Regeerakkoord laat zich niet eenvoudig herschrijven

De paarse coalitie vecht over de besteding van mogelijke meevallers. Het geld is er nog niet, maar fractieleiders weten al wat ermee moet gebeuren.

Frits Bolkestein heeft school gemaakt. Bijna weg uit de Nederlandse politiek krijgt zijn aanvallende aanpak als fractieleider navolging.

Het regeerakkoord moet worden opengebroken, zo bepleit Thom de Graaf, de fractievoorzitter van D66, vandaag in deze krant. Gunstiger economische vooruitzichten dan vorig jaar zomer geven ruimte voor nieuwe financiële afspraken, zo vindt hij.

De Graaf doet wat Bolkestein in de vorige kabinetsperiode nastreefde. Alleen zijn de omstandigheden totaal anders. De toenmalige VVD-leider lanceerde het idee voor een zogenoemde midterm review op een later moment in de kabinetsperiode (in februari 1996, na 18 maanden `paars') en hij lanceerde zijn pleidooi vanuit een positie van kracht. De VVD groeide en was op papier – bij de Statenverkiezingen van '95 – al even de grootste partij van het land geweest.

Bolkestein wilde het regeerakkoord openbreken omdat hij de invloed van de VVD op het beleid groter wilde maken. Hij waarschuwde voor ,,metaalmoeheid'' en ,,gebrek aan hervormingsgezindheid''. Hij eiste nieuwe afspraken over beteugeling van de uitgaven in de zorgsector, een strengere aanpak van de arbeidsongeschiktheid en snellere verlaging van het financieringstekort. Coalitiegenoten PvdA en D66 reageerden toen schrikachtig en scherp afwijzend. De groei van de VVD was al bedreigend genoeg. Ze stonden niet te springen om het beleid nog liberaler te maken.

D66-leider De Graaf komt nauwelijks een jaar na het aantreden van het kabinet met zijn pleidooi. Hij opereert vanuit een zwakkere positie: D66 is veruit de kleinste regeringsfractie en de partij heeft het electorale tij niet mee, zoals de VVD toen. Na de zware verkiezingsnederlaag van vorig jaar (min tien zetels) is D66 in de peilingen alleen maar verder gedaald.

Waar Bolkestein destijds extra bezuinigingen wilde doorvoeren, wil De Graaf extra uitgaven doen. Hij kiest daarmee een aanvallende positie, zoals ook PvdA-fractieleider Melkert het afgelopen weekeinde deed. Ook Melkert bepleitte aanvullende afspraken over de besteding van meevallers. Waar de VVD destijds voorging, trapt de partij nu op de rem. Eerst zien dan geloven, zo kan de opstelling van de liberalen tegenover de gunstige prognoses worden omschreven.

Een regeerakkoord laat zich niet eenvoudig herschrijven. Daarvoor is op z'n minst de medewerking van het kabinet nodig. Drie jaar geleden legde de minister-president het pleidooi voor amendering van het regeerakkoord eenvoudigweg naast zich neer. De reactie van premier Kok op het pleidooi van De Graaf laat zich voorspellen: we hebben een goed regeerakkoord en dat voeren we keurig uit.

De fractieleiders van PvdA en D66 nemen een voorschot op inkomsten die nog moeten worden verdiend. De plannen in het regeerakkoord gaan uit van gemiddeld twee procent economische groei in deze kabinetsperiode. De prognoses voor 1999 en 2000 naderen de drie procent. Wanneer die drie procent inderdaad wordt gehaald, zou er – zeer ruw berekend, nog afgezien van allerlei onvoorziene factoren – omstreeks twee miljard extra belastingopbrengst te verdelen zijn. Dat zijn forse bedragen, opgeteld bij de 1,8 miljard extra voor onderwijs en 2,2 miljard extra voor de zorg die al in de bestaande coalitieafspraken zijn vastgelegd. PvdA en D66 willen die opbrengst niet alleen steken in aflossing van de staatsschuld en lagere belasting.

Maar de VVD ziet vooralsnog niets in plannen voor nieuwe extra uitgaven. Bovendien wijzen de liberale erop dat versnelde aflossing van de staatsschuld vanzelf ruimte geeft voor extra uitgaven, dankzij lagere rentelasten. Ook daarvoor valt een ruwe rekensom te maken: twee miljard gulden aflossing is honderd miljoen minder rentelasten.

Echte rekensommen zijn pas over een jaar te maken.