De jaren vóór de oorlog

In `De jaren vóór de oorlog' (NRC Handelsblad, 17 augustus) tekent J.L. Heldring `in grove trekken' de algemene opvatting in het vooroorlogse Nederland over wat toen in Hitler-Duitsland gebeurde. Daarbij wijst hij terecht op de waakzaamheid ten aanzien van het nationaal-socialisme bij sociaal-democraten en liberalen in groeperingen als `Eenheid door democratie', maar vooral bij marxisten en joden. Dit is allemaal heel duidelijk.

Moeilijker wordt het als hij spreekt over de waardering, of althans het begrip dat in liberale en confessionele kringen voor Hitler bestond. Het is wel zeker dat de vrijmetselarij vijandig stond tegenover het nazisme. Maar ook van confessionele zijde werd in de jaren dertig in ons land principieel verzet geboden, onder anderen door pater A. van der Wey, de politicus H.P. Marchant, de reformatorische hoogleraar P.A. Diepenhorst en de befaamde radio-priester Henri de Greeve. In Duitsland werd toen het verzet geleid door onder anderen de bisschoppen Von Galen en Faulhaber, en een Scarlet Pimpernel-achtige jezuïet Muckermann; van protestantse zijde gebeurde dit in de `Bekennende Kirche' door figuren als Niemöller, Bonhoeffer en Karl Barth.

In 1937 verbrak het Vaticaan zijn stilzwijgen. Na een reeks van diplomatieke protesten tegen de onderdrukking en intimidatie van de kerk in Duitsland, publiceerde paus Pius XI een scherpe veroordeling van het nationaal-socialisme. Het schrijven was in het Duits (!) gesteld en droeg als titel `Mit brennender Sorge'; het moest op palmzondag in alle kerken van Duitsland worden voorgelezen. Het gevolg was dat de weerstand groeide en dat de bisschoppen zich duidelijker uitspraken. Intussen was in het jaar daarvoor het nationaal-socialisme door het Nederlandse episcopaat voor katholieken volstrekt verboden, en dit verbod is nooit teruggenomen.

Concluderend kun je zeggen dat de jaren dertig zich kenmerkten door een gestaag groeiende spanning die na een reeks provocaties haar ontlading vond in de Tweede Wereldoorlog. Tegen deze achtergrond krijgt de houding van Huizinga het nodige reliëf: zijn optreden tegenover het nationaal-socialisme en de anti-semiet Von Leers kenmerkte zich door ridderlijkheid en principiële trouw.