno Tamminga