Tomeloze Brinkhorst twijfelt niet

D66'er Laurens Jan Brinkhorst, minister van Landbouw, beloofde de Tweede Kamer het morgen beëindigde reces te zullen gebruiken om te komen met een aangepast voorstel voor de mestproblematiek die zijn voorganger te veel werd.

Drieëndertig jaar later zegt Hans van Mierlo: ,,Ik zie hem nog zitten, recht tegenover me. Met dat brilletje en een beetje hoge toon waarop hij zijn verhaal bracht. Maar een goed verhaal: scherpzinnig en terzake. Hij viel meteen op.'' Laurens Jan Brinkhorst was er op 14 oktober 1966 bij toen in het Amsterdamse Krasnapolsky de Politieke Partij Democraten '66 werd opgericht. De laatste actieve D66'er van het eerste uur is nu minister van Landbouw.

Sinds die veertiende oktober beleefde de partij dieptepunt na hoogtepunt. Peilingen gaven soms nul, soms dertig zetels aan. Partijleiders kwamen, gingen, maakten hun comeback en verdwenen weer. D66-stromingen volgden elkaar op. Zat de partij in een Van Mierlo-fase, dan kregen de romantici met hun voorliefde voor staatsrechtelijke vernieuwing de overhand. Mensen die in D66 meer een beweging zagen die op den duur overbodig zou blijken, dan een politieke partij.

Maar was Jan Terlouw de partijleider, dan gold: ,,Staatsrechtelijke hervormingen? Daar heb je een tweederde meerderheid voor nodig. Dat haal je nooit, daar besteed ik mijn tijd niet aan.'' Met Terlouw aan het roer was D66 een doodnormale partij die de nadruk legde op sociaal-economische thema's en verschillen van inzicht maskeerde uit vrees voor machtsverlies. En al die tijd bleek Brinkhorst de constante in de partij een soort super-D66'er, wars van de twee gezichten die de partij heeft. Bij hem lijken alle redenen waarom mensen op die partij stemmen of lid worden, samen te komen.

,,Milieu-radicaal'', noemt Bert Bakker, de huidige vice-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Brinkhorst. ,,Laurens Jan is altijd zéér voor staatsrechtelijke vernieuwing geweest'', zegt Van Mierlo. ,,Brinkhorst zat meer in mijn stroming'', zegt Terlouw. ,,En die is dat je in de politiek zit om macht te verwerven en daar zo goed mogelijk mee omgaat.'' Brinkhorst is kortom de vleesgeworden Politieke Partij Democraten '66. Maar één kenmerk van leden en sympathisanten van die partij is hem vreemd: twijfel.

Prof.mr. L.J. Brinkhorst (18 maart 1937) heeft volgens een ieder die hem claimt te kennen onmiddellijk `ja' gezegd toen de partij hem vroeg Haijo Apotheker op te volgen als minister van Landbouw. Apotheker miste de steun van het kabinet om op zijn manier het aantal varkens terug te brengen. ,,Ik heb toen meteen tegen hem gezegd: `ik weet zeker dat je het doet''', zegt Doeke Eisma, een vriend met wie Brinkhorst in de D66-Eurofractie zat. ,,Niet zozeer vanwege de portefeuille Landbouw, maar omdat hij als lid van het kabinet zich overal mee mag bemoeien. Dat vindt hij heerlijk.''

,,Ik hoorde dat Haijo weg wilde en voordat ik adem kon halen zat Laurens Jan daar al'', zegt Terlouw, ,,typisch Brinkhorst.'' Logisch dat hij nauwelijks na hoefde te denken, vinden Brinkhorsts partijgenoten. Als de partij hem roept is hij loyaal. Dat is altijd zo geweest, weet Terlouw: ,,Waar hij voor gesteld wordt, doet hij en goed. Hij probeert intussen beslissingen wel te beïnvloeden, maar als de partij iets besluit, voert hij het loyaal uit.''

Loyaal, geen twijfelaar, het zijn de etiketten die vaak samen met geldingsdrang, ambitie, intelligentie en ijver worden geplakt op mensen die een wetenschappelijke, ambtelijke of politieke carrière tot een succes hebben gemaakt. Bij Brinkhorst, die topfuncties bereikte in al deze disciplines, hoort echter de toevoeging `tomeloos'. En `jong'. Jong afgestudeerd als meester in de rechten in Leiden, jong professor, jong fractievoorzitter in de Groningse Staten en jong staatssecretaris. ,,Brinkhorst wordt nooit oud'', vindt Bakker.

,,Hij is een planner'', zegt zijn Leidse jaargenoot, de journalist Rob Soetenhorst. ,,Op de dag van zijn achttiende verjaardag haalde hij zijn rijbewijs.'' Iets aan de hoekige kant, vindt Europarlementariër Hanja Maij-Weggen. ,,Hij weet dat hij niet dom is, en goed, en dat laat hij ook merken.'' Niets mis mee, vindt Terlouw. Als je anoniem wilt zijn en nederig, dan word je geen fractievoorzitter of minister.

