`Houd regionaal verkeer op regionale wegen'

Regionaal verkeer moet op het regionale wegennet blijven, daarmee wil directeur Van den Broek Humphreij van de verladersorganisatie EVO de transportproblemen in Nederland te lijf gaan. Van al het Nederlandse wegtransport rijdt 67 procent namelijk niet verder dan honderd kilometer.

Neem de Amsterdamse ringweg (A10). Die wordt volgend jaar wegens werkzaamheden gedeeltelijk afgesloten. Het verkeer heeft bij een halvering van de capaciteit van deze overbelaste weg geen enkel alternatief. De A10 is maar een voorbeeld. ,,Binnen enkele jaren zullen de transportproblemen in Nederland rampzalige proporties aannemen'', voorspelt algemeen directeur D. van den Broek Humphreij van de verladersorganisatie EVO.

Volgens Van den Broek Humphreij ontstaan de verkeersproblemen doordat te veel regionaal verkeer, dat niet op de rijksweg thuishoort, er noodgedwongen toch gebruik van maakt. Dat geldt zowel voor zakelijk verkeer en transport als voor privéverkeer.

Files op de snelwegen worden volgens Van den Broek Humphreij voornamelijk veroorzaakt door woon-werk verkeer. Zestig procent van het woon-werkverkeer blijft binnen de twintig kilometer en zou daarom het regionale wegennet moeten gebruiken. ,,Maar het regionale verkeersnet voldoet niet. Als je in Nederland van A naar B wil dan moet je vrijwel altijd via de snelweg. Daarom raken de snelwegen overvol.''

Regionale verkeersproblemen worden al jarenlang afgewenteld op het hoofdwegennet, meent Van den Broek Humphreij. ,,De gemeenten bouwen nieuwe wijken en bedrijventerreinen. De verkeersproblemen die daardoor worden veroorzaakt mag de rijksoverheid oplossen.''

Maar de rijksoverheid laat het volgens de verladersvoorman eveneens afweten. Alarmerende prognoses over de explosieve toename van het transport worden al sinds de jaren zeventig lachend terzijde geschoven. Als de huidige vooruitzichten kloppen dan raakt Nederland volledig verstopt, zo waarschuwt de EVO.

Deze belangenorganisatie van transportgebruikers, die in 1940 op initiatief van werkgeversorganisatie VNO is opgericht, behartigt de logistieke belangen van 34.000 Nederlandse bedrijven. Dat is een hele kluif want al schermt de overheid met het economisch belang van Nederland Transportland, de transportmogelijkheden worden er niet beter op. De wegen staan vol files, vaste levertijden maken de binnensteden onbereikbaar, waterwegen zijn slecht onderhouden, en zelfs het luchtruim raakt overvol.

De EVO wil de fileproblemen oplossen door het regionale wegennet te verbeteren. Daar is volgens Van den Broek Humphreij veel winst te behalen. De overheid mag dan de mond vol hebben van internationalisering en globalisering, het merendeel van de economie speelt zich nog altijd binnen de regio af.

,,De helft van het vrachtverkeer komt niet verder dan 50 kilometer'', zegt Van den Broek Humphreij. ,,Het probleem ligt voor de deur, maar mensen denken op een te grote schaal en kijken er overheen.''

Het regeringsbeleid kenmerkt zich volgens hem door een onbalans in prioriteiten. ,,Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is voornamelijk geïnteresseerd in vervoer van personen via het openbaar vervoer en grootscheepse projecten zoals de Betuwelijn.''

Dergelijke plannen zijn niet in het nadeel van het bedrijfsleven maar zetten volgens de werkgeversorganisatie te weinig zoden aan de dijk. Regionale projecten hebben sneller effect, zijn goedkoper en zullen op minder verzet stuiten dan een mega-onderneming als de Betuwelijn.

Bovendien zijn in de regio de mogelijkheden voor publiek-private samenwerking (pps) groter. Voor een regionale weg of de aanleg van de infrastructuur bij een nieuw bedrijventerrein waar het gaat om relatief kleine bedragen zijn private partijen volgens Van den Broek Humphreij wel warm te krijgen. De recente poging van de overheid om het bedrijfsleven via een dergelijke pps-constructie te laten meebetalen aan de Betuwelijn vindt hij minder geslaagd. ,,De bedragen zijn zo groot en de belangen zo diffuus dat het moeilijk is om daar iemand voor te krijgen.''

Ook wat betreft de waterwegen maakt de overheid zich volgens de EVO schuldig aan achterstallig onderhoud. Dat terwijl een onderzoek van de EVO, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, aantoont dat de waterwegen voor het transport van veel bedrijven een goed alternatief zijn.

De EVO lichtte samen met de adviesbureau's Buck Consultants International en Arcadis Heidemij Advies de transportstromen van honderd bedrijven door. Daarbij bleek dat bij 80 bedrijven het wegtransport afgebogen kon worden naar binnenvaart en trein. Door de gunstige transportprijzen en de hoge betrouwbaarheid van de binnenvaart zijn met deze `modal shift', via het water goede resultaten te boeken.

,,Veel bedrijven brengen hun eigen goederenstroom niet goed in kaart'', zegt Van den Broek Humphreij.

,,Op logistiek gebied is er zoveel winst te behalen dat het een dagelijks onderwerp in de directiekamers zou moeten zijn. Logistiek is eigenlijk te belangrijk voor de logistiekafdeling alleen.''