Kunst, bier en lof

Wie in Nederland met de kop boven het maaiveld uitsteekt, krijgt een grootse hommage. Een optieregeling op roem. Televisie houdt niet alleen van schurken en slachtoffers maar ook van helden. Ik heb al heel wat persoonshuldigingen gevolgd, van sportlieden, schrijvers, captains of industry, politici. De interviewer kan niet anders dan zijn eer bewijzen omdat hij net te weinig van het onderwerp weet om een kritische vraag te kunnen stellen.

Pieter-Jan Hagens had keurig zijn huiswerk gedaan voor zijn gesprek van vrijdagnacht met Hugo Claus, naar ik begreep de Euripides van de Twintigste Eeuw. Maar voor een sprankelend debatje had Hagens nog verder door moeten leren. Bedeesd stelde hij zijn voorbereide vraagjes. Je weet maar nooit hoe zo'n kunstenaar reageert. Waarom Claus toch familie zo graag als thema neemt. Hèhè, gelukkig was Claus aardig en hij voegde uit zichzelf wat biografische wetenswaardigheden toe aan zijn antwoord. En Claus wilde toch ook een duidelijk verwijt aan de kerk illustreren, concludeerde Hagens ijverig. Claus knikte.

Drie dramaschrijvers, Maria Goos, Willem-Jan Otten en Benno Barnard mochten vertellen waarom ze Claus zo fantastisch vinden. Delen uit toneelstukken werden opgevoerd. Het mooiste vond ik de dialoog in Interieur tussen een jonge homoseksueel en een pastoor die hem na de liefdesdaad de rug had toegekeerd. Gerard-Jan Rijnders van het Amsterdams Toneel had zijn vondstjes aan het fragment uit Blindeman toegevoegd. De spelers stonden zélf tussen de stoelen van de schouwburg, haha, de rollen waren omgedraaid, dat was nog nooit eerder vertoond.

Ironisch zei Claus dat Rijnders ,,geen gebaar niet had opgevolgd''. Hij wilde niemand te hard vallen. Beminnelijk hoorde hij de complimenten aan. ,,Een leerzame avond'', zei hij over al die interpretaties van zijn stukken. In Nederland word je als kunstenaar met religieuze eerbied bejegend. De bohémien is bisschop. In Vlaanderen krijgt Claus niet die erkenning. Zijn stukken worden daar niet gespeeld, zei hij treurig. Daar wordt het maaiveld op ouderwetse manier kort gehouden.

Over zaalkunst viel nergens een onvertogen woord, want het was het weekeinde van de Uitmarkt in Amsterdam. Bezoekers worden dan opgetrommeld in een gratis kermis van muziek, toneel en dans. Kunst Moet. Maar bier moet ook. Dus Avro meldde trots dat Heineken de hoofdsponsor was. Toeschouwers moeten dus met tot aan de rand gevulde plastic bekers van de ene voorstelling naar de andere zijn gewaggeld.

Judith de Bruijn hield onschuldige reportagegesprekjes. Zittend bij het Jazz Orchestra van het Concertgebouworkest merkte Edwin Rutten op dat de Uitmarkt zo uniek was. Natuurlijk, geen ander land mengt zoveel alcohol en mayonaise door haar evenementen. Elke week kun je kiezen tussen drie braderieën. Rutten vroeg aan De Bruijn of ze elders zoiets als de Uitmarkt kende. ,,Nee, maar ik ken ook niet zoveel'', gaf ze eerlijk toe. Ze hielden het luchtig, daar bij de Avro, Broodjes Gezond van veel populaire bands, wat cabaret, operette en zo nu en dan een slablaadje zwaarder werk.

Maar buiten de Uitmarkt was er in het weekeinde genoeg groots en meeslepends te zien. De Amerikaanse verfilming van David Mamets gewelddadige dialogen in Glengarry Glenn Ross met Jack Lemmon en Al Pacino als louche verkopers van waardeloze stukken land. Ook Heddy Honigmanns documentaire Het Ondergronds Orkest heb ik gisteren ademloos uitgezien, over vaak illegaal verblijvende straat- en metromuzikanten van Parijs, hun persoonlijke geschiedenissen en hun liefde voor muziek. Prachtige scènes. Nauwkeurig volgde ze een vrouw in de metrotrein die niet wist of ze de spelende muzikanten moest aankijken of de ogen veilig en anoniem voor zich naar beneden moest houden.

De documentaire was vooral een poëtisch verslag over ballingen, hun instrumenten en hun verdriet. Tragiek zonder roem en zonder biertje erbij.