Zorg en werk

VOOR DE OPHEFFING van schaarste bestaan twee oplossingen. De eerste is de klanten te laten wachten totdat ze aan de beurt zijn, de tweede is het aanbod van het product te vergroten. Versimpeld was de tegenstelling tussen de centrale planeconomie van de Sovjet-Unie en de markteconomie van de kapitalistische wereld het onderscheid tussen deze twee opties. In Moskou stonden de mensen in de rij omdat het aanbod schaars was en de prijzen vastlagen (de rij was de Sovjet-uitdrukking van inflatie). In Westerse landen stemt het prijsmechanisme vraag en aanbod op elkaar af.

De organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg vertoont trekken die overeenkomen met het model van de planeconomie zoals deze tegenwoordig nog in Cuba en Noord-Korea bestaat. De patiënten vormen een lange rij en wachten tot ze aan de beurt zijn. Zo gaat het op het spreekuur van de huisarts, in de polikliniek en in het ziekenhuis.

Nu zijn er mensen – iedere medische ervaringsdeskundige kan erover meepraten – die alle tijd hebben voor hun kwalen. Voor deze patiënten bestaat een flink deel van hun daginvulling uit het `lopen bij de specialist' – en soms meer dan bij een. Anderen hebben een volle agenda of een reguliere baan en willen snel van een niet-acute kwaal worden afgeholpen. Toch kan het maanden duren voordat er tot medisch handelen wordt overgegaan omdat de wachttijden – van de huisarts naar de specialist, naar de diagnostiek, terug naar de specialist en daarna een poliklinische operatie – zich opstapelen. Bovendien moeten werknemers vrijaf nemen voor ieder consult. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is verwachten artsen dat patiënten onder werktijd op het spreekuur komen.

Doordat de gezondheidszorg is gebaseerd op het uitgangspunt dat alle patiënten in beginsel gelijk zijn en dat onder geen beding een `tweedeling' – in welke zin dan ook – mag ontstaan in de toegang tot de zorg, wordt er geen onderscheid gemaakt. Niet in de kanalisering van de vraag en evenmin in het aanbod van de zorg. Het gevolg is het verschijnsel dat bekend is uit de planeconomie: de wachtlijsten in de zorg.

MINISTER BORST (Volksgezondheid) en staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) hebben in mei van dit jaar voorgesteld om ziekenhuizen en poliklinieken toestemming te geven voor een aparte behandeling van zieke werknemers. Afgelopen vrijdag heeft het kabinet hiermee ingestemd. De overwegingen zijn van praktische en financiële aard: nu de werkgevers een financieel risico lopen bij ziekte van hun werknemers, is ze er veel aan gelegen om de wachttijden te verkorten. Dit scheelt de werkgevers in verloren productie, in ziektekosten en op den duur in de arbeidsongeschiktheidspremies.

Een meerderheid van de Tweede Kamer verzet zich heftig tegen de plannen van de bewindslieden. Vasthouden aan solidariteit en gelijke toegang tot de zorg klinkt beter dan een pleidooi voor tweedeling. De Kamerleden van de oppositie (CDA, SP, Groen Links) en regeringsfracties (PvdA en D66) maken in hun afwijzing van nieuwe openingen in de gezondheidszorg voor werkenden twee inschattingsfouten. Ten eerste is het tegenstrijdig overheidsbeleid om de kosten van ziekte en arbeidsongeschiktheid af te wentelen op de particuliere sector en vervolgens in de gezondheidszorg een blokkade voor volumebeheersing te handhaven. Ten tweede is het onverstandig ieder onderscheid in de vraag naar en het aanbod van medische diensten te ontkennen. Dat komt de oplossing van de wachtlijsten niet ten goede.

KLINIEKEN ZOUDEN kunnen beginnen voor werknemers een avondspreekuur of medische dienstverlening op zaterdag in te voeren. Niet door die ene specialist, OK-verpleegkundige of laborant nóg langere werkdagen te laten draaien, maar door grotere flexibiliteit in de arbeidstijden. Voor dergelijke dienstverlening kan een prijs worden gevraagd en met dat geld kan het personeel beter worden betaald. Zo kan ook iets worden gedaan aan de schaarste aan gekwalificeerd (para-)medisch personeel.

Een dergelijke aanpak staat niet haaks op de toegang tot de gezondheidszorg. Hij doorbreekt de huidige praktijk waarbij de wachttijd het enige regulerende mechanisme is. De bewindslieden moeten hun plannen dus doorzetten.