EEN SCHAKER VAN EEN ANDER SOORT

De 33-jarige Rus Alexander Chalifman uit Sint Petersburg werd in Las Vegas wereldkampioen schaken. Hij is de `nieuwe jongen' van de FIDE.

Alexander Valerevitsj Chalifman, die in 1966 geboren werd in de stad die toen Leningrad heette en nu Sint Petersburg, kreeg al vroeg te maken met de ondoorgrondelijke wispelturigheid van het ambtelijk apparaat van de Sovjet-Unie. Hij was twee keer jeugdkampioen van zijn land geweest en eind 1984 zou hij aan het Europees jeugdkampioenschap in Groningen mee mogen doen, zijn eerste buitenlandse toernooi. Een paar weken voor het begon kreeg hij te horen dat hij er niet heen mocht. De papieren waren niet in orde, werd er gezegd. Waarom niet?

Ergens in de krochten van de bureaucratie moest iemand een formulier op een verkeerde stapel gelegd hebben, vermoedde Chalifman. Maar er waren zoveel formulieren en ze werden zo vaak van de ene naar de andere stapel verplaatst, dat het onmogelijk was om uit te vinden wie dat gedaan had.

Een jaar later mocht hij wel naar Groningen en hij werd jeugdkampioen van Europa. Wie is uw schaakheld? vroeg een journalist. Chalifman zei dat het Robert Fischer was, en in die tijd was dat een vrijmoedig en zelfs wat gewaagd antwoord voor een Sovjetburger.

In de jaren daarna ging het goed met zijn schaakloopbaan. Hij won verschillende toernooien, waaronder Dordrecht 1988 en het belangrijke New York Open van 1990 en aan het eind van 1990 deelde hij op de wereldranglijst de tiende plaats.

Het leverde hem uitnodigingen voor de grote toernooien op en hij sloeg er een uitstekend figuur. Gedeeld tweede in het Hoogovenstoernooi. Gedeeld derde, achter Karpov en Ivantsjoek, in het World Cup toernooi in Reykjavik. In Reggio Emilia, ook een toptoernooi, versloeg hij Karpov en maakte hij remise tegen Kasparov. Dit alles was in 1991.

In dat jaar verhuisde Chalifman naar de Duitse stad Frankfurt. Al meteen liet hij merken dat hij gemengde gevoelens over deze stap had. ,,Ik kan nu ademen'', zei hij in een interview in New in Chess, maar hij besefte ook dat hij om vrij te kunnen ademen veel had moeten opgeven, zijn vrienden, zijn familie en de plekken van zijn kindertijd. ,,Soms voel ik me echt ziek van heimwee.''

Toen zei hij ook dat hij geen vechter was, en hij bedoelde daarmee niet dat hij graag slappe remises speelde, want dat deed hij helemaal niet, maar dat hij geen plezier beleefde aan een agressieve sfeer waarin schakers hun tegenstanders als vijanden beschouwen.

Karpov en Kortchnoi schreven boeken met de titel Schaken is mijn Leven. Chalifman zei dat hij beslist niet iemand was die zou zeggen dat schaken zijn leven was. Het was zijn beroep, hij hield ervan, maar als hij moest kiezen tussen alleen schaken en helemaal niet schaken, dan zou het het laatste worden. Hij was 25 jaar. Bij veel schakers komt dat inzicht later.

Het heimwee werd sterker en waarnemers wisten te melden dat Chalifman in die tijd meer dronk dan goed voor hem was. In 1994 werd hij in Wijk aan Zee in een kandidatenmatch hardhandig met 5-1 verslagen door Valeri Salov. Het jaar daarna ging het in Linares weer vrij goed, al beklaagde Karpov zich in een tijdschrift dat Chalifman en Dreev uit drinken waren gegaan, dat Dreev daardoor geen tegenstand had geboden tegen Kasparov en dat hij, Karpov, dus geen eerlijke kans op de toernooioverwinning had gehad.

