Zwaan vooraan

Een dikke pil waarin alle Nederlandse vogels vermeld staan, met de nadruk op zeldzame soorten. Een tweede deel, met schaarse en algemene vogels, volgt nog dit jaar. De vogelaar blijft bladeren in de `Avifauna van Nederland'.

Bij harde wind, vroege vorst of andere extreme weersomstandigheden belanden soms de vreemdste vogels in ons land. Vooral langs de kust, tijdens de herfsttrek. Misschien wel de merkwaardigste was een Canadese kraanvogel die in 1991 in het Lauwersmeer neerstreek, nadat hij een etmaal eerder nog op de Shetlandeilanden, ruim 800 kilometer verderop, was waargenomen. Hij liet zich een dag lang bewonderen door massaal toegestroomde vogelaars met telescopen en camerastatieven om daarna spoorloos te verdwijnen.

Een steltstrandloper bij Rhenen, een sneeuwuil op de Maasvlakte: de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna houdt het allemaal nauwgezet bij. Daarbij worden foto's of geluidsopnamen, video's of veren als bewijsmateriaal verlangd. Negentiende-eeuwse waarnemers namen vaak hun toevlucht tot het neerschieten van de vogel in kwestie. Natuurmusea staan er vol mee en uit hun collecties is voor dit boek dankbaar geput.

In totaal zijn de afgelopen twee eeuwen 468 wilde vogelsoorten in ons land waargenomen. In het tweedelige standaardwerk de Avifauna van Nederland staan ze allemaal. Het bijzonder mooi verzorgde boek, waaraan vele vrijwilligers hebben meegewerkt, verschijnt tweetalig, zodat ook buitenlandse vogelaars er plezier van kunnen hebben. Het eerste deel is verzorgd door de Dutch Birding Association, de club van zeldzame-vogeljagers, die dit jaar 20 jaar bestaat en er een speciale telefoonlijn met de nieuwste vogeltips op nahoudt (0900 - 2032128).

Het opduiken van een dwaalgast is niet zomaar een romantisch moment. Het is een uiting van een mechanisme waardoor soorten hun leefgebied kunnen uitbreiden. Een dwaalgast kan een voorbode zijn van een omvangrijke uitbreiding van het broedareaal, of een nieuwe trekrichting naar andere overwintergebieden. Voorbeelden zijn de Kleine en Grote Zilverreiger, de Grote Pieper, Bladkoning, Buidelmees en Roodmus.

In deel 1, een dikke pil van bijna anderhalve kilo, staan alle Nederlandse vogels vermeld, met de nadruk op zeldzame soorten. Een tweede deel, over Schaarse en Algemene vogels, moet eind dit jaar verschijnen. Van de zeldzame vogels zijn alle waarnemingen van de afgelopen twee eeuwen bijeengebracht en op geloofwaardigheid getoetst - een monnikenwerk. Soorten die vermoedelijk per schip zijn gearriveerd worden buiten beschouwing gelaten en ook de Macaronipinguïn die in 1981 bij Schiermonikoog is aangespoeld telt niet mee.

``Tegenover elke gesignaleerde zeldzame vogel staan er wel 10 of 100 die niet worden ontdekt,'' zei auteur Arnoud van den Berg bij de presentatie van het boek in het Leidse natuurmuseum Naturalis. ``Soms ook betreft het vervolgwaarnemingen van dezelfde vogel. En het hangt er ook nogal van af waar toevallig een enthousiaste waarnemer woont. Zo zijn er verbluffend veel taigaboomkruipers gesignaleerd rond Arnhem, hoewel die in werkelijkheid vooral in het noorden en sinds kort ook in het zuidoosten van het land broeden en niet zozeer op de Veluwezoom.'' In totaal zijn 57 vogelsoorten in de loop van deze eeuw voor het eerst in Nederland gaan broeden, waarvan er zo'n 40 zijn gebleven. Tegenover deze winst staat het verlies van 16 à 19 andere broedvogelsoorten, zoals de ortolaan.Schokkend voor insiders is het feit dat in dit nieuwe standaardwerk niet de zeeduikers, maar de zwanen en ganzen vooraan staan. Want volgens de jongste taxonomische inzichten hebben zwanen en ganzen zich al heel vroeg in de evolutie van de stamboom der vogels afgesplitst. Dat blijkt ondermeer uit DNA-onderzoek. Alleen de struisvogels en kiwi's zijn nòg eerder afgetakt, maar die ontbreken in Nederland. Overigens is die wetenschappelijke discussie nog lang niet beslecht.

AFWIJKEND VEERTJE

``Door de eeuwen heen is het aantal soorten voortdurend veranderd'', vertelt taxonomiespecialist George Sangster. In 1750 waren zo'n 1500 vogelsoorten beschreven, in 1850 zo'n 11.000 en rond 1900 zo'n 19.000 soorten. Zodra men een afwijkend veertje zag, werd het beest als een nieuwe soort beschouwd. Daarna is men de soorten weer massaal gaan samenvoegen, tot er omstreeks 1945 nog maar 8.000 à 9.000 over waren. ``En blijkbaar was dat weer iets te ver doorgeschoten, dus toen is men weer soorten gaan splitsen en sindsdien zijn er weer zo'n 2.000 bijgekomen'', zegt Sangster.

Taxonomen als J. Cracraft en W. Hennig hebben uit ontevredenheid over wat nu precies met de begrippen `biologische soort' en `ondersoort' wordt bedoeld het begrip `fylogenetische soort' geïntroduceerd. Daaronder verstaan ze de kleinst diagnosticeerbare cluster van organismen die verbonden zijn door ouder-nakomeling verwantschappen. De laatste jaren zijn dan ook heel wat soortnamen herzien, en zo is bijvoorbeeld de Grote Zee-eend Melanitta fusca weer van ondersoort naar soort gepromoveerd. Als de fylogenetische taxonomen hun zin krijgen zit men straks op 20.000 vogelsoorten, een nieuw record. Van al die discussies trekken de dwaalgasten zich niets aan, zij blijven gewoon komen. Ze worden zelfs steeds vaker gezien, maar misschien ligt dat aan de opmars van de mobiele telefoon.

Zeldzame vogels van Nederland (Avifauna van Nederland, 1). Arnoud B. van den Berg en Cecilia A.W. Bosman. 400 pp, geïll. ISBN 90-74345-13-1. Prijs ƒ79,90. Beide delen samen ƒ155,- GMB uitgeverij in samenwerking met Stichting Uitgeverij KNNV.