De rode bisschop

Uiteindelijk stierf hij een vredige dood, en niet de gewelddadige die zijn aartsvijanden hem jarenlang toewensten. Dom Helder Cámara, de voormalige aartsbisschop van het Braziliaanse Recife, kampioen van de allerarmsten en symbool van het verzet tegen het dictatoriale regime in Brazilië in de jaren zestig en zeventig, overleed vrijdagnacht op negentigjarige leeftijd in zijn slaap.

Helder Cámara werd op 7 februari 1909 geboren in Fortaleza, in het sterk verarmde noordoosten van Brazilië. Zijn vader was journalist en theatercriticus, zijn moeder lerares. De naam Helder was afgeleid van de Nederlandse kustplaats Den Helder – zijn vader was tijdens het doorbladeren van de atlas door deze naam gefascineerd geraakt. Het verhaal wil dat de Cámara op vierjarige leeftijd reeds had besloten dat hij priester wilde worden. Op 14-jarige leeftijd ging hij naar het priesterseminarie toe, zijn priesterwijding volgde in 1931.

De jonge priester was al snel actief in politieke en sociale bewegingen. Zo organiseerde hij een arburbeidersbeweging voor christelijke jongeren. In die tijd flirtte Cámara ook met het `integralisme', een Braziliaanse nationalistische beweging met sterk fascistische trekken. Later zou hij zich hiervoor schamen. De conservatieve rooms-katholieke kerk moest weinig hebben van het activisme van de priester en stuurde Cámara naar Rio de Janeiro, alwaar hij opdracht kreeg om het religieuze onderwijs op poten te zetten. Maar Cámara ontpopte zich in de stad als spreekbuis voor de bewoners van de favelas, de krottenwijken.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Cámara tot de overtuiging dat er in de wereld sprake is van een conflict tussen arm en rijk, en niet tussen Oost (communisme) en West (democratie), zoals hij in de jaren dertig had geloofd. De rijke landen hebben welvaart gecreëerd ten koste van de arme landen, zo meende de priester, die in 1952 wijbisschop van Rio werd. ,,De multinationals zijn de grootste kracht in ons leven'', zei Cámara in 1981 tegen de Washington Post. Deze gedachtegang zou Cámara nooit meer loslaten, ook niet toen deze dependencia-theorieën in de loop van de jaren tachtig aan populariteit verloren.

De ster van Cámara in eigen land steeg na de oorlog razendsnel. Zijn frequente bezoeken aan de krottenwijken, zijn vurige toespraken op televisie en zijn herhaalde pleidooien voor landhervormingen en gerechtigheid, maakten de bisschop geliefd onder de bevolking. De toenmalige Braziliaanse president Juscelino Kubitschek bood Cámara zelfs het burgemeesterschap van Rio de Janeiro aan, maar Dom Helder bedankte voor de eer.

In 1964, het jaar dat militairen de macht grepen in Brazilië, werd Cámara benoemd tot bisschop van Olinda en Recife. Daar verwierf hij internationale faam. Hij veroordeelde de martelingen onder het militaire regime en pleitte voor landverdeling onder de armen. De militairen bestempelden Cámara als communist en zo kreeg hij de naam `de rode bisschop'. Op bevel van het regime werd Dom Helder door de Braziliaanse media doodgezwegen, een enkele uitzondering daargelaten. Cámara ontsnapte aan verscheidene aanslagen. Naasten van hem hadden minder geluk en werden gemarteld en neergestoken teruggevonden. Cámara beschikte naar eigen zeggen over drie lijfwachten: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

In de jaren zeventig en tachtig ontwikkelde Cámara zich tot een van de sterkste pleitbezorgers van de bevrijdingstheologie, een progressieve stroming binnen de rooms-katholieke kerk die een einde wil maken aan sociale ongelijkheid. Cámara zei zelfs begrip te kunnen opbrengen voor marxistische guerrillabewegingen in Latijns Amerika, ondanks zijn eigen geweldloze benadering van sociale problemen. In de jaren tachtig werden veel bevrijdingstheologen tot de orde geroepen door het Vaticaan. Cámara trad in 1985 op verzoek van Rome terug als bisschop. Hij was toen 76 jaar.

Cámara was door de internationale gemeenschap inmiddels overstelpt met lintjes, eredoctoraten en prijzen, maar de Nobelprijs voor de Vrede bleef uit. Het Vaticaan en het regime in Brazilië zouden actief hebben gelobbyd om de toekenning ervan aan Cámara tegen te houden. Op dezelfde manier zou Cámara ook de kardinaalshoed zijn misgelopen. Het kon Cámara niet deren. Zijn meest dierbare bezit was zijn tong, en die bleef hij tot het einde van zijn leven gebruiken.