Dichterlijke traptechniek

Hij schopt niet, hij schiet niet, Luc Nilis trapt de bal. Hij streelt hem ook niet. Natuurlijk is het onvermijdelijk de manier waarop hij de bal verplaatst als een uiting van gevoel te beschouwen. Zo subtiel, stijlvol en met gevoel zwaait hij zijn benen naar de bal. Zoals een golfspeler met zijn stick swingt, zo swingt Nilis met zijn benen. Strelen kan niet. Strelen doe je alleen met blote handen, niet met geschoeide voeten. Trappen, dat is het juiste woord.

Heel zijn lichaam lijkt geschapen om een bal te trappen. Zoals hij zich beweegt, sluipend en loerend, lijf en leden in balans, altijd klaar om de bal te trappen. Zijn rug is een beetje gebogen, zijn schouders hangen, zijn armen zorgen voor evenwicht. Zijn handen gebruikt hij al zwaaiend en wijzend om de afstand en richting van zijn schoten te bepalen. Zijn benen zijn niet kaarsrecht, maar zoals bij voetballers van zijn soort bij het kniegewricht op den duur licht naar buiten gaan staan.

Zijn knieën zijn altijd een beetje gebogen, alert op onverhoedse bewegingen. Bij voorkeur draagt hij een wijde, wat lang uitgevallen broekje, dat op zijn heupen hangt. Hoog zal hij het broekje nooit optrekken. Liefst trekt hij het iets omlaag. Want een strak broekje blokkeert de bloedsomloop tussen boven- en onderlijf. Het kruis moet ruim zijn om het gevoel een kans te geven. Wanneer hij een vrije trap, strafschop of hoekschop gaat nemen, trekt hij eerst zijn broekje iets omlaag, zodat het in de gewenste plooi om zijn heupen hangt.

Zo is de trapartiest uit Zonhoven ook met zijn kousen bezig. Voor de trap eerst de kousen hoog optrekken, tot net onder de knieschijf. Liefst gooit hij nog zijn scheenbeschermers af. Omdat ze hinderlijk aan zijn benen kleven en er op dat moment toch even geen schopper in de buurt is om zijn schenen te schenden. Maar voetballen zonder scheenbeschermers is tegenwoordig tegen de spelregels. Dus laat Nilis de beschermers maar onder zijn kousen zitten. In de wetenschap bovendien dat deze spelregel is ingevoerd om voetballers als hij te wapenen tegen onverlaten met klompen aan hun voeten.

Van Nilis genieten is van Nilis' traptechniek genieten. Naar zijn trapbewegingen kijken kan leiden tot een mystieke ervaring. Zoals we worden meegevoerd in poëzie of muziek, in literatuur, film of schilderkunst, zo kunnen we worden geraakt door de wijze waarop een man een bal met zijn voet verplaatst. Deelgenoot zijn van een uitzonderlijke demonstratie van kunnen. Kunst, ja. Zoals we dat in het verschralende Nederlandse voetbal zelden meer zien, vertoond nota bene door een al 32-jarige in eigen land miskende Belg.

Nilis is niet 's werelds beste of zelfs mooiste voetballer. Vooral in Zuid-Amerika en Afrika, maar ook in Zuid-Europese landen spelen tal van voetballers die dezelfde kunst machtig zijn. Zou Nilis temidden van deze artiesten acteren, dan zou hij mogelijk niet eens opvallen. De kans om het tegendeel te bewijzen heeft de PSV'er nooit gekregen. Altijd zijn degenen met wie hij een zogenoemd koningskoppel vormde, met Oliveira, Ronaldo en nu Van Nistelrooy, aantrekkelijker voor de grote clubs van Europa. Misschien is een fluwelen traptechniek niet voldoende om de wereld te veroveren.

Misschien is Nilis toch te veel gevoelsvoetballer, een voetballer die al gaat twijfelen aan zijn talent zodra zijn enkelgewricht stijf voelt, zijn schoenveters te los zitten, zijn kousen de verkeerde kleur hebben en zijn voetbalbroekje te kort is. Gelukkig maar. Want zonder Nilis zou het Nederlandse voetbal alweer een artiest minder hebben.