Glanzend `debuut' van De Waart

Edo de Waart trad gisteravond met het leiden van een voorstelling van Massenets Werther in het Amsterdamse Muziektheater voor het eerst op als chef-dirigent van de Nederlandse Opera. De Waart is de opvolger van Hartmut Haenchen, die in juni na twaalf jaar in die functie afscheid nam met Der Ring des Nibelungen. Haenchen is voortaan bij de Nederlandse Opera eerste gastdirigent en blijft chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Ondanks De Waarts debuut was het een avond van reprises. De Waart dirigeerde Werther ook al in 1996 in het Muziektheater. Hij was zelfs al eens chef-dirigent van de Nederlandse Opera, zij het slechts kort. In september 1985, nog voor de tweede voorstelling die hij in die functie zou dirigeren, nam hij ontslag. Dat gebeurde uit onvrede over de gang van zaken bij de totstandkoming van het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat de meeste operavoorstellingen begeleidt.

Terwijl De Waart de vorige serie voorstellingen van Werther begeleidde met het Radio Philharmonisch Orkest, waarvan hij overigens chef-dirigent blijft, dirigeerde hij nu het Nederlands Philharmonisch Orkest. Na precies veertien jaar kwam het dus toch nog goed tussen De Waart, de Nederlandse Opera en het onder leiding van Haenchen sterk verbeterde opera-orkest. Naast zijn twee Nederlandse banen is De Waart ook nog chef-dirigent van het Sydney Symphony Orchestra.

Werther, naar Die Leiden des jungen Werthers van Goethe, die afgelopen zaterdag 250 jaar geleden werd geboren, was in 1996 in de fenomenale regie van Willy Decker een enorm succes. Decker tilt het exemplarische `Sturm und Drang'-stuk via Faust-achtige scènes met een dubbele Mefisto naar het niveau van een Griekse tragedie. Daarin is het treurige lot van Werther voorbeschikt, zonder dat iemand er iets aan kan doen. Hij is mateloos en monomaan verliefd op Charlotte, die getrouwd is met de brave Albert. Maar met die waarheid kan Werther niet leven en hij pleegt zelfmoord.

Er was destijds een voortreffelijke cast met onder anderen de wereldster Susan Graham in de aangrijpend vertolkte rol van Charlotte. Zij kan niet kiezen tussen hart en verstand en blijft na de dood van Werther achter, een leven vol schuldbesef voor zich.

Werther gaat nu met een deels vernieuwde cast. In de hoofdrollen bleven alleen Cyndia Sieden, die als Charlotte's jongere zuster Sophie opnieuw veel indruk maakte met haar stralende, onschuldig hoge stem, en Gilles Cachemaille, wederom een uitstekende Albert.

In de titelrol zingt nu de Amerikaanse Richard Leech. Terwijl Martin Thompson destijds als Werther wat volume tekortkwam, produceerde Leech dat nu in vaak al te ruime mate. Zijn Werther is wat schreeuwerig en huilerig, wat overigens uitstekend past bij deze rol, die door zijn totale gebrek aan gevoel voor redelijkheid een van de irritantste is in het hele operarepertoire.

`Kop op, Werther, wees eens een man!', schreef ik al eens. Maar Werther trekt zich er niets van aan, netzomin van alles wat Charlotte, Albert en Sophie hem voorhouden. Men zou willen dat Werther het publiek wat meer voor hem innam, maar hij wil nu eenmaal een onbegrepen eenling zijn. In de stilistisch vaak onfranse vertolking van Richard Leech is hij dat ook in optima forma: ook de anders zo verleidelijke aria Pourquoi me reveiller klinkt hier dwars en afwerend.

De Roemeense sopraan Carmen Oprisanu is met haar fraai gezongen en ingetogen gebrachte vertolking van Charlotte hier duidelijk veel meer op haar plaats dan in de uitdagende titelrol van Carmen, waarin ze eerder dit jaar in Amsterdam optrad. Ze is een fractie minder statig dan Graham, maar haar profilering van Charlotte past uitstekend in deze voorstelling, die als geheel door het optreden van Leech een extraverter karakter heeft.

De Waart en zijn musici leverden een orkestraal glanzende begeleiding, liefdevol gedirigeerd. De klank, in iedere geval in dit repertoire, is voller, vloeiender, ronder en lyrischer dan bij Haenchen. Dat ligt niet aan nieuwe capaciteiten van het orkest, want die zijn sinds juni niet ontwikkeld. De Waart heeft andere opvattingen en esthetische idealen dan Haenchen, die vaak streefde naar een analytischer, opener klank en daarbij, zoals in Der Ring des Nibelungen, vaak raakte aan de grenzen van de technische mogelijkheden van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Bij De Waarts enige andere optreden dit seizoen, in mei 2000 in een nieuwe productie van Janáceks Katja Kabánova van Willy Decker, dirigeert hij weer zijn eigen Radio Filharmonisch Orkest.

Op 4/9 15 uur heeft Ad 's Gravesande een gesprek met Edo de Waart in de Boekmanzaal van het Amsterdamse Stadhuis. Het publiek kan ook vragen stellen.