De kerkhoven van Zimbabwe zijn vol

in Zimbabwe worden de lijken nauwelijks nog gewassen voor de begrafenis en raken de begraafplaatsen overvol. Geen dorp, geen bedrijf en geen gezin dat niet door aids is getroffen.

Negen kinderen had de 69-jarige Elisabeth Nkomo. Zes zijn aan aids overleden. Eén zit voor het huis op een bank, door ziekte te zwak om te lopen. Een ander zoekt al maanden tevergeefs naar werk. De negende woont in Harare, de hoofdstad van Zimbabwe, en richt zich volgens nationaal gebruik volledig op de familie van haar echtgenoot.

Elisabeth Nkomo staat er alleen voor, zoals ze heel haar leven al gewend is. In haar eentje zorgt ze voor vijftien wezen die ze van haar kinderen heeft geërfd. Zeven jongens, acht meisjes. De oudste is negentien, de jongste net een half. Met zijn allen wonen ze in Entumbane, een van de armenwijken van Bulawayo, de tweede stad van Zimbabwe. In een kale driekamerwoning slapen ze bij gebrek aan matrassen op de grond.

,,Mijn kinderen hadden mij op mijn oude dag moeten verzorgen'', vindt Elisabeth Nkomo. Ze is moe en ze kwakkelt al zo lang met haar gezondheid. Wat er met de kleinkinderen gebeurt, als haar iets overkomt, daar wil ze niet aan denken. ,,Ik vind het al moeilijk genoeg deze dag door te komen.'' Ze toont de keuken waar haar hele voorraad bestaat uit een stuk zeep en een halflege fles olie. ,,Geen idee hoe ik de kinderen vandaag weer eten moet geven.''

Bij het afscheid krijgt de oude vrouw twintig Zim-dollar, 120 cent, voor suiker en maïsmeel. Bester Manzini, veldwerker van de organisatie Revival for Hope, betaalt dat geld uit haar eigen zak. Ze gooit geen etensresten meer weg, vertelt ze, sinds ze vijf jaar geleden als vrijwilligster bij de organisatie is begonnen. Overal en altijd is ze bezig om geld en spullen bij elkaar te schooien voor al die nooddruftige gezinnen die voor wezen zorgen. Zonder vaste bron van inkomsten ondersteunt de organisatie 5.541 wezen met voedsel, begeleiding, schoolgeld en juridische hulp.

In Afrika wemelt het van de oma's als Elisabeth Nkomo.

Volgens UNAIDS, het VN-onderdeel dat de aidsbestrijding bundelt, hebben in Zimbabwe al bijna 500.000 kinderen onder de 15 jaar één of meer ouders door aids verloren. Dat is één op de twaalf. Volgens de prognoses verdubbelt dat aantal de komende zes jaar. In heel Afrika, ten zuiden van de Sahara, waren er eind 1997 7,8 miljoen wezen als gevolg van aids.

De meesten worden nog altijd opgevangen door de uitgebreide familie, het sociale vangnet van Zimbabwe. Maar Simukai Dube, woordvoerder van de Matabeleland AIDS Council, stelt vast dat de hoeksteen van de Afrikaanse samenleving onder de stijgende druk dreigt te bezwijken. In Zimbabwe zwerven naar schatting al meer dan 20.000 kinderen over straat.

In Zimbabwe is de dood alomtegenwoordig. Op de hoek van Jason Moyo Avenue en Third Street, midden in het centrum van Harare, bieden tientallen verkopers rouwkransen aan. Enkele kilometers verderop, op de markt in Mbare, zagen en schaven de doodkistmakers alsof hun leven ervan afhangt, maar ze houden de vraag ternauwernood bij. Op een doordeweekse dag telt regeringskrant The Herald negenenhalve kolom rouwadvertenties en condoleancebetuigingen, tegen een halve kolom voor huwelijken en geboorten. Advertenties van begrafenisondernemingen en verzekeringsmaatschappijen vullen nog een kolom.

