Veerkracht de grootste winst van hockeyvrouwen

's Ochtends aan de ontbijttafel hoorde Tom van 't Hek het al rondzingen. Wij worden vandaag Europees kampioen, spraken zijn hockeysters eensgezind en in hun stemmen bespeurde de bondscoach geen spoor van twijfel. Goedkeurend hoorde hij het aan, al was het maar omdat de oud-international daardoor niet langer de enige was die dat hardop durfde te beweren.

Glimlachend herinnerde Van 't Hek enkele uren later aan het voorval, nadat zijn ploeg kort daarvoor het woord bij de daad had gevoegd. Met 2-1 werd Duitsland bedwongen in de finale die slechts bij vlagen kon boeien. Niettemin kon Van 't Hek zijn geluk niet op. ,,We zijn in staat om goed hockey te spelen, ook op de momenten dat het er toe doet'', meende hij.

Aanleiding voor die opmerking was de gezapige vertoning van twee dagen eerder, toen Engeland zijn ploeg in de halve finales ernstig in verlegenheid bracht en een golden goal uiteindelijk redding bood. Ditmaal echter namen de hockeysters vanaf het begin het initiatief om dat, met uitzondering van de eerste vijftien minuten na rust, niet meer uit handen te geven.

Een ziedend schot van Mijntje Donners, halverwege de tweede helft na knullig balverlies in de Duitse defensie, bezegelde het lot van de thuisploeg die zodoende directe plaatsing voor de Olympische Spelen misliep. Om alsnog in Sydney te belanden is Duitsland aangewezen op het kwalificatietoernooi, over zeven maanden in Milton Keynes.

Van 't Hek slaakte gisteren een zucht van verlichting bij het vooruitzicht de komende dertien maanden geen kwalificatiezorgen aan het hoofd te hebben. ,,Dat geeft mentale rust en bespaart ons een hoop energie.'' Al te goed herinnert hij zich bovendien de martelgang van vier jaar geleden, toen Nederland in Zuid-Afrika op de rand van de afgrond balanceerde en het elftal als los zand aan elkaar hing. Een beter doelsaldo dan de nummer zes in de eindstand, hockeydwerg China, bracht de ploeg alsnog in Atlanta.

In vier jaar kan veel veranderen, constateerde Van 't Hek gisteren. Werd de Europese titel in 1995 ,,vooral op basis van karakter'' in de wacht gesleept, intussen paren zijn speelsters technisch en tactisch vernuft aan mentale veerkracht. ,,We hebben ons evenwicht gevonden'', wist Van 't Hek. ,,Zelfs als het tegenzit, zoals vrijdag tegen Engeland, slepen we een wedstrijd nog uit het vuur.''

Bij het toernooi om de Champions Trophy, twee maanden geleden in Australië, liet de ploeg al zien op mentaal vlak grote vorderingen te hebben gemaakt. Duitsland, in Brisbane overigens nog met 3-2 te sterk voor Nederland, ondervond dat gisteren. De 1-0 achterstand dankzij een rake strafbal van spelverdeelster Britta Becker bracht de titelverdediger ditmaal niet van de wijs. Nog voor rust tekende Van den Boogaard met haar elfde treffer van het toernooi voor de gelijkmaker.

Tevreden was Van 't Hek verder vooral met de wijze waarop zijn selectie omging met de druk. Voor het eerst sinds hij vijf jaar geleden aantrad, begon zijn ploeg als de uitgesproken favoriet voor de eindzege. Kritiek als zou de Europese titel weinig voorstellen gelet op de bedroevende tegenstand in de groepswedstrijden, wees hij van de hand. ,,Dit toernooi gaat weliswaar om twee wedstrijden, maar dan moet je d'r wel staan en dat hebben we gedaan.''

Zoveel zelfvertrouwen hebben de hockeysters dat zelfs wereld- en olympisch kampioen Australië op zijn tellen moet passen. ,,Ik zeg niet dat we straks in Sydney eventjes olympisch kampioen worden'', zei Van 't Hek. ,,Maar dat we het kunnen, dat staat vast. Australië is niet meer de wonderploeg die het een paar jaar geleden was, terwijl wij steeds beter gaan presteren.''

Van 't Hek begint zijn olympische campagne komend najaar met oefenduels tegen Duitsland en Engeland. In januari hoopt hij een trainingsstage in Zuid-Afrika te beleggen. Zwaartepunt in de aanloop naar de Spelen wordt het toernooi om de Champions Trophy, volgend jaar mei in Amstelveen. `Sydney' moet de kroon op het werk worden van de coach die volgend jaar afzwaait en de eer toekomt het vrouwenhockey uit het slop te hebben gehaald.

Symbool voor de herwonnen geestdrift staat keepster Clarinda Sinnige, met verdedigster Minke Booij een van de uitblinkers in Keulen. Vrijdag voorkwam de doelvrouw van Amsterdam met drie fraaie reddingen voortijdige uitschakeling, gisteren was de opvolgster van Daphne Touw andermaal een rots in de branding. Tot groot genoegen van Van 't Hek die voor het eerst sinds het afscheid van Jacqueline Toxopeus, drie jaar geleden, weer over een betrouwbare keepster beschikt.

Sinnige smeet in Keulen de deur voor Touw in het slot, al weigerde de 26-jarige international het zelf zo te zien. Een basisplaats claimen is niet aan haar besteed. Bedeesd: ,,Zo ben ik niet. Bovendien is dit geen ploeg waar met de vuist op tafel geslagen wordt. Zo van: ik erin en zij eruit. Iedereen speelt voor en met elkaar. Dat is de kracht van dit team.''

Van 't Hek onderschreef die mening. Voorgoed voorbij lijken de dagen dat de internationals elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Zo nam routinier Suzan van der Wielen gisteren in haar 156ste interland zonder morren genoegen met spaarzame invalbeurten. Van 't Hek, opgewekt: ,,Ze zien elkaar steeds minder als concurrenten. Ook dat is winst.''