Nieuw-Zeelandse spinazie

Als kind had ik een hartelijke afkeer van spinazie, dat bij ons thuis altijd glippie genoemd werd. Tot diep in mijn vlegeljaren kon ik glippie niet door de keel krijgen. Misschien werd het door mijn moeder te ver doorgekookt. Het deed mij als kind altijd aan een drabbige koeienvla denken.

Blijkbaar is mijn smaak ingrijpend veranderd. Thans vind ik spinazie veruit de lekkerste groente. Het is het eerste wat ik in het vroege voorjaar in mijn kasje zaai. Daar komt het altijd goed in op. Heb je een warm voorjaar met een afwisseling van zonneschijn en regen, dan groeit het buiten ook redelijk. Toch gaat het vaak staan kwarren en schiet het meteen door. Bovendien heeft het dan de grond waarop je het kweekt zo uitgeput dat daar niets meer wil groeien. In de zomer is er al helemaal geen beginnen aan om spinazie te kweken. Zodra het verschijnt, schiet het in bloei. Dezer dagen kun je het weer zaaien, maar najaarsspinazie, leert de ervaring, heeft toch niet die malse, verrukkelijke smaak van voorjaarsspinazie.

Snijbiet is een voortreffelijk alternatief, maar de smaak ervan is niet zo subtiel als die van spinazie. Heel in de verte proef je toch iets bitters. Ook ligt het niet zo fluweelzacht op de tong.

Wat heb ik dus dit jaar gedaan? Van De Bolster liet ik zaad komen van Nieuw-Zeelandse spinazie. Zodra ik die grote zaden binnen had, heb ik ze gezaaid, daarbij meteen twee fouten makend. Ten eerste moet je de zaden een half etmaal voorweken in water. Ten tweede kun je de zaden beter in kleine potjes zaaien en deze in een warm kasje plaatsen.

Ondanks mijn fouten had ik geluk. Mijn klei was nog zo vochtig dat dat compenseerde voor 't feit dat ik niet voorgeweekt had. En terstond nadat ik gezaaid had, werd het bloedwarm. Toch duurde het wel een week of drie eer er kiemblaadjes verschenen. Omdat je van een nieuw gewas dat je teelt nog nooit de kiemblaadjes gezien hebt, weet je als er iets opkomt op de plek waar je hebt gezaaid, nooit zeker of dat wel het gewenste gewas is. Het kan altijd een of ander onkruid zijn.

Maar nee, de plantjes die opkwamen leken alle op elkaar, leken op geen enkel onkruid dat ik kende en oogden verbazend zelfbewust. Mooi lichtgroen, stevig, vlezig. Allengs werden de plantjes groter en mooier. De hittegolf barstte los, en de plantjes stonden te lallen en zingen in hun bedje. Op een bepaald moment waren ze net zo groot als spinazie-planten, al oogden ze totaal anders. Moest ik ze al oogsten? Niemand die het mij kon vertellen, want geen van mijn kennissen had ooit Nieuw-Zeelandse spinazie geteeld. Sarah Hart had het wel geprobeerd, maar bij haar was het geen succes geworden.

Mijn planten werden alsmaar groter en begonnen zelfs te bloeien. In de oksels van de bladeren verschenen piepkleine, gele bloemetjes. Bij Buishand en Houwing las ik dat je de toppen alsmede de bladeren kunt eten. Op een zondag heb ik toppen en bladeren geoogst. Vervolgens heb ik het recept voor `Spinazie frittata' te voorschijn gehaald dat Anne Scheepmaker in deze krant publiceerde. Ach, wat hebben wij toen gesmuld! Sindsdien eet ik elke week eenmaal Nieuw-Zeelandse spinazie. De planten groeien maar door, je kunt steeds opnieuw oogsten. Doorschieten, daar is geen sprake van. En ook als de plant veertig centimeter hoog is, blijft hij mals en lekker.

Wat eigenaardig dat een gewas dat zo ongeveer overal op lijkt, behalve op spinazie, qua smaak daar zo dicht bij in de buurt komt. Nieuw-Zeelandse spinazie wordt in de negentiende druk van mijn flora van Heimans nog tot de posteleinachtigen gerekend. Op postelein lijkt het echter totaal niet. In de vijftiende druk van de flora van Oostrom wordt het gerubriceerd bij de ijskruidachtigen, de Aizoáceae. In een folder van een zaadhandel las ik dat het een vetplant is. Een vetplant? Ik zie het er niet aan af.

Wat de voedingswaarde is, ik weet het niet. Of de plant, net als gewone spinazie, veel nitraat en nitriet opslaat, ik heb er geen flauw benul van. Vooralsnog durf ik hem niet met vis te combineren, ofschoon Buishand en Houwing dat aanbevelen.

Maar één ding weet ik zeker: volgend jaar teel ik het weer. Het is fantastisch in de zomer iets spinazie-achtigs in de tuin te hebben dat niet doorschiet!