Twents Operafestival begint jong en licht

Het eerste Twents Opera Festival begon het afgelopen weekeinde met concerten, een lezing en de eerste voorstellingen door de Nationale Reisopera van Mozarts Die Zauberflöte in de Enschedese Diekman Hal, een sporthal die nu `Diekman Music Hall' heet. Het Twentse Festival richt zich met tweetalige brochures en programmaboekjes ook op operaliefhebbers in Duitsland, op luttele kilometers van Enschede. Op het programma staan verder onder andere een gala met de Russische zanger Dmitri Hvorostovsky en dirigent Sir Neville Marriner, een openluchtconcert met dirigent Jaap van Zweden en voorstellingen van Purcells Dido and Aeneas en Wagners Tristan und Isolde.

Binnen de `Diekman Music Hall' herinnert niets meer aan een sporthal. Er staan tribunes met duizend zitplaatsen in een amfitheateropstelling tegen een orkestbak en het podium. Daarboven hangt een circusachtig plafond van rood textiel. Het gevolg is een droge akoestiek, die het lastig maakt voor het European Sinfonietta (leden en oudleden van het Euopees Jeugdorkest) onder leiding van Vincent de Kort de muzikale kwaliteiten voluit te laten horen.

Die Zauberflöte krijgt hier een eenvoudige enscenering zonder veel van de gebruikelijke symbolistische zwaarwichtigheid. Door de coupures in de gesproken dialogen verdwijnt wat scherpte, zoals de beproeving van Papageno, door het oude vrouwtje, dat later Papagena blijkt te zijn. Het geheel is aardig en sympathiek, maar ook niet veel meer. De internationale cast bestaat uit jonge zangers, behalve dan de Amerikaanse bas Zelotes Edmund Toliver, die twintig jaar geleden al bij de Wiener Staatsoper zong. Opmerkelijk is verder dat in een aantal voorstellingen de drie knapen worden gezongen door drie maagdjes.

De voorstelling wordt gemaakt door de lenige en schalkse Papageno van Quirijn de Lang. Onze landgenoot die in Amerika studeert, blijkt bij zijn Nederlandse operadebuut een goed zingende en aanstekelijk acterende theaterpersoonlijkheid. De andere personages zijn veel minder geprofileerd en maken soms ook vocaal minder indruk. De Tamino van Friedrich von Mansberg is pril en schuchter, om niet te zeggen zwak. Beter gaat het met Johannette Zomer (Pamina) en Patrizia Cigna (Koningin van de Nacht), wier coloraturen zó licht zijn dat ze afkomstig moet zijn van een zeer ver sterrenstelsel.

Voorstelling: Die Zauberflöte van W.A. Mozart door de Nat. Reisopera en European Sinfonietta o.l.v. Vincent de Kort. Decor en kostuums: Roswitha Gerlitz; regie: Irinia Brook en Dan Jemmet. Gezien: 28/8 Diekmanhal Enschede. Herhalingen: 2, 3/9.

    • Kasper Jansen