Vrede met het eigen leven

Hoe nemen mensen beslissingen over hun leven, als ze die nemen. Soms lijkt het meer alsof je beslist wordt, alsof het leven je meeneemt naar een punt waar je zogenaamd een beslissing neemt, maar eigenlijk ben je alleen maar daar gearriveerd waar je niets anders kunt doen dan uitspreken, voor jezelf of tegen anderen, wat allang zo was of wat niet anders meer kon. Het is achteraf nooit zo moeilijk om te doen alsof er allerlei rationeels plaatsvindt, van alles wat met `nadenken' en `afwegen' en `tot de conclusie komen' te maken heeft, maar van veel belangrijke dingen weet je voornamelijk dat ze zo gegaan zijn, nu eenmaal, blijkbaar, en dat je leerde ergens mee te leven of merkte niet langer op een bepaalde manier te willen leven.

In het nieuwe boek van Vonne van der Meer, Eilandgasten, komen allerlei mensen voor die iets moeten `beslissen' of `oplossen'. En de ratio helpt ze daarbij maar nauwelijks. Die weet het allemaal wel, die ratio, die zegt braaf dingen die neerkomen op: `je moet het je niet aantrekken' of `het is onzin om daar nu nog weer over te piekeren'. Er is redelijkheid die aandringt op grootmoedigheid, maar de mens is soms zo kleinzielig. En voortdurend moeten er ook kopjes gewassen, luiers verschoond, macaroni gekookt, boodschappen gedaan – het gewone leven heeft zoveel te doen en te zien en zo weinig tijd voor redelijk denken. Wel voor malen en razen en dwars doen, dat kan altijd heel goed gewoon doorgaan tijdens de wandeling, het bedden opmaken, het luisteren naar muziek.

In één van de verhalen uit dit boek, verhalen die zich allemaal in een vakantiehuisje op Vlieland afspelen, dus allemaal buiten het gewone doen, is een meisje van twintig vijf weken zwanger. Niet bedoeld en ze heeft ook eigenlijk helemaal geen leven waarin een kind past. Toch heeft ze nog niet beslist om het te laten weghalen. Ze logeert in het zomerhuisje met een vriendin van haar moeder, 43, kinderloos. Die heeft ooit wel een zwangerschap onderbroken. En ze is het daar zelf nog altijd mee eens. Ze voelt zelfs de nogal sterke neiging om tegen de vage Sanne te zeggen dat ze niet zo stom moet doen, dat ze het gewoon moet laten aborteren dat iets dat nog niet eens een kind is.

Daar zit wat in. Vage jonge meisjes die geen idee hebben wat het betekent om een kind te krijgen, die de aanstaande vader nog geen drie maanden kennen, die geen geld en geen werk hebben, zulke meisjes doen er veel beter aan om even te wachten. En in de ogen van deze Martine al zeker. Die denkt: `het mag niet, niet blijven zitten. Het is niet eerlijk, een kind met een kind. (-) iedereen krijgt maar kinderen, maar ik kan het een huis geven met een tuin met een boom met takken zo dik dat er makkelijk een schommel aan kan hangen, een boomhut kan ook, alles wat ik in me heb kan ik het geven, ik heb een kind veel meer te bieden. Sanne kan nog niets, weet niets, nog niet eens wat ze worden wil, ja moeder misschien.'

Hier ziet men de onlogica in ware gedaante. Alsof het een wedstrijd is wie de beste moeder is. Alsof er ergens wordt afgemeten wie het waard is. Alsof rechtvaardigheid in zaken als deze een rol speelt. Het enige wat duidelijk wordt uit deze gedachtegang is dat de vrouw die dit allemaal denkt geen vrede heeft met haar kinderloosheid. Dat ze er verdriet om heeft, verdriet dat zich uit in zinloze, machteloze gedachten als `alles wat ik in me heb kan ik het geven', een zin die in de verkeerde tijd staat, want als ze zich echt had neergelegd bij alles had er toch op z'n minst moeten staan `had ik het kunnen geven' of `zou ik het hebben kunnen geven', het is immers niet meer aan de orde. Zegt ze. Want ze is immers drieënveertig. Maar in haar hoofd, of misschien moet je zeggen in haar achterhoofd of in haar buik of ergens in ieder geval is het nog altijd wel aan de orde. En tegelijkertijd wil ze haar keuze van ooit, die zich eigenlijk niet laat verenigen met dit nog altijd niet gestilde verlangen, niet afvallen. Ze is jaloers omdat ze enigszins ongelukkig is over hoe het in haar leven gegaan is. En daarom mag vage Sanne dat kind niet krijgen.

Het gaat er subtiel aan toe in dit verhaal, zoals trouwens in al deze verhalen, waarin de kleinste gemoedsbewegingen, de bijna geheime gemoedsbewegingen aan het licht worden gebracht. Het is daardoor ook zo makkelijk om met iedereen mee te denken. Natuurlijk wil Sanne haar kind houden. Natuurlijk had Martine gelijk om te handelen zoals ze deed, natuurlijk zit ze nu in de knoop. Weghalen is zo onherroepelijk. Zo onherstelbaar. Dat laat zich nog eens te meer voelen als, zoals deze Martine is overkomen, er later nooit meer een kind komt. Als die tak schommelloos blijft.

Niemand kan `beslissen' om vrede met zijn leven te hebben. Je kunt het krijgen, ooit, geleidelijk aan. Er kan een moment zijn waarop je `besluit' niet langer de kant op te kijken van het verdriet, maar weer de andere kant op. Zo'n besluit ontstaat, door iets, door een gedicht, iets wat iemand zegt, door een foto, een wandeling, een lichtval. Dan is er niets over, of opgelost, want pijn blijft altijd wel ergens zitten en steekt soms onverwacht de kop op. Maar toch is er iets gewonnen. Vrede. Vitaliteit. Hoe wankel die dan soms ook lijkt.

Alle verhalen in Eilandgasten lijken daar wel over te gaan. Over de verovering van die geheimzinnige, onduidelijke vrede, of aanvaarding, over het heroveren van vitaliteit. Dat heeft weinig spectaculairs. Soms betekent het niet meer dan dat iemand weet te zeggen `Dat het wel goed kwam, ooit. Dat de tijd de rest moest doen, de tijd, de wind en het zout'. Er is niets opgelost, en toch ook wel. Dat lees je maar zelden, die kleine bewegingen en overwegingen, die mini-avonturen die maken dat iemand voelt dat hij leeft. Diep ademhalen. Zingen op de fiets. Een spekpannenkoek lekker vinden. Dwars tegen de wind in lopen. Kunnen zeggen en denken dat het wel goed is, zelfs al had je het graag anders gewild.

Niemand beslist om iets te aanvaarden in dit boek, en misschien daarbuiten evenmin. Iedereen moet het doen in zijn of haar leven. Dat neemt niet weg dat het huis leeg blijft, dat er geen hut in de boom wordt gebouwd, dat er geen kind is dat aanspraak maakt op `alles wat ik in me heb'. Of, in andere verhalen, dat een overleden vrouw een pijnlijk gemis blijft, dat het overspel definitief iets heeft veranderd. Er komt een moment, er blijkt een moment gekomen te zijn, waarop verdriet niet langer een muur is waar bijna niet overheen te kijken valt. Hoe dat kan, weet denk ik niemand. Maar hoe dat zo'n beetje gaat, uit hoeveel onbeheersbare en ongrijpbare onderdelen zo'n ommekeer bestaat, dat is nu beschreven.

    • Marjoleine de Vos