In Duitsland werd het heimwee naar Rusland Chalifman teveel en hij ging terug naar de stad die inmiddels Sint Petersburg heette. Hij werd kampioen van Rusland in 1996, hij won verschillende andere toernooien en hij werd beschouwd als een creatief speler met een aantrekkelijke aanvallende stijl. Maar bij de wereldtop hoorde hij niet meer.

1998 was een slecht jaar voor hem. In het toernooi om het wereldkampioenschap in Groningen, eind 1997, had hij Anand kunnen uitschakelen, maar hij nam in gewonnen stelling remise en verloor vervolgens in de tiebreak. Hij was er zwaar door aangeslagen en in 1998 ging zijn rating hard achteruit.

En zo was hij op de wereldranglijst op de 45ste plaats beland toen een maand geleden het wereldkampioenschap in Las Vegas begon. In de eerste ronde werd hij bijna uitgeschakeld door de Indiase grootmeester Barua. Wat als die in de derde partij van de tiebreak niet een gewonnen stelling in remise had laten verzanden? Ach, het heeft geen zin om na te denken over wat er in een knock-out toernooi allemaal had kunnen gebeuren.

Tegen het eind van het toernooi zei Chalifman dat hij het van tevoren niet erg serieus had genomen. Hij zei ook dat hij zich tegenwoordig als een amateur beschouwde en dat de schaakschool die hij eind vorig jaar in Sint Petersburg had opgericht veel belangrijker voor hem was dan zijn eigen schaakcarrière. Toen Judit Polgar zijn tegenstander was en er werd gevraagd of hij niet afgeleid werd door een vrouw, zei hij dat hij een oude man was die daar geen last van had. Misschien was het een grapje.

Na aftrek van verschillende heffingen kan Chalifman bijna een half miljoen dollar meenemen uit Las Vegas. Niet slecht voor een oude amateur om nu nog het toernooi van zijn leven te spelen en wereldkampioen te worden. Hij wordt toegejuicht door vele echte amateurs, die het leuk vinden dat een relatief onbekende schaker de elite achter zich heeft gelaten.

De FIDE doet alsof zij het ook leuk vindt, maar het is de vraag of dat waar is. In een schaaktoernooi dat volgens het knock-out systeem gespeeld wordt, speelt het toeval een grote rol. Al van te voren kan je zeggen dat de kans dat de beste schaker het toernooi wint, bijzonder klein is.

Vorige keer, in Groningen 1997, gebeurde dat toch, Anand won. De bazen van de FIDE waren blij en zagen bevestigd dat het systeem goed werkt. Nu het deze keer anders is gegaan en nummer 45 van de ranglijst wereldkampioen is geworden, ziet de FIDE weer een lichtpunt: dat de elite door elkaar geschud is.

Er is nog een ander wereldkampioenschap, dat van Gari Kasparov. Hij beschouwt zichzelf en niet `de nieuwe jongen van de FIDE' als de rechtmatige opvolger van de helden uit het verleden. Maar al drie jaar lang slaagt hij er niet in om sponsors voor een match om zijn wereldkampioenschap te vinden. In 1997 zou hij tegen Karpov spelen en in 1998 tegen Shirov. Het ging niet door en de match tegen Anand die voor dit jaar was aangekondigd, staat ook al weer op losse schroeven.

Zo moeten we het voorlopig doen met Alexander Chalifman. De veertiende wereldkampioen uit de schaakgeschiedenis, de negende die het onder de vleugels van de FIDE werd. Een zeer sterk schaker, maar toch een schaker van een ander soort dan de vorige dertien kampioenen. De FIDE heeft haar wereldkampioenschap onherstelbaar getrivialiseerd.

Het deert FIDE-president Kirsan Iljoemzjinov niet. In Las Vegas zei hij dat hij in zijn Kalmukse hoofdstad Elista volgens oud Kalmuks gebruik een lam had geofferd voor de toekomst van de FIDE, en hij leek er niet aan te twijfelen dat de goden dit offer aanvaard hebben.

    • Hans Ree