Antón vervult droom van Spanjaarden

Meer dan tien atleten moesten na de marathon bij de wereldkampioenschappen atletiek in Sevilla uitgeput per brancard worden afgevoerd. De winnaar, Abel Antón, danste er echter om twee uur 's nachts, uren na zijn glorieuze finish, bij het discofeestje van zijn sponsor nog lustig op los. De Spanjaard bewoog als een houten klaas, maar dat had niets met vermoeide of zere benen te maken, meer met dat hij veel beter kan hardlopen dan dansen.

Voor één keer voelde Antón zich zaterdagavond als een populaire voetballer in Spanje. Hij werd twee jaar geleden in Athene ook wereldkampioen, maar dat was niet te vergelijken met een overwinning in eigen land. Langs het parcours van 10,5 kilometer, dat voor een groot deel door het oude centrum van Sevilla liep, stonden ruim 100.000 toeschouwers. Het stadion, waar start en finish plaatsvonden, was voor het eerst bij deze kampioenschappen bijna uitverkocht. Toen Antón om even voor negen uur als eerste binnenkwam, klonk een oorverdovend lawaai en barstte het gebouw bijna uit zijn voegen. De winnaar noemde dat naderhand een van de meest emotionele momenten uit zijn leven.

De 36-jarige Antón is van eenvoudige komaf. Voordat hij een professioneel atleet werd, was hij werkzaam als varkensslachter. Tegenwoordig bezit hij in zijn woonplaats Soria in het noorden van Spanje samen met middenafstandsloper Fermin Cacho, olympisch kampioen in '92, twee sportzaken, Antón Cacho Sports. Na zijn eerdere successen werd thuis al een straat naar hem vernoemd, na deze zege krijgt Antón waarschijnlijk een standbeeld.

Spanje is al jaren succesvol op de marathons van de grote kampioenschappen. Veel toplopers mijden de titeltoernooien omdat ze geen startgeld krijgen en er vaak in te warme oorden wordt gelopen. De beste Spanjaarden zijn meestal wel van de partij. Ze worden daarbij financieel gesteund door de overheid. Afgezien van de 60.000 dollar, die elke wereldkampioen krijgt, leverde de zege van Antón nog eens een extra premie van 100.000 dollar op. Volgens de manager van de atleet, Miguel Mostaza, is dat geld nog niet veel vergeleken met wat Antón kan krijgen als hij aan een van de grote marathons meedoet.

Maar Antón wilde een WK in eigen land niet missen. Hetzelfde gold voor collega Martin Fiz. Hij werd in 1995 wereldkampioen en eindigde twee jaar geleden tweede achter Antón. Fiz leek toen in Athene op weg naar de overwinning, maar werd 400 meter voor de finish gepasseerd door zijn landgenoot. Het zorgde voor enige wrijving tussen de twee, maar tegenwoordig zijn ze weer vrienden. Bij de WK hoopte heel het land weer op een dubbel succes en zelfs, zoals bij de EK van '94, op een volledig Spaans erepodium met goud, zilver en brons.

Dát feest bleef uit. Fiz, die de druk van het presteren in zijn benen voelde, kwam niet in zijn normale doen. Hij werd uiteindelijk achtste. Een andere Spaanse toploper Fabian Roncero, die in 1998 in de Rotterdam Marathon wegens kramp net het wereldrecord miste, liep de wedstrijd niet uit. Hij was een van de vijftien uitvallers. Drie atleten hadden zich voor de start al afgemeld.

En zo moest Antón de eer van het thuisland verdedigen. Geheel in zijn stijl wachtte de veteraan lang met zijn aanval. Bij het ingaan van het derde uur liet hij de Italiaan Vincenzo Modica achter zich en haalde snel koploper Nobuyuki Sato in. Even klampte de Japanner nog aan, maar Antón bleek niet meer te stuiten. Een politieman dreigde het volksfeest nog te verstoren door de koploper bij de ingang van het stadion de verkeerde kant op te sturen. Antón wist gelukkig zelf de weg. ,,Ik heb de droom van de Spanjaarden vervuld en zij die van mij'', zei Antón na afloop.

De winnende tijd, 2.13,36, was zoals altijd bij titeltoernooien niet snel. De gevreesde temperaturen van boven de veertig graden werden zaterdag niet bereikt, maar het bleek nog steeds te warm voor een wedstrijd van die lengte. Bij de start was het 36 graden, ruim twee uur later bij de finish nog altijd dertig graden. Vorige week had Antón marathonlopers geadviseerd niet bij dergelijke temperaturen te gaan lopen. Dat is te gevaarlijk, aldus de expert. ,,Maar wij zijn profs, voor ons gelden andere normen.''

Antón dronk heel veel tijdens de wedstrijd en zei alleen in de laatste kilometers last van de warmte te hebben gehad. Hij had nog adem genoeg voor een uitgebreide ereronde, want een winnaar voelt meestal geen pijn en vermoeidheid. Andere atleten waren er na afloop wel slecht aan toe. Een paar van hen moest zelfs voor behandeling naar het ziekenhuis worden vervoerd. Ze konden dezelfde avond nog terug naar hun hotel.

Bij de marathon van de vrouwen werd het gisterochtend niet hoger dan 26 graden. De voor velen onbekende Jong Song Ok uit Noord-Korea won in een nationaal record van 2.26,59. De Japanse Ari Ichihashi, lopend op zilverkleurige schoenen, eindigde op drie seconden als tweede. Van 51 deelneemsters wisten 42 de finish te bereiken.