Bewind generaal Videla uitzonderlijk repressief

De vader van Maxima Zorreguieta was staatssecetaris en minister van Landbouw onder generaal Videla. Wat was dat voor een bewind?

De militaire staatsgreep van 1976 in Argentinië bracht een uitzonderlijk repressief bewind aan de macht dat internationaal werd aangeklaagd wegens schendingen van de mensenrechten. In 1982 leidde de militaire nederlaag in oorlog tegen Groot-Brittannië om de Malvinas (de Falkland-eilanden) en het financiële bankroet van Argentinië tot de val van het bewind. Een nationale onderzoekscommissie stelde daarna officieel vast dat meer dan tienduizend Argentijnen tijdens de zesjarige periode van repressie waren `verdwenen'.

Generaal Jorge Videla, admiraal Emilio Massera en luchtmachtgeneraal Agosti zetten op 24 maart 1976 president Isabel Martínez de Perón, de weduwe van Juan Perón, aan de kant. Onder het bewind van Peróns vrouw was het land afgegleden naar een staat van politieke chaos. Guerrillagroepen - de trotskistische EPR en de peronistische Montoneros - voerden gewapende actie, politieke moorden waren verheven tot regeermethode, de onderwereld huisde in het presidentiële paleis, de vakbonden beheersten de straat en de economie stortte in elkaar.

De staatsgreep werd dan ook verwelkomd door de traditionele Argentijnse elite – de grondbezittende klasse en de grote agrarische exporteurs. In een `vuile oorlog' roeiden de militairen in korte tijd de guerrillabewegingen uit en maakten ze de halfcriminele vakbeweging monddood. Vervolgens rekenden ze af met de `ideologen van de subversie' – intellectuelen, journalisten, kunstenaars, docenten, professoren, geestelijken – alsmede met scholieren, studenten en politieke ballingen uit buurlanden die in de voorafgaande jaren naar Buenos Aires waren gevlucht.

De gangbare methode van het staatsterrorisme was het laten verdwijnen van mensen. Verder waren er concentratiekampen en martelcentra in militaire bases.

Eind 1977 demonstreerden voor het eerst de Madres Locas, de `dwaze moeders', op de Plaza de Mayo voor het presidentiële Rosadapaleis om opheldering te eisen over het lot van hun verdwenen zonen en dochters. Later bleken ook kleinkinderen te zijn verdwenen of als weeskinderen bij militairen te zijn ondergebracht.

In 1979 kwam een commissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) naar Buenos Aires om onderzoek te doen naar de veelvuldige beschuldigingen over schendingen van de mensenrechten. Deze OAS-missie was tot stand gekomen onder druk van de Amerikaanse president Jimmy Carter. In Buenos Aires stonden familieleden van vermisten in lange rijen te wachten om door de commissie gehoord te worden.

De betrekkingen met de Amerikaanse regering stonden verder onder druk door het graanakkoord dat Argentinië met de Sovjet-Unie sloot, in weerwil van het graanembargo dat president Carter had ingesteld tegen de Sovjet-Unie als protest tegen de Sovjet-inval in Afghanistan. De Argentijnse graanexporteurs profiteerden hiervan volop.

Tijdens het militaire regime lag de macht bij de junta bestaande uit de commandanten van de strijdkrachten, het leger, de marine, de luchtmacht en bij de regionale militaire commandanten. In de regering hadden ook burgers zitting die geen directe betrokkenheid hadden bij de repressie, maar hiervan op de hoogte waren. De hele Argentijnse samenleving wist van de `vuile oorlog' maar op een enkeling na zweeg men hierover. De burgerministers voerden hun beleid onder de dekmantel van de militairen en zij deelden de opvatting dat de `strijd tegen de subversie' de repressieve aanpak rechtvaardigde.

De minister van Landbouw bekleedt in een groot agrarisch exportland als Argentinië een belangrijke positie. Hij is de belangenbehartiger van de machtige grootgrondbezitters, de veehouders en suikerboeren, in de regering. De Sociedad Rural Argentina, waarvan Jorge Zorreguieta bestuurslid was voordat hij staatssecretaris en minister van Landbouw werd, staat bekend om zijn ultra-conservatieve opvattingen.

    • Roel Janssen