Musiceren met eerbied voor de stilte

Jan Nuchelmans, de scheidende programmmeur van het Utrechtse Oude Muziek Festival, kreeg maandag door de nieuwe burgemeester mr. A.H. Brouwer-Korf de versierselen opgespeld behorend bij de benoeming tot officier in de Orde van Oranje Nassau. Nuchelmans gaat ervan uit dat de oude muziek vooral baat heeft bij een uitvoering door landgenoten die de klankkleur in het bloed zit. Vandaar dat bij het festivalthema `Polen' reikhalzend uitgezien werd naar het optreden van het ensemble Ars Nova, geleid door Jacek Urbaniak, specialist in historische blaasinstrumenten en van huis uit hoboïst.

Ars Nova bracht onder meer zeven dansen uit Jan van Lublins Luitboek (1537-1548), de uitgebreidste bron voor renaissancemuziek. Na een langzame dans volgt steevast een snelle in het typisch Poolse karakter van een oberek. Tussen die dansen kun je even ontspannen, zonodig bijstemmen; een enkele keer echter bedacht de componist, om doorgang af te dwingen, verbindende rusten, net genoeg voor een haastige slok wodka.

Het nogal knoestige en kelige, maar wel karaktervolle ensemble Ars Nova accentueerde venijnige syncopen. Vooral indruk maakte een lied van Cyprian Bazylik (circa 1535 – circa 1600) over het gevaar van het menselijk leven, fanatiek aangezet. In de tijd van de reformatie waren lang niet alle liederen even zoetgevooisd en hoe zou dat ook kunnen met teksten als `dat Beest de Paus van Rome ontleent zijn kracht aan de Draak en de Duivel, zijn bloedeigen Vader' (Lied uit de Nieswiez-bundel uit 1563).

Veel venijn sprak ook uit een aantal teksten die het bijzonder alerte Ensemble Clément Janequin voor ons opdiste in het kader van het Franse thema in het festival. Wordt de vrouwenborst bezongen, zoals in Janequins Du beau Tétin, vergeleken met gloednieuw wit satijn, blanker dan een ei, dan mag men een lofzang verwachten. Maar Jacob Clemens non Papa beschreef – overigens in een al even wonderschone toonzetting – de lelijke borst en dat in een taal die Menno Buch niet zou durven uit te zenden. Is het verschil tussen hoge en lage kunst maar een bedenksel? In het Luitboek staan de dansen voor het hof, de stad en het platteland broederlijk vereend naast en door elkaar.

Typisch hoofse allure lijkt op het eerste gehoor Marc Antoine Charpentiers muziek uit te stralen. Toch hoor ik hier een meer volkse traditie in. Het is muziek die heel direct en spontaan klinkt, bestemd voor een groot publiek (hij schreef de Eurovisie-tune). Vooral de versieringen doen hoofs aan.

Le Concert Spirituel werd in 1988 opgericht door Hervé Niquet en bestaat uit dertien vocalisten en dertien instrumentalisten. De ensembles gingen er fel tegenaan en Niquet liet zich verleiden tot Rozhdestvensky-achtige maniertjes, bijvoorbeeld door het slot van de Messe pour Mr Mauroy met gekruiste armen te dirigeren, slechts met hoofdzwaaien aangevend. Liever had ik gezien dat hij zich meer om de tussentinten had bekommerd, alles klonk ofwel hard ofwel zacht.

De mis is een trouvaille. De bezetting met fluiten en hobo's geeft aanleiding tot zo'n zevental fraaie instrumentale tussenspelen, terwijl het toch al Charpentiers langste en zeker niet minste mis is. De stijl is niet alleen maar uit op grandioze effecten, eerbied spreekt uit aandacht voor de stilte. Natuurlijk had Charpentier dit kunnen uitcomponeren, zoals in het eerder genoemde Poolse Luitboek, maar hij verkoos de aantekening: ,,Maak hier een pauze, une très grande silence.''

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Ars Nova, Ensemble Clement Janequin en Le Concert Spirituel. Gehoord 30 en 31/8 in Ottone en Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Uitzending Le Concert Spirituel Radio 4 AVRO 2/9 20.02 uur.