`Zó geweldig zijn wij nu ook weer niet'

Het is goed bedoeld, maar de Amerikaanse regering moet niet altijd proberen de wereld de les te lezen. Dat vindt de eminente kenner van de inter-

nationale diplomatie, George Kennan. Richard Ullman, hoog- leraar internationale betrekkingen aan de universiteit van Prince- ton, sprak Kennan over de Kosovo-crisis, de rol van de NAVO en de chaos in Rusland.

Bent u verrast door de rol die Rusland heeft gespeeld in de koehandel over Kosovo?

Niet echt. Het is voor hen grotendeels een prestigekwestie. Juist omdat zij geen grote militaire mogendheid meer zijn, zijn zij bang dat de rest van de wereld zal vergeten dat zij een grote natie zijn. De kans om een nuttige rol te spelen in de oplossing van de Kosovo-crisis is een psychologisch steuntje in de rug dat velen van hen hard nodig hebben. Ik zie ook geen principiële reden waarom wij dat niet zouden verwelkomen. Hun deelname zal uiteraard problemen meebrengen. Op vele punten zullen compromissen nodig zijn. Zo gaat dat nu eenmaal in de internationale betrekkingen.

Hoe verklaart u de chaos in Rusland?

,,Chaos? Zo zou ik het niet noemen. De toestand is natuurlijk heel beroerd, maar het leven gaat door. Het lijkt wel of wij dachten dat zij binnen tien jaar een reusachtig politiek, sociaal en economisch stelsel compleet zouden veranderen. Dat zou zelfs in gunstiger omstandigheden moeilijk zijn geweest, maar denkt u eens even aan hun achtergrond. Ik denk dat geen volk sedert de Dertigjarige Oorlog meer te verduren heeft gehad en zozeer is gedecimeerd als de Russen in de opeenvolgende golven van geweld van deze ene verschrikkelijke laatste eeuw.

De Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905, de grote verliezen aan Russische mensenlevens tijdens de Eerste Wereldoorlog en de wreedheden en strijd waarmee de consolidatie van de macht van de communisten onmiddellijk na die oorlog gepaard ging. Dan het gigantische dodental van de Tweede Wereldoorlog en ten slotte de immense schade — sociaal, psychisch en zelfs genetisch — die het Russische volk in zeventig jaar het communistische regime heeft geleden, een schade die al die andere rampen heeft versterkt en ten dele overschaduwd.

,,In dit grootscheepse destructieproces zijn alle grondslagen weggevaagd die vereist zijn om een moderne samenleving redelijk te laten functioneren —vertrouwen, hoop, nationaal zelfbewustzijn, een evenwichtige leeftijdsopbouw van de bevolking, een familiestructuur en nog een aantal andere factoren. Zulke reusachtige verliezen en misstanden kunnen niet in tien jaar, misschien zelfs niet binnen één generatie, worden rechtgezet.''

Een opvallend kenmerk lijkt het ontbreken van een gezamenlijk streven. `Ieder voor zich' lijkt het parool.

,,Dat zou je inderdaad zeggen, maar dat geldt toch vooral voor bepaalde marginale sectoren van de Russische samenleving. Laten wij de positieve aspecten van de situatie niet uit het oog verliezen. Het communisme is afgeworpen. Er is een constitutie. Er zijn verkiezingen en gekozen organen. Natuurlijk is het zo dat die organen buitengewoon slecht functioneren. Toch pleit niemand ervoor ze af te schaffen. Een van de hoopgevende tekenen van de jongste tijd is naar mijn gevoel het bijna roerende geduld van de gewone Russen in het aangezicht van de verschrikkelijke omstandigheden waarin zij moeten rondkomen. Ik vind het verbluffend dat het volk niet luider roept om herstel van het communisme, terwijl de levensomstandigheden toch in vergelijking met de laatste jaren van het communistische bewind in vele opzichten verslechterd zijn.''

Het verbaast mij dat het publiek niet in opstand is gekomen tegen de reusachtige winsten die bepaalde personen opstrijken.

