Een knallende stijlbreuk tussen Lully en Cavalli

Wie denkt aan Franse muziek, denkt aan precieuze passieloosheid, aan smachtende schoonheid, eerder gekunsteld dan gespierd. Maar zoals de Franse schrijver Nicolas Boileau-Despréaux préciosité in de poëzie bestreed (`niets is zo mooi als de onversierde waarheid'), zo eiste zijn tijdgenoot Jean-Baptiste Lully een orde in de muziek zonder getierelier: `Mon récitatif n'est que pour parler.'

De openingsvoorstelling van het achtiende Festival Oude Muziek markeerde vrijdag meteen het belangrijkste thema onder de titel `Le Goût Français en Musique'. Het nog jonge ensemble Le Mercure Galant werkte er in samen met de dansers van Les Fragments Réunies met muziek rond Lully. Al toonde Lully uiterlijk overeenkomsten vertonen met Den Uyl (zijn gekreukte jas vol tabaksvlekken) en al was zijn temperament hoogst grillig (de ene keer de instrumenten kapotslaand op de hoofden van de musici, de andere keer ze gul uitnodigend bij hem thuis), zijn muziek ademt een en al discipline, er heerst volstrekte orde.

De uitvoeringen waren matig, die van de traverso-speler Serge Saïtta uitgezonderd. Maar zaterdag musiceerden The King's noise en de Boston Violin Band overweldigend fraai: één muzikale vlammenzee aan puur genot, ondanks het renaissance-instrumentarium krachtiger dan menig barokensemble. Choreografe Lucy Graham gaf Lully's Ballet-entrées in Fransesco Cavalli's opera L'ercole Amanti (De gelukkige Hercules) veel vindingrijker vorm dan Les Fragments Réunies.

Op uitnodiging van kardinaal Jules Mazarin schreef Cavalli zijn groots opgezette opera (vijfstemmig waar hij doorgaans driestemmig componeerde) bestemd voor het huwelijk voor de Zonnekoning met Marie-Theresa van Oostenrijk. De première werd alsmaar uitgesteld vanwege vertraging in de bouw van de spectaculaire Salle des Machines in de Tuilerieën met een podium tweemaal zo diep als de zaal. Vandaar dat men op de bruiloft genoegen nam met de reeds zes jaar oude Serge, in 1985 het hoogtepunt op het Utrechtse festival. Ook toen was het grootste succes weggelegd voor de bewerkingen van en de toevoegingen door Lully.

In L'Ercole Amanti vormen de pathetische recitatieven de kern en zijn er slechts enkele korte ariaatjes voor de bijrollen. De karakters worden minder uitgediept als bij het grote voorbeeld Monteverdi. Cavalli beperkt zich tot het dramatische conflict. Spankracht spreekt uit de sterke architectuur, de knallende stijlbreuk met Lully valt daarbij niet weg te poetsen. 337 jaar na dato had regisseur Jack Edwards het in Utrecht niet moeilijk, want lange barokaria's die de handeling maar ophouden ontbreken bij Cavalli. De vaart zat er in en het zag er mooi uit in donkerblauwe diepte sugererende decors waartegen de goudgeel glinsterende figuren fraai afstaken.

Muzikaal waren de 25 solisten goed voor hun taak berekend met in de hoofdrollen de welluidende bariton Nathaniel Watson als Hercules en de heldere sopraan Ellen Hargis als zijn teer beminde Iole. De erepalm was echter weggelegd voor de Zweedse mezzosopraan Ann Hallenberg, een getourmenteerde Callas van de barokopera in haar rol als echtgenote van de overspelige Hercules.

In dezelfde tijd als van Cavalli's muziek is er de aanleiding voor een deel van het thema `Poolse muziek' in het festival. Bartlomiej Pekiel, murw door de oorlog tegen de Zweden, verkocht al zijn bezittingen in Warschau, waaronder het huidige Palais Belvedere, teneinde zijn geluk te beproeven in Krakau. In Warschau componeerde Pekiel naar de mode van die tijd in de Venetiaanse pronkstijl. In Krakau werd hij wat men zou noemen een post-modern componist, teruggrijpend op oude verworvenheden, onder invloed van de briljante Rorantisten Kapel van Maciej Miskiewicz. Deze bedacht voor Pekiels bekendste werk de titel Missa Pulcherrima ad instar Praenestini (1669), verwijzend naar Palestrina.

Maar met Palestrina heeft de mis maar weinig van doen, de melodieën zijn `modern' barok-tonaal, helder en direct, al is de techniek `ouderwets'. The Tallis Scholars voelden de sfeer goed aan, vooral de stuwing aan het slot van het fanatieke Credo was van een beklemmende klankpracht.

Naast Franse en Poolse muziek was er ook nog een aan de Italiaanse madrigalist Luca Marenzio gewijd thema. Marenzio werkte aan het hof van Warschau — zo valt alles samen! Deze `zoetste zwaan van Italië' escaleerde in een eenzame muziek, zoetvloeiend als honing uit een eik, traag stromend in een mild mystieke chromatiek. Het Concerto Italiano is thuis in de gespierde wereld van Monteverdi, maar het wist ook redelijk raad met Marenzio's delicatie douceur. Bij Paul van Nevel en het Huelgas Ensemble in een zestal Intermedieën onder de titel La Pellegrina als een soort voorlopers voor de opera met vooral belangrijke bijdragen van Marenzio en Christofano Malvezzi hielden precieuze precisie en gevoel voor grote architectuur elkaar perfect in evenwicht.

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Les Fragments Réunies, L'Ercole Amante, The Tallis Scholars en Huelgas Ensemble. Gehoord 27, 29/8 op diverse lokaties te Utrecht.

    • Ernst Vermeulen