Een terras in de Betuwe

Als iets erg mooi is in ons landschap zeggen sommigen: het is net het buitenland. Ik houd niet erg van die uitspraak en toch bezondig ik me er zelf ook wel eens aan.

Een tochtje aan de andere zijde van de Nederrijn op een doorstoofde middag tijdens deze mooie zomer. Even na het bevrijdend ouderwetse verschijnsel van het pontje is het landschap volledig anders dan dat van de Heuvelrug.

Op de terugreis. Op naar het veertje Ingen-Elst. De avond is jong en zoel. In het doodstille dorpje voor het veer een leeg terras. Daar zijgen we neer. Koffie met een hartige vloeibare versnapering. Tegen alle regels in, maar zo voelt het leven nu even aan.

De herbergierster is weelderig, dat hoort erbij. Zij is ook een beetje verlegen, dat komt minder vaak voor. Uit het café wat geluiden van mannen die het de alcohol laten winnen van de tot rust manende warmte. Het is nog wel vroeg, maar wij schatten er een die naar buiten komt reeds nu wat onzeker ter been. Gelukkig rijdt een ander.

Er komen auto's aan waaruit jonge mannen stappen. Het werk is gedaan en nu moet er even wat ingenomen worden. Hun royale maagpartijen verraden dat dit niet het begin van een consumptieve loopbaan zal zijn.

Ik kom tot mijn verkeerde gedachte: het is net een Frans dorpje.

Er zijn ook oer-Hollandse taferelen. Een klein mager meisje in onsamenhangende kledij komt iets brengen. Ze heeft schoenen aan van grote zus of van moeder. De fiets is van vader, de stang dwingt haar tot acrobatiek, ze kan zich er maar net op voortbewegen. Kennelijk tijdens haar spel om een boodschap gestuurd.

Er komt een jong echtpaar aan, twee fietsen, drie kinderen.

Vader houdt twee fietsen en drie kinderen in evenwicht. Moeder haalt ijsjes in het café. Uit een schuingezakte fietstas steekt de kop van een klein formaat hond. Het gezin fietst onmiddellijk door, drie kinderen likken. De ouders likken niet, geen handen vrij. De hond hangt onaangedaan in zijn tas.

Hij krijgt thuis wel water.

    • Marijn Leenheer