,,Wel, ik denk dat dat nog komt. Ik hoop althans dat de komende verkiezingen in Rusland in dat opzicht een verbetering te zien zullen geven. Het oude parlement telde nog vele leden die met één voet in het oude regime stonden. Maar nu is er een generatiewisseling op til. Onvermijdelijk zullen posities aan jongere mensen toevallen. Ik heb goede hoop dat hun deelname aan het politieke leven positieve bijdragen zal opleveren.''

Vele Russen die ik vooruitstrevend of liberaal zou noemen — zoals medewerkers van wetenschappelijke instellingen met wie wij allemaal al vele jaren contacten onderhouden — hebben zich tegen de NAVO, de uitbreiding van de NAVO en de interventie in Kosovo gekeerd. Ik vraag mij af of zij die opstelling hebben gekozen omdat dit werkelijk hun overtuiging is, of dat dit weer een pose is, met het oog op de binnenlandse publieke opinie in Rusland.

,,Als ik uw standpunt goed begrijp, moet ik tot mijn spijt vaststellen dat u en ik het op dit punt werkelijk oneens zijn. Ik heb nooit begrepen waarom de recente uitbreiding van de NAVO — waarbij de Polen, de Tsjechen en de Hongaren tot het bondgenootschap zijn toegetreden — noodzakelijk of wenselijk zou zijn. Sommige pleitbezorgers van uitbreiding dringen er nu op aan om ook de Baltische landen toe te laten. Ik vind dat een heel slecht idee. Ik weet ook wel dat de NAVO bij de huidige stand van zaken niet van zins is Rusland aan te vallen, maar de NAVO blijft een militaire alliantie. Als er al enig land bestaat waartegen ze gericht zou kunnen zijn, dan is dat Rusland.

,,Die grensstreek tussen Rusland en de Baltische landen is heel gevoelig terrein. Ik wil u er aan herinneren dat die volkeren voor de Tweede Wereldoorlog bijna tweehonderd jaar lang deel hebben uitgemaakt van het Russische rijk en dat hun ontwikkeling tot een moderne samenleving zich grotendeels in die periode heeft voltrokken.

,,Daarna zijn ze bijna twintig jaar lang onafhankelijk geweest, wat door de wereldgemeenschap en — met uitzondering van de communisten — ook door de meeste Russen werd aanvaard. Hitler heeft de Russische regering in 1939 min of meer gedwongen de Baltische landen in te lijven, waarna in 1940 een einde werd gemaakt aan hun onafhankelijkheid. Wij moeten wel bedenken dat toen de Russische strijdkrachten later het Baltische territorium binnendrongen, zij bezig waren het Duitse leger uit dat gebied te verdrijven, wat geschiedde met onze volledige en geestdriftige instemming.

,,Kortom, de Russische betrekkingen met de Baltische landen hebben allerlei ups and downs doorgemaakt. Deze landen hebben veel langer deel uitgemaakt van Rusland dan van wat dan ook. Dat hun onafhankelijkheid wenselijk is, heb ik nooit betwijfeld of aangevochten. Toch vind ik niet dat het een goed idee zou zijn als de NAVO probeerde die historische relatie nog ingewikkelder te maken door deze landen in te lijven bij een militair bondgenootschap dat de Russen slechts kunnen zien als tegen Rusland gericht.''

Hoe denkt u dat de betrekkingen tussen Rusland en de voormalige Sovjet-republieken er over, zeg, tien jaar uit zullen zien?

,,Och, niet al te problematisch, denk ik. Tenslotte hebben de Russen tien jaar geleden, onder Jeltsin, het voortouw genomen, ook voor hún onafhankelijkheid. Hij liet ze geen andere keus dan die te aanvaarden. Waarom zou de huidige Russische regering wat dat betreft de klok willen terugdraaien? Al met al is Rusland zonder hen beter af geweest.

