`Bewondering is een goede beweegreden'

Jurrian van Dongen manifesteert zich dit seizoen in verschillende theaterproducties als tekstschrijver, regisseur en speler. Hij is 25 en veelgevraagd. ,,Voorlopig heb ik baat bij alle lof'', zegt hij.

Overdag repeteert Jurrian van Dongen voor de musical Piaf, waarin hij de rol speelt van de laatste, jonge echtgenoot van de door Liesbeth List gespeelde chansonnière. 's Avonds repeteert hij voor de solomusical Diana, waarin hij Vera Mann regisseert. Zijn teksten voor de nieuwe theatershow van Jenny Arean heeft hij inmiddels ingeleverd, maar aan het scenario voor een voorstelling van de Kleinkunstakademie over de liedkunst van de twintigste eeuw moet nog verder worden gewerkt. Hij is 25 en veelgevraagd.

Tussen twee repetities door loopt Van Dongen het café binnen. Hij ontplooit een verlegen grijns als we inventariseren in welke hoedanigheden hij zich komend seizoen manifesteert: als tekstschrijver, speler en regisseur. En de opsomming blijkt niet eens volledig te zijn; hij schrijft ook nog teksten voor een voorstelling van vier studentes van de Kleinkunstakademie en heeft voorts een kinderopera onder handen.

Een ideaal seizoen?

,,Nee, veel te vol. Ik dacht: als ik overdag repeteer, kan ik 's avonds schrijven. Maar zo werkt het niet, tot dusver ben ik na de repetities doodmoe. En toch heb ik nog nergens spijt van.''

Het is snel gegaan. Jurrian van Dongen studeerde twee jaar geleden af aan de Kleinkunstakademie met een verrassende bewerking van Sunday in the park with George, waarin de door hem bewonderde musical-auteur Stephen Sondheim thema's als onbegrepen kunstenaarschap en concessies aan de gemiddelde publiekssmaak projecteerde op de negentiende-eeuwse pointillist George Seurat. Van Dongen vertaalde en herschreef het script zodanig, dat ook Sondheim zelf er een grote rol in kreeg. Alles wat Seurat zei en zong, werd zodoende tevens betrokken op het schrijven van musicals die meer pretenderen te bieden dan massavermaak.

In dezelfde stijl schreef en regisseerde Van Dongen vervolgens de kamermusical Obsession, over de modeontwerper Calvin Klein. Vorig jaar won zijn grappige liedje Hallelujah, amen, op muziek gezet door Martin van Dijk en gezongen door Jenny Arean en Lucretia van der Vloot, de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van het seizoen. Dit voorjaar viel hij op als auteur van de geestige en genuanceerde muziektheatervoorstelling Carmiggelt, 'n stukkie. En op 26 september ontvangt hij de Perspektiefprijs, door de inmiddels gepensioneerde theaterdirecteur Wim Bary ingesteld voor `jong scheppend theater- en muziektalent'.

,,Het is allemaal een beetje snel, ja,'' beaamt de laureaat. ,,Het lijkt me onvermijdelijk dat een aantal mensen nu gaat denken: nou... móet dat nou? Maar natuurlijk streelt zo'n prijs mijn ijdelheid. Bovendien geeft het me zelfvertrouwen. Twee jaar geleden dacht ik: het zal wel lastig worden mijn brood te verdienen met de dingen die ik graag wil doen. Nu ben ik twee jaar bezig, en bij iedere stap die ik zette, hebben mensen staan juichen. Er komt vast een moment waarop ik mijn eerste negatieve kritieken krijg, maar voorlopig heb ik veel baat bij alle lof.''

Jurrian van Dongen was, zegt hij, ,,een teruggetrokken, introvert jongetje dat bij vlagen heel expressief – en dan meteen veel te brutaal – naar buiten kwam.'' Van de televisie deed hij De familie Knots en The Muppet Show na en de kluchtige sketches van André van Duin. Via compilatieplaten met conférences verschoof zijn belangstelling van de komieken naar de cabaretiers.

,,Ik denk dat ik een jaar of vijftien was, toen ik voor het eerst een echte theatervoorstelling zag. Jasperina de Jong en Jenny Arean waren mijn heldinnen. Ik werd gegrepen door een magie die ik van de film en de televisie niet kende. Mooi licht, mooie liedjes waarvan ik nauwelijks de helft begreep. Raar, op die leeftijd, dat ik ook Herman van Veen geweldig vond – dat waren toch heel abstracte shows. Later kwamen Freek de Jonge en Youp van `t Hek, en Paul de Leeuw met z'n tv-programma`s.''