Geen dorp, geen bedrijf, geen gezin dat niet door aids is getroffen. Volgens Russel Kerkhoven, tot voor kort adjunct-directeur van de Southern Africa AIDS Information Dissemination Service (Safaids), heeft het relatieve hoge ontwikkelingsniveau van Zimbabwe zich tegen het volk gekeerd. Juist door goede wegen, uitstekend openbaar vervoer en omvangrijke arbeidsmigratie heeft de epidemie zich in recordvaart over het land kunnen verspreiden. Een op de vier volwassenen – anderhalf miljoen mensen – was eind 1997 besmet met HIV, het Human Immunodeficiency Virus, dat tot aids leidt. Daarmee is Zimbabwe een van de zwaarst getroffen landen ter wereld. De vloedgolf aan doden die het land de komende vijftien jaar overspoelt, bereikt zijn piek naar verwachting pas in het jaar 2006.

Welzijnswerkers zeggen nu al dat het grote aantal doden psychologisch en economisch een zware aanslag op de samenleving vormt. ,,Mensen rouwen niet meer zoals vroeger'', vertelt Simukai Dube, van de Matabeleland AIDS Council.

Begrafenissen duren niet meer dagen. Steeds vaker worden ze in het weekend of 's avonds gehouden. Rituelen worden afgeraffeld. Dube heeft het opgegeven om alle begrafenissen van bekenden bij te wonen. Als het familieleden betreft, gaan hij en zijn broer bij toerbeurt. Verloffaciliteiten bij sterfgevallen zijn door de meeste ondernemingen in Zimbabwe al beperkt tot de naaste familie. Nog klagen bedrijven dat het verzuim door dood en ziekte de laatste vijf jaar meer dan verdubbeld is.

De epidemie heeft ook het bestaan in de begrafenisbranche drastisch veranderd, vertelt Keith Martin. Hij is directeur van Mashford & Son, een van de grootste begrafenisondernemers van Zimbabwe. Eén op de drie Zimbabweanen – 3,8 miljoen mensen – heeft een begrafenisverzekering bij Mashford & Son. De gemiddelde leeftijd van de overledenen lag tien jaar geleden boven de zestig. Inmiddels begraaft het bedrijf overwegend mensen tussen de 18 en 39 jaar. Doodsoorzaak is in meer dan driekwart van de gevallen aids.

Nabestaanden zijn de laatste vijf jaar ook laconieker geworden, zegt Martin. ,,Vroeger werden mensen boos als wij, vanwege het besmettingsgevaar, weigerden om een lijk te wassen.Tegenwoordig nemen ze niet eens meer de moeite het zelf te doen.''

De directeur snapt niet dat nabestaanden nog steeds zoveel geld spenderen aan een teraardebesteling. De kosten variëren van 360 tot 3.000 gulden, inclusief het voeden van de gasten. Dat is een een kwart tot twee keer een gemiddeld jaarinkomen in Zimbabwe.

Als het aantal doden verder toeneemt, voorspelt Martin, kunnen de meeste families die lasten niet meer dragen. Hij voorziet ook dat Zimbabwe in de nabije toekomst moet overgaan op crematies, tot dusver in het land een vrijwel onbekend verschijnsel. Begrafenissen wijken al steeds vaker naar het platteland uit omdat op de kerkhoven in de stad geen plaats is. Ook de mortuaria zijn meer dan vol. Het mortuarium van Bulawayo herbergt driehonderd lijken, drie keer zoveel als toegestaan.

De regering van Zimbabwe heeft nooit veel aandacht aan de aids-epidemie besteed. De 75-jarige president Robert Mugabe had het te druk met militaire inmenging in Congo en met de zwaarste economische crisis sinds de onafhankelijkheid in 1980.

Volgens een recent rapport van UNDP, het United Nations Development Program, is de regering er de laatste twee decennia niet in geslaagd om levensstandaard en welzijn van haar burgers te verbeteren. Het UNDP voorziet de komende jaren voor Zimbabwe alleen maar achteruitgang onder invloed van aids.

Maar George Tembo, leider van UNAIDS in Zimbabwe, meent dat de regering aids de laatste twee jaar wel degelijk serieuzer is gaan nemen. Al erkent hij dat van een coherente, intersectorale aanpak nog geen sprake is. Triest consteert hij dat de meeste Afrikaanse landen pas tot daden komen als er bij bosjes doden vallen. ,,Politieke interesse kan blijkbaar alleen worden gewekt door mortaliteit.''

Dit is het tweede in een serie artikelen over Aids in Afrika. Het eerste artikel verscheen 28 augustus in het Zaterdag Bijvoegsel.