Abdallah II eet in de stad en maakt zich geliefd

De Jordaanse koning Abdallah II verovert de harten van zijn onderdanen. Maar politieke hervormingen blijken moeilijker.

Toen de directeur van het Bashir-ziekenhuis in mei een telefoontje kreeg van het hof dat de koning ,,u een bezoek wil brengen'', stond koning Abdallah al beneden in de gang. Honderden mensen zaten op de vieze vloeren te wachten op dokters die niet kwamen. Schoonmakers droegen patiënten naar de intensive care. Longfoto's waren verwisseld, de elf liften deden het niet. Het personeel van dit volksziekenhuis probeerde de koning een rozig beeld voor te schotelen. Maar de koning beval de directeur de service te verbeteren en trok er meteen geld voor uit. Toen er twee bliksembezoeken later nog niets veranderd was, ontsloeg hij de man. Nog steeds klagen mensen dat hun slippers in de operatiezaal worden gestolen. Maar sommige liften doen het weer, er zijn nieuwe röntgenapparaten en men zegt dat de verpleegsters minder snauwen.

Met dit soort acties maakt de 38-jarige koning Abdallah, die in februari zijn aan kanker gestorven vader opvolgde, zich bij zijn volk snel populair. Hij hoort in vermomming taxichauffeurs uit. Vorige week zat hij elke dag met vrouw en kinderen op de tribune, in voetbalshirt, om Jordaanse deelnemers aan de Arab Games toe te juichen. Hij eet in restaurants in de stad, lijfwachten achterlatend bij de deur.

Cynici zeggen dat dit een gemakkelijke manier is voor de koning om de harten van zijn onderdanen te winnen. Tot voor kort stond hij bekend als ,,de meest onopvallende prins in het land'', zonder enige politieke ervaring, die bovendien beter Engels spreekt dan Arabisch, Maar Firas Nasser, een werkloze metselaar die een klus zoekt in de bouwput van het toekomstige hotel Le Royal (gebouwd, zegt men, met gesmokkelde Iraakse miljoenen van Saddams vermoorde schoonzoon Hussein Kamel), ziet het anders: ,,Iedereen weet hoe corrupt Jordaanse ambtenaren zijn. Dat de koning niet alleen naar hen luistert maar ook naar het gewone volk, betekent dat hij hen net zo min vertrouwt als wij dat doen.''

Velen delen die mening. Volgens Salameh Ne'matt, die in juli werd benoemd tot hoofd Strategische Studies aan het hof, is de koning geschokt door de corruptie en het wanbeleid van zijn omvangrijke ambtenarenapparaat, wil hij de monopolies van enkele almachtige families breken en politieke hervormingen doorvoeren: ,,Anders dan zijn vader is hij een echte liberaal.'' Maar zelfs voor een vorst die de macht heeft om ziekenhuisdirecteuren te ontslaan, is hervormen niet eenvoudig. De families wier tomeloze macht hij zegt te willen breken zetten hem de voet dwars.

De eerste maanden wilde Abdallah zijn positie consolideren. Alleen in het leger, waar hij carrière maakte en waar hij op handen wordt gedragen, durfde hij een schoonmaak aan: hij ontsloeg de opperbevelhebber en ruim 100 officieren. Politiek wilde hij nog niemand tegen de schenen schoppen. Hij benoemde 's lands bekendste hervormer, de bankier Abdel Karim al-Kabariti, tot chef van het hof – een van de invloedrijkste posten in Jordanië. Om ook de conservatieven te vriend te houden maakte hij de apotheker Abdur-Ra'uf Rawabdeh premier. Kabariti is bezig de budgetten van de koninklijke familie te beknotten, duizenden auto's die koning Hussein belastingvrij aan burgers had gegeven alsnog te belasten en restrictieve wetten als de pers- en publicatiewet te versoepelen.

Maar de premier slaat veel van Kabariti's orders - indirect orders van de koning - in de wind, met als gevolg dat de twee al maanden niet met elkaar praten.

Hoewel geruchten gaan dat Abdallah de regering wil vervangen, heeft hij nog niet ingegrepen. Ne'matt diende na tien dagen zijn ontslag in toen bleek dat Rawabdeh de perswet op bepaalde punten juist aanscherpte. Hij hoopte dat de koning voor hem zou opkomen. Maar Abdallah accepteerde zijn ontslag. Een veeg teken, vindt Ne'matt: ,,Hij geeft de conservatieven een stem. Begrijpelijk in dit stadium. Maar hoe harder ze schreeuwen, hoe moeilijker de koning hen kan overtroeven.''

