Nieuwe vragen over Betuweroute

Minister Netelenbos is bereid de noordtak van de Betuweroute te schrappen. Dat rakelt wellicht meer discussie op dan haar lief is.

Het was al bekend uit haar periode als staatssecretaris van Onderwijs: wanneer Tineke Netelenbos op grote tegenstand stuit in de Tweede Kamer of daarbuiten, aarzelt ze niet om ambitieuze plannen af te blazen. Ook als minister van Verkeer en Waterstaat getuigde ze van zulk pragmatisme bij de omstreden kwestie van het rekeningrijden. Als het publiek het werkelijk niet wil, neem je gas terug, luidt haar filosofie.

Vanmorgen was de eveneens omstreden zogeheten Noordtak van de Betuweroute aan de beurt. De minister maakte bekend dat er wat haar betreft bij nader inzien niet meer zo'n nieuwe aansluiting via de Achterhoek en Oldenzaal hoeft te komen. Goederentreinen vanuit de Randstad in noordoostelijke richting kunnen net zo goed via de nog aan te leggen Hanzespoorlijn van Lelystad naar Zwolle en via bestaand spoor in de Achterhoek en Twente reizen, stelt ze.

Een belangrijke overweging voor Netelenbos was voorts dat de plannen voor een nieuw aan te leggen lijn vanaf Zevenaar veel protesten bij de bevolking hadden opgeroepen. Dit zou waarschijnlijk leiden tot nieuwe inpassingseisen en vermoedelijk ook tot extra kosten van het project, dat toch al op zeker vijf miljard gulden was begroot. Dat de extra goederentreinen over bestaand spoor eveneens protesten zullen oproepen, neemt ze kennelijk op de koop toe.

Terwijl veel mensen in `bedreigde' gebieden in de Achterhoek en Twente een zucht van verlichting zullen slaken over de aankondiging van Netelenbos, roept die tegelijkertijd veel vragen op. Tot dusverre was die Noordtak immers steeds beschouwd als een onlosmakelijk deel van het hele Betuweproject.

Kamerleden wezen er onmiddellijk op dat wanneer je substantiële hoeveelheden vracht via de Hanzelijn vervoert en daarmee aan de Betuweroute zelf onttrekt, je zo het belang van die Betuweroute zelf ondergraaft.

Ook de aansluiting op het Duitse spoornet, die toch al enigszins onzeker was, wordt nu nog ongewisser. Vooral op instigatie van de Duitsers is er immers in het verdrag van Warnemünde van 1992 vastgelegd dat er een volwaardige noordoostelijke tak van de Betuweroute via Oldenzaal naar Duitsland moest komen. Zonder zo'n verbinding zou de druk op Emmerich via de hoofdtak van de Betuweroute te groot worden, vreesden de Duitsers. Netelenbos heft dus nog heel wat uit te leggen aan de oosterburen.

Door het afzien van een volwaardige noordtak doemt sterker dan ooit het spookbeeld op van een prachtige nieuwe goederenspoorlijn van de Maasvlakte tot Zevenaar, die vervolgens in het niets eindigt. De Duitsers hebben immers tot dusverre geen plannen om het tracé van Zevenaar tot Oberhausen drastisch uit te breiden. Bovendien zullen daar in de niet zo verre toekomst ook nog de hoge snelheidstreinen tussen Amsterdam en Frankfurt langsmoeten en de regionale Duitse personen- en goederentreinen.

Netelenbos zal dus vroeg of laat worden geconfronteerd met de beperkte capaciteit tussen Emmerich en Oberhausen. De Duitsers, die nooit zo geestdriftig zijn geweest voor de Betuweroute als de Nederlanders, kunnen er vervolgens fijntjes op wijzen dat er in Warnemünde ook een noordtak was afgesproken die zeker 30 internationale goederentreinen per dag per richting zou kunnen verwerken. De Nederlanders zelf zetten daar nu een streep door.

Ook voor de Tweede Kamer is de Noordtak steeds een integraal onderdeel geweest van het hele project. De Kamer had zich er al op voorbereid dat ze deze herfst na overleg met Netelenbos een tracé zou moeten vaststellen. CDA'er Leers heeft het kabinet herhaaldelijk verweten te treuzelen met de aanleg hiervan. De VVD verklaarde vorig jaar nog dat wat haar betreft de hele Betuweroute weer ter discussie zou moeten worden gesteld als er getornd zou worden aan de noordtak.

Voor een hernieuwde discussie over de Betuweroute leek overigens toch al alle aanleiding. Deze zomer werd immers bekend dat de voordelen van de Betuweroute voor het milieu in vergelijking tot het weg- en watervervoer vallen te verwaarlozen. Met dit argument had het kabinet juist vaak geschermd.

Hoewel kabinet en Tweede Kamer uitdrukkelijk als voorwaarde hadden gesteld dat het bedrijfsleven een deel van de investeringen in de Betuweroute voor zijn rekening diende te nemen, is hier tot dusverre nog altijd niets van terechtgekomen. ,,Als het bedrijfsleven, waarvoor deze lijn is bedoeld, zelf niet bereid is mee te betalen, waarom begin je er dan nog aan'', vroeg D66-senator Jan Terlouw zich onlangs af.