Ziener van licht en ritmes

Naar nu pas bekend is geworden, is donderdag, 26 augustus, de schilder Jaap Hillenius (1934) doodgereden in Amsterdam. Hillenius laat een figuratief, maar ook een abstract oeuvre na, veelal studies van licht en kleur, die in een poëtisch web van vlakjes en streepjes uitmondden. Deze zoektocht naar een `optische waarheid', zoals hij het zelf noemde, zag Hillenius als een grootscheepse oefening, die uiteindelijk in één enkel, universeel schilderij moest worden samengebald.

Abstract betekende voor Hillenius niet dat zijn beelden werden losgezongen van de werkelijkheid. Integendeel, alles draaide om de waarneming, om `het laten zien wat we niet zien in wat we zien', zoals de schrijver/vertaler August Willemsen het ooit formuleerde. Hillenius leerde in het licht dat de dingen toedekt, of dat nu in de woestijnen van Arizona was, de heuvels van Ierland of de oerwouden van Guatemala, steeds méér `pointillistisch' waar te nemen; en datzelfde spectrum op een boomblad of een zonnestraal als een volleerde `ziener' te analyseren. Met heldere verftinten wilde hij dergelijke ervaringen weer oproepen.

Hillenius, broer en reisgenoot van bioloog-schrijver Dick Hillenius, ging begin jaren vijftig naar de Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijs in Amsterdam. Als `gevoelig expressionist', zoals hij zelf zei, legde hij zich toe op het figuratief schilderen van landschappen en portretten en op grafische technieken. In 1958 en `59 ontving hij de Koninklijke Subsidie, enkele jaren later werd zijn grafiek onderscheiden met de Henriëtte Roland Holstprijs en in 1978 kreeg hij de Jeanne Oosting-prijs.

Vanaf 1968 werkte hij ook in een atelier in Loenen aan de Vecht, gelegen in de tuin van architect Aldo van Eyck (1918-1999), met wie hij een passie voor etnografica deelde. In een interview in deze krant, precies drie jaar geleden, 30 augustus 1996, zei de schilder daarover: ,,De bron van alle kunst is het bezweren van doodsangst, de angst voor het onbegrijpelijke.'' Was Van Eycks architectuur nauw verweven met diens collectie - textiel, kralen, aardewerk en ander gebruiksgoed uit Oceanië, Afrika, pre-columbiaans Zuid-Amerika, in Hillenius' werk ontbreken die verwijzingen. Het ging hem om `het geheim dat die objecten in zich dragen', om de intuïtie van die anonieme makers die zichzelf ondanks voorschriften veel speelse, vormgevingsvrijheid permitteerden.

Trends hadden geen grip op Hillenius. Hij is een beschouwelijk kunstenaar genoemd, die naarmate hij verder wegdook in de natuur - voor hem `de harmonie' - geen vormen meer zag, maar groei en ritmes in water en vegetatie. Dat zoeken naar een `diepere' waarneming ging zelfs zover dat hij onderzoek deed naar zijn oogbewegingen. Door later de kleuren zodanig naast elkaar te plaatsen dat ze elkaar beïnvloedden en in lichtintensiteit aanvulden, bouwde hij doeken op, die, zoals vaker gezegd, zelf bijna licht afgaven.

Over dat ene, finale, universele schilderij dat Hillenius jarenlang voor ogen heeft gestaan, zei hij in 1983: ,,Er is alleen een bewegelijke hoeveelheid licht waarin zich alles zal afspelen.'' Helaas heeft hij dat doek niet kunnen voltooien. En jammer genoeg is geen enkel groot museum op het idee gekomen een overzicht aan Hillenius' werk te wijden.