`Vrij' Oost-Timor is nog geen uitgemaakte zaak

Na de massale opkomst in Oost-Timor lijkt volledige onafhankelijkheid nabij. Maar zover is het nog lang niet. Er wordt gestoeid met andere scenario's.

De overweldigende opkomst voor het referendum in Oost-Timor wordt door vertegenwoordigers van de Verenigde Naties uitgelegd als een teken dat de bevolking heeft gekozen voor onafhankelijkheid. Want door massaal te stemmen, trotseerden zij intimidaties en terreur van pro-Indonesische strijdgroepen, zei VN-woordvoerder David Wimhurst gisteren in Dili.

Afwijzing van autonomie zou kunnen betekenen dat onafhankelijkheid binnen handbereik is. De Indonesische president Habibie heeft immers afgelopen januari toegezegd dat, wanneer de bevolking een autonome status afwijst, Oost-Timor onafhankelijk moet worden. De gevangen leider van de onafhankelijkheidsbeweging CNRT, José Alexandre `Xanana' Gusmão, vertrouwt op dit scenario en velen bestempelen hem al tot eerste president van het vrije Timor Lorosae.

Er zijn echter ook tekenen die erop wijzen dat het referendum niet meer is dan slechts een eerste stap op weg naar die mogelijke onafhankelijkheid. Vandaag verschenen bijvoorbeeld in de Oost-Timorese hoofdstad Dili niet de voorstanders van onafhankelijkheid massaal op straat om hun verwachte overwinning te vieren. In plaats daarvan beheersten de leden van de wrede Aitarak- of Doorn-militie het straatbeeld. Zij worden onder meer verdacht van het aanrichten van een slachting onder vluchtelingen, die hun toevlucht hadden gezocht in een kerk in het plaatsje Liquisa. Daarbij werden eerder dit jaar 21 mensen met kapmessen vermoord.

De komende dagen worden de stemmen in Dili geteld en verwacht wordt dat de spanningen tussen pro-Indonesische milities en groepen die onafhankelijkheid willen, opnieuw zullen toenemen. Velen koesteren sterke vermoedens dat de milities opereren onder regie van delen van de Indonesische strijdkrachten. Het feit dat de dagelijkse terreur van milities gisteren plotseling nagenoeg uitbleef, lijkt in die richting te wijzen. De Indonesische machthebbers hebben in het verleden bewezen in staat te zijn instabiliteit om politieke redenen te kunnen organiseren. In dit verband wordt vaak gewezen op de grootschalige plunderingen in Jakarta en andere steden in Java, die voorafgingen aan het aftreden van president Soeharto in mei vorig jaar. Een burgeroorlog, al dan niet door Jakarta georganiseerd, zou voor de strijdkrachten een voorwendsel kunnen zijn om hun aanwezigheid in Oost-Timor voort te zetten: interventie in een burgeroorlog was immers ook de formele reden voor de Indonesische invasie van het gebiedsdeel in 1975.

Maar zelfs wanneer een burgeroorlog op Oost-Timor uitblijft, is onafhankelijkheid geen automatisme. Habibie heeft eerder gezegd dat het Indonesische Volkscongres, dat dit najaar bijeenkomt om een nieuwe president aan te wijzen, het enige orgaan is dat het recht heeft zich uit te spreken over de toekomst van de zogenoemde `27ste provincie'. Maar nu al hebben leden van dit hoogste staatsorgaan laten weten dat het loslaten van een deel van de natie ,,ongrondwettelijk'' is. Het Volkscongres zal ten gevolge van de verkiezingen van 7 juni, die gewonnen werden door de oppositionele Strijdende Democratische Partij van Indonesië (PDI-P), weliswaar van samenstelling veranderen, maar partijleider Megawati Soekarnoputri heeft zich regelmatig uitgesproken voor de blijvende eenheid van de staat.

De speciale gezant van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, Jamsheed Marker, erkende gisteren dat het Volkscongres formeel het laatste woord heeft als het om de toekomst van Oost-Timor gaat. Volgens hem zou het ,,zeer moeilijk, zo niet onmogelijk zijn'' voor Indonesië om een stem voor onafhankelijkheid naast zich neer te leggen. Daar staat tegenover dat het Volkscongres natuurlijk zeer goed in staat is om beslissingen te vertragen in een poging de uiteindelijke uitkomst te beïnvloeden. Zo wordt al een jaar gespeculeerd over opsplitsing van Oost-Timor om een `thuisland' te geven aan zowel voor- als tegenstanders van onafhankelijkheid. Daarbij zou het door de aanwezigheid van koffieplantages welvarendere westen toevallen aan degenen die autonomie wensen.

Habibie, of zijn mogelijke opvolger als staatshoofd, zou door middel van een dergelijke tussenoplossing kunnen volhouden dat Indonesië zich aan de internationale afspraken heeft gehouden. Tegelijkertijd zou de regering in de binnenlandse arena kunnen volhouden dat Oost-Timor geen onafhankelijkheid heeft gekregen, en dat er geen precedent is geschapen voor afscheidingsbewegingen in Atjeh en Irian Jaya.