Allemaal voorbeelden?

,,Ja. Wat ik nu doe, beschouw ik als losse stukjes van wat ik ooit in één geheel zou willen brengen. Maar ik ben wel af van het idee dat ik zelf een geboren komiek zou zijn. André van Duin werkt volgens mij vooral met de gedachte: we gaan wat doen en dat wordt dan vanzelf leuk. Hem lukt dat meestal, terwijl ik altijd aan het schiften ben, beoordelen, schrappen, opnieuw beginnen. Ik kan jaloers zijn op stand-up comedians – die lopen de hele dag met een maalstroom van grappen in hun hoofd, en van elke tien die ze spuien, zijn er twee goed. Als ik iets zeg dat leuk is bedoeld, klinkt daar meteen in door dat het óók wel eens niet leuk zou kunnen zijn. Het denken en veranderen en zeven kan ik bij mezelf niet meer uitschakelen.''

,,Wat een beetje verdwijnt als je in dit vak werkt, is de magie. Die twee regels waar jij kippenvel van kreeg, zijn gewoon met een rijmwoordenboek gemaakt. En toch is dit de leukste wereld die er is, door het idealisme van veel mensen die aan projecten werken alleen maar omdat ze nu eenmaal de tik hebben dat ze die voorstellingen willen maken. Die tik heb ik ook. Plus de aandacht die je zoekt, dat is altijd het grootste motief.''

Op de Kleinkunstakademie schreef Van Dongen zijn eerste teksten in opdracht van docent George Groot, als voormalig lid van de cabaretgroep Don Quishocking een voorman van de vorige generatie. Die samenwerking is gebleven; Groot was zijn tekstcoach bij Carmiggelt, `n stukkie en getweeën werken ze nu aan Verdi è morte, een Kleinkunstakademie-voorstelling over een eeuw liedkunst.

Maar spelen met Liesbeth List, schrijven voor Jenny Arean en samenwerken met George Groot duidt niet op grote veranderingsgezinsheid.

,,Nee, ik heb geen behoefte om in opstand te komen tegen de vorige generatie. Integendeel, veel van die mensen bewonder ik. Soms vind ik mezelf erg degelijk en ouderwets en passend in de Nederlandse traditie. Als ik een liedje schrijf, wil ik van tevoren precies weten wat ik ga vertellen, zodat ik ook weet hoe ik dat het best kan verdelen over de coupletten en refreinen. Juist met die beperkingen komen de verrassingen. Dan glipt er soms iets tussendoor – en dat zijn vaak de betere dingen.''

Afwijkend van de geijkte paden is in elk geval wel de opzet van de door Vera Mann gespeelde musical over prinses Diana, een geesteskind van Maurice Wijnen, die eerder een show over vier Abba-fans maakte. ,,Maurice Wijnen vroeg mij voor de regie na het zien van Obsession, omdat hij daarin mijn ambitie had herkend om uit te zoeken hoe je zo'n voorstelling moet maken. In eerste instantie zag ik niet veel in het onderwerp, maar nu ik me erin heb verdiept, vind ik het toch interessant in hoeverre Diana een slachtoffer is geweest of niet. We krijgen de financiële ruimte om een heel seizoen uit te zoeken hoe dit verhaal verteld moet worden. Pas in het seizoen daarna moet de voorstelling staan, zoals het ook in Amerika en Engeland soms gaat. We delen enquêteformulieren uit onder het publiek, en nodigen de mensen uit na afloop in de foyer met ons na te praten. Het uitgangspunt is dat publiek meestal gelijk heeft. Als het publiek onze bedoelingen niet herkent, komt dat omdat wij iets fout hebben gedaan – niet zij.''

,,Door alle schrijfwerk is het spelen op de achtergrond geraakt. Ik besef heus wel dat ik als speler één van de 2000 ben en als schrijver één van de 25, maar ik wil het graag blijven doen. Met die rol in Piaf kan ik wel uit de voeten: Theo Sarapo trouwde met Piaf en verzorgde haar uit een pure bewondering, die ik goed kan herkennen – ik voelde die voor Jasperina en Jenny. Anderhalf uur bij de artiestenuitgang wachten tot ze tevoorschijn kwamen, en dan iets zeggen wat nergens op sloeg. Bewondering vind ik een goede beweegreden.''