Abe's paspoort

Het is frappant hoe kleine gebeurtenissen mij kunnen beïnvloeden. Het simpelweg bekijken van een paspoortfoto van wijlen Abe Lenstra in de NRC van afgelopen zaterdag, was voldoende om mij achter de schrijfmachine te krijgen om enkele herinneringen aan Abe op te halen. Omstreeks 1934 moest hij mee als reserve naar een uitwedstrijd in Velsen: dat hij toen pas 14 jaar was, bleek slechts daarom geen bezwaar omdat deze zeer jonge reserve niet aan spelen toekwam.

Op z'n 16de was hij niet zo slim en uitgekiend als op z'n 26ste, maar technisch was hij ook toen al fenomenaal getalenteerd. In z'n jonge jaren eerder tenger dan fors gebouwd, kon hij bogen op een goed corpus. Maar een aarzelend begin van wat wellicht op een ongesteldheid zou kunnen uitdraaien, haalde soms ook alle lust tot presteren bij hem weg.

Een van de mooiste verhalen uit die tijd betreft een uitwedstrijd tegen Be Quick met als inzet het kampioenschap van het noorden. Als de ploeg van Heerenveen zich meldt bij de bus ontbreekt Abe. Men gaat naar zijn huis, waar Abe's moeder hoofdschuddend meldt dat haar zoon die dag niet kan spelen. Ziek. De ploeg gaat naar de slaapkamer, waar de patiënt machteloos in de kussens ligt. ,,Jullie zullen het vandaag zonder mij moeten doen. Ik ben ziek.'' Men praatte op hem in. Vergeefs. Tot elftalleider Huisman hem beweegt in elk geval mee te gaan. ,,Straks, in Groningen, zien we wel verder.''

In Groningen aangekomen bevestigt Lenstra dat hij niet fit is en niet wil en kan spelen. Huisman neemt hem mee naar het ballenhok en verlangt van hem dat hij het even zal proberen. Dat even wordt de hele eerste helft, waarin Abe overigens geen bal raakt. Zielloos en apathisch sloft hij over de door regenbuien modderig geworden grasmat. Die toestand van het veld is voor Huisman reden om in de rust opnieuw het ballenhok op te zoeken. Het staat nog 0-0, maar de Groningers zijn veel vaker aan de bal geweest dan de Friezen, die zich tot verdedigen hebben beperkt en intussen verlangend uitkijken naar de wedergeboorte van hun zieke crack. ,,Op dit zware veld zijn onze tegenstanders moe geworden. Jij met jouw techniek moet ze eruit kunnen lopen, Abe.'' De speler blijft het hoofd schudden. Hij voelt zich katterig en verlangt naar zijn bed, waar hij nooit uit had moeten kruipen.

Maar Huisman is een charismatische doordouwer en hij krijgt Lenstra zover dat hij het opnieuw een minuut of tien wil proberen. Abe gaat het veld op en speelt de defensie van Be Quick helemaal zoek. Heerenveen wint royaal en aan het slot is het witte broekje van Lenstra nog hagelwit.

Bekend van hem is dat hij niet op elke plaats wilde spelen, welke de keuzecommissie van het Nederlands elftal voor hem in gedachten had. Toen men hem linksbuiten had gezet voor een interland in Engeland, bleef hij gekwetst thuis. Toch was hij in feite buitengewoon allround. In Heerenveen fungeerde hij in bepaalde gevallen als een half-aanvallende spil en bestreek het hele middenveld. In kampioenschapswedstrijden in de oorlog hielp hij soms in het laatste kwartier mee om de verdediging te stutten. Men had hem ook tussen de palen kunnen zetten, want de Friese dribbelaar kon alles.

Het opvallende was dat hetgeen Lenstra ogenschijnlijk met het grootste gemak presteerde, toch wel degelijk mentaal op hem drukte. Soms, aan het einde van een seizoen, was hij meer dan voetbalmoe en ging hij zelfs nauwelijks meer kijken hoe zijn medespelers het er afbrachten.

    • Herman Kuiphof