,,Nederlanders zijn altijd beschroomd om voor hun ambities uit te komen'', zei Brinkhorst in 1992 in deze krant. ,,Ik ben op het punt gekomen dat ik daar geen problemen mee heb.'' Via de pers solliciteerde hij aldus naar een ministerspost in het eerstvolgende kabinet waar D66 deel van uit zou maken. Tevergeefs. Het oog is wel vaker groter dan de maag gebleken. `Mister Europe' greep eind 1993 naast het voorzitterschap van de Eurofractie van D66. Jan Willem Bertens bleek meer bekendheid in de partij te genieten.

Brinkhorst hield zich al met al beschikbaar voor meer functies dan in één mensenleven kunnen worden vervuld. Het prestigieuze EG-ambassadeurschap in Washington ging aan zijn neus voorbij. Evenmin schopte hij het tot Eurocommissaris, commissaris van de koningin in Utrecht of Groningen, of voorzitter van de liberale Eurofractie. Het is niet zo verwonderlijk dat het steeds mis ging, gezien de partij waar Brinkhorst bij zit. D66'ers moeten al enige gêne overwinnen om een folder in de bus te duwen, laat staan dat ze kunnen lobbyen voor een top-dog binnen de eigen gelederen. Niettemin bleef hij aan de partij hangen, vooral tijdens de talloze D66-crises. ,,Dan schiet hij in de wandelgangen tijdens een congres iedereen aan, spreekt ze moed in en vertelt waarom juist nu die partij zo belangrijk is'', vertelt Bakker.

,,Laurens Jan is van een ambtelijk wetenschappelijk denker geleidelijk aan een politieke denker geworden'', vat Van Mierlo de carrière van Brinkhorst samen. In het begin was iedereen bij D66 apolitiek. Ook Brinkhorst, die als hoogleraar Europees Recht voor D66 in 1970 in de Groningse Provinciale Staten terechtkwam en daar fractievoorzitter werd. ,,Zijn optreden in de Staten van Groningen was geen groot succes'', herinnert zich de oud-commissaris van de koningin in Groningen, Toxopeus. ,,Hij had allerlei ideeën dat het allemaal anders moest, maar hij kon nooit zeggen hoe. Let wel, Brinkhorst was toen nog heel jong. Hij zal inmiddels wel een stuk vooruit zijn gegaan.''

Zo'n Brinkhorst haalde Van Mierlo naar Den Haag, waar de 36-jarige staatssecretaris Europese Zaken werd. Brinkhorst kreeg een unieke positie in het geruchtmakende kabinet-Den Uyl. ,,Hij mocht bij alle ministerraden aanwezig zijn en meepraten'', weet D66-coryfee en toenmalig staatssecretaris Zeevalking zich nog te herinneren. ,,Wij moesten achter onze ministers zitten, maar Brinkhorst niet, die zat aan tafel.'' Met de uitzonderingspositie voor Brinkhorst hoopte Van Mierlo het D66-geluid in het kabinet te laten klinken. ,,Maar aan discussies deed hij niet mee, dat deed ik'', zegt de enige D66-minister van toen: Hans Gruijters. Het D66-geluid had tijdens het kabinet Den Uyl toch al een bescheiden volume. De partij stond op nul zetels in de peilingen en tijdens een congres in 1975 werd een motie om D66 op te heffen maar nipt verworpen. In de statuten bleek te staan dat voor zo'n beslissing een tweederde meerderheid nodig is.

De schade van de bijna-opheffing van D66 viel mee toen de afrekening kwam. De partij won twee zetels in 1977 en ging onder aanvoering van Terlouw zelfs naar zeventien in 1981. Terlouw, Van Mierlo en Zeevalking namen als minister plaats in het tweede kabinet-Van Agt met CDA, PvdA en D66. Het werd een ramp. Het kabinet viel bijna voordat het aan de regeringsverklaring kon beginnen. Een aanvulling op het regeerakkoord door Brinkhorst stelde het voortbestaan van Van Agt II alsnog veilig.

Dit `rampenkabinet' viel na acht maanden, waarna de twee D66-stromingen die steeds na elkaar waren gekomen plots tegenover elkaar kwamen te staan. Brinkhorst en Terlouw wilden door met het CDA om zo D66 ten opzichte van de oorspronkelijke bondgenoot PvdA te `emanciperen'. ,,Ik vond en vind dat een taxatiefout'', zegt Van Mierlo nu. De kiezer meed in de verkiezingen daarna het verdeelde en niet meer zo gezellige D66 en met Terlouw als lijsttrekker leed de partij verhoudingsgewijs een van de grootste nederlagen uit de parlementaire geschiedenis: van zeventien naar zes zetels. De oude partijtop verdween in zijn geheel, Terlouw kreeg een topfunctie in Parijs, Van Mierlo werd senator en Brinkhorst werd EG-ambassadeur in Japan. ,,Hij voelde zich verantwoordelijk voor die verkiezingsnederlaag'', zegt Terlouw nu.