De `conservatieven' vormen geen homogene groep. Invloedrijke Jordaanse families behoren ertoe, die dankzij verwanten op hoge posten ware handelsimperia hebben opgebouwd en kunnen verhinderen dat concurrenten importlicenties krijgen. Zij zijn voor de economische hervormingen waarop IMF en Wereldbank aandringen, mits zij de hand kunnen blijven leggen op staatsbedrijven die worden geprivatiseerd. Op hen doelde Wereldbank-directeur Wolfensohn toen hij laatst tegen Abdallah zei: ,,Uw ideeën spreken mij aan, maar uw regering doet het tegenovergestelde.'' Ook de stammen vallen in de categorie conservatieven, vooral die uit het zuiden, die in ruil voor politieke rust door koning Hussein werden afgekocht met banen, auto's en andere gunsten die danig in de papieren lopen. Kleine luyden horen eveneens tot de conservatieven: `pure' Jordaniërs die bovenal bang zijn dat politieke hervormingen de Palestijnse meerderheid (zo'n 70 procent) meer invloed geven.

Zo iemand is Abdel Hadi al-Majali (28), een lagere middenklasser bij de krant Al-Arab al-Yoom maar naamgenoot en familielid van de huidige parlementsvoorzitter die erom bekend staat dat hij het met de scheiding tussen politiek en zaken niet zo nauw neemt: ,,Als de koning corruptie wil aanpakken, prima. Maar de Palestijnen gelijke rechten geven marginaliseert ons Jordaniërs. Ik ben bang voor de toekomst.''

Wijlen koning Hussein vreesde vooral fundamentalisten, Palestijnen en liberalen met hun leuzen over vrijheid en democratie. Zijn zoon Abdallah heeft deze groepen juist aan zijn kant. De liberalen, om voor de hand liggende redenen. De fundamentalisten, omdat Abdallah hen naar verluidt graag in de regering wil (ze zouden binnen de gevestigde orde tammer zijn dan erbuiten), omdat ze de gevestigde orde graag een toontje lager zien zingen en omdat ze onder een soepeler perswet vrijelijker hun mening kunnen uitdragen. De Palestijnen, omdat de koning hun eindelijk evenredige vertegenwoordiging wil geven in het parlement (zodat ze geen enkele reden meer hebben om Yasser Arafat te steunen). Dat koningin Rania Palestijnse is, is voor hen geen onbelangrijk detail.

Alledrie de groepen haatten bovendien het stokpaardje van koning Hussein: het vredesproces met Israel. Dat Abdallah meer waarde hecht aan het aanhalen van de banden met Syrië en de Golfstaten dan aan warme relaties met Israel, doet hun plezier. ,,Hij is onze hoop'', zegt Abdullatif Arabiyaat, secretaris-generaal van het Front voor Islamitische Actie dat na een boycot van jaren in juni weer meedeed aan (gemeente)verkiezingen, en 79 van de 100 kandidaten verkozen zag. ,,Koning Hussein was getekend door zijn ervaring met de Arabisch-Israelische oorlogen en de Palestijnse opstand. Het vredesproces werd zijn obsessie. Abdallah beoordeelt de zaken meer zoals ze zijn. Ik ben blij met die verandering.''

Salameh Ne'matt merkt op: ,,De koning is de oppositie.'' Tot ongenoegen van zijn supporters heeft Abdallah echter onder druk van de regering zijn plan voor een nieuwe Kieswet weer in de kast gelegd. De conservatieven vertellen hem dat Jordanië een soort Palestina wordt als de Palestijnse stem evenveel waard wordt als de Jordaanse - ofwel hij zal ,,de troon verliezen''. Een ingewijde weet: ,,De koning luistert ernaar. Stabiliteit is voor hem als nieuwkomer belangrijk.'' Ook de koninklijke familie waarschuwt Abdallah. Dat Kabariti hun toelagen inperkt, vinden zij al moeilijk genoeg. Dat hij aan de Hashemitische hegemonie wil tornen met ingrijpende economische en politieke hervormingen, gaat velen van hen helemaal te ver.

Onder koning Hussein was Jordanië een land van veel meningen maar steeds minder controverse. Hij was de man van de gulden middenweg, die nu stevig is geplaveid met Arabische wasta (vriendjespolitiek) en compromissen die 's lands slagvaardigheid niet altijd ten goede komen. Als koning Abdallah werkelijk schoon schip wil maken, zeggen Jordaniërs, dan moet hij doen wat hij in het Bashir-ziekenhuis deed: trefzeker de gevestigde orde te lijf gaan. Dat zal hem vele taaie vijanden bezorgen. Maar of hij er na zes maanden schipperend koningschap nog van overtuigd is dat hij die prijs wil betalen, weten velen toch niet meer zo zeker.