Het zou twaalf jaar duren voordat D66 regeringsverantwoordelijkheid ging dragen en Van Mierlo D66'ers in een kabinet (Paars I) kon plaatsen. Ondanks diens sollicitatie twee jaar eerder klopte van Mierlo niet aan bij, inmiddels, Europarlementariër Brinkhorst. De verklaring daarvoor was gesneden koek voor eenieder in Den Haag, inclusief een groot aantal D66'ers: Van Mierlo had de taxatiefout van Brinkhorst en diens vertrek naar Japan in de donkerste dagen van D66 natuurlijk nooit vergeven. En ach, zet Brinkhorst en Van Mierlo naast elkaar, dan zie je toch in een oogopslag dat die twee wel in conflict moeten komen. ,,Het zijn heel verschillende karakters'', vindt Eisma. ,,Hans vond Laurens Jan te eager en die vond dat Hans te slordig met de macht omging. Het is ook het verschil tussen het bohémien-achtige bij Van Mierlo en het rationele bij Brinkhorst.''

Van Mierlo, geïrriteerd: ,,Roddels natuurlijk, Den Haag doet niets liever. Hoe durven mensen dat soort dingen toch op te schrijven als ze mijn binnenste niet kennen.'' Weliswaar vertrok Brinkhorst op een precair moment, maar dat soort dingen gebeurt volgens Van Mierlo nu eenmaal in de politieke carrières van twee mensen die zoveel met elkaar te maken hebben. ,,Maar ik zeg dit nu, en dan wordt geschreven: `Van Mierlo ontkent', zo van: wij weten wel beter. Je kunt het niet tegenhouden.''

Er is maar één reden waarom Brinkhorst niet een van de vier ministers werd in Paars I en dat is dat de enige post waarvoor hij in aanmerking kwam, Buitenlandse Zaken, al was vergeven aan de partijleider. ,,Dan had ik in het parlement moeten gaan zitten'', legt Van Mierlo uit, ,,en dan was dat paarse kabinet er niet gekomen. Niet dat Brinkhorst alleen voor Buitenlandse Zaken geschikt was, maar ik wilde die drie andere portefeuilles hebben (Justitie, Volksgezondheid en Economische Zaken) en daarvoor was hij niet geschikt.''

Voor Landbouw kennelijk wel. Hier en daar werden de wenkbrauwen gefronst toen een stralende Brinkhorst met cameraploegen in zijn kielzog in juni weer over het Binnenhof liep. Was dat niet de man die altijd zei dat D66 wordt vermalen als het in een regering zit waar het getalsmatig niet hoefde? Was D66 ineens een machtsfactor in Paars II? ,,De partij riep'', zeggen D66'ers daarop. Landbouw, Europa, milieu en D66, logisch dat uit die optelling Brinkhorst komt. Waarom schoof D66 hem dan niet meteen naar voren toen het tweede paarse kabinet in 1998 aantrad? ,,Als ik aan iets begin, maak ik het af'', zei Brinkhorst toen tot de partijtop. En op dat moment was dat zijn termijn als Europarlementariër die nog een jaar liep.

In die functie wekte Brinkhorst ook niet de indruk graag tot het huidige kabinet toe te treden, getuige het lijstje bewindslieden dat hij vanuit Brussel op de korrel nam - ,,verre voorganger'' Benschop, staatssecretaris Europese Zaken en de ministers Zalm (Financiën) en Van Aartsen (Buitenlandse Zaken). Allen maakten zich schuldig aan miskenning van Europa en aan de arrogantie van de macht. Vooral van het landbouwbeleid van het ,,ministaatje'' Nederland heeft de afgelopen jaren weinig gedeugd naar het oordeel van Brinkhorst. De Nederlandse veestapel moet drastisch worden gedecimeerd, vindt hij.

,,Je weet waar je aan toe bent met Laurens Jan'', is het algemene oordeel over de minister van Landbouw. Dat weten ook de varkens-, kippen- en rundveehouders die goed overweg konden met vakminister Apotheker, maar die nu te maken krijgen met een milieu-radicaal die zich in 33 jaar een grote politieke handigheid heeft eigengemaakt. ,,Vroeger zou je zeggen dat hij naar links is opgeschoven'', zegt Van Mierlo. ,,In klassieke termen zat hij aan de rechterkant, ook in discussies in de partij. Maar eerlijk gezegd: links en rechts, dat zijn zulke misleidende termen tegenwoordig, ik durf ze nauwelijks op hem toe te passen.''