,,Uiteraard is er het probleem van de Russische minderheden in twee of drie van die landen. In het geval van de Oekraïne is men zo onverstandig geweest om na de val van het Russische communisme dat land de volstrekt niet-Oekraïense Krim toe te werpen, inclusief een van de drie grootste Russische vlootbases. Dat was ten dele onze schuld. Maar zelfs op dat punt hebben de Russen sindsdien niets anders gedaan dan proberen de gevolgen van de blunders te verzachten; van enige aantasting van de onafhankelijkheid van de Oekraïne is geen sprake geweest.''

Wat hebben de Verenigde Staten sedert het einde van de Koude Oorlog goed gedaan en wat hebben wij fout gedaan met betrekking tot het Russische vraagstuk?

,,Wel, goede bedoelingen hebben in elk geval de overhand gehad. Ik geloof dat wij ten onrechte dachten dat als de huidige Russische regering maar een bepaalde hoeveelheid geld in handen kreeg, de situatie aanmerkelijk zou verbeteren. Een groot deel ervan is uiteindelijk in de zakken van een aantal personen beland. Wij hadden geen geld in dat land moeten steken zolang er geen reële institutionele waarborgen waren dat het niet zou worden misbruikt voor zaken waarvoor wij het nooit hadden bedoeld.''

Hoe taxeert u Jeltsin?

,,Wel, u vraagt mij wat onze regering verkeerd heeft gedaan in haar betrekkingen met Rusland. Eén ding dat zich in die categorie aan mij opdringt is dat de relatie al te zeer aan individuen is opgehangen, alsof alles staat of valt met het lot van een bepaalde persoon, Jeltsin of Gorbatsjov of wie dan ook.

,,Ik mag wel zeggen dat dit een tekortkoming in onze diplomatie is die niet bepaald tot Rusland beperkt blijft. Wij doen blijkbaar veel liever zaken met individuele politici dan met hun regeringen. Van al die zogenaamde wereldleiders die wij hebben gekoesterd waren sommige echte dictators, andere niet. Maar het lijkt erop dat wij hen allen benaderden alsof wij verwachtten dat zij dictators waren — alsof wij, in zekere zin, wensten dat zij dat waren. Vandaar al die topconferenties, met alle enorme verspilling van geld en tijd waarmee ze gepaard gingen. Leiders, ook de onze, komen en gaan, maar regeringen blijven. Daarom zijn betrekkingen tussen regeringen op de lange termijn weliswaar minder luisterrijk, maar wel solider.''

Hoe zou u zulke betrekkingen onderhouden?

,,Ik zou aansturen op een veel afstandelijker houding van onze regering ten aanzien van andermans binnenlandse aangelegenheden. Ik zou graag zien dat onze regering geleidelijk aan haar publieke pleidooi voor democratie en mensenrechten liet varen. Ik benadruk dat ik het heb over regeringen, niet over individuen. Als anderen in ons land zich willen inzetten voor democratie of mensenrechten — wat die termen ook mogen betekenen — dan is dat volkomen in orde. Maar niet het ministerie van Buitenlandse Zaken of het Witte Huis.

,,Dat zulke kwesties een rol spelen in onze betrekkingen met China, is wel het laatste wat zou mogen gebeuren. Ik beschouw de Chinezen als de Fransen van Azië. Het zijn allebei trotse volkeren. Beide zijn zich ervan bewust dat zij dragers zijn van een grote culturele traditie. Ook hebben zij het allebei niet op vreemdelingen. Zij worden het liefst met rust gelaten.

,,Wat verwachten wij van de Chinezen? Wát wij ook doen, grote vrienden van ons zullen het nooit worden. En zij worden nooit zoals wij. Het is werkelijk weinig elegant van ons om neerbuigend te doen, waarmee wij impliciet zeggen: `Jullie zouden eens moeten leren jezelf zo te besturen als wij doen.'

,,Deze neiging om onszelf te beschouwen als het middelpunt van de politieke verlichting en als leraren voor een groot deel van de rest van de wereld is ondoordacht, verwaand en onwenselijk. Als wij menen dat onze manier van leven verdienstelijk is en navolging verdient, dan is, zoals John Quincy Adams al heeft gezegd, de beste aanbeveling niet: anderen de les lezen, maar het goede voorbeeld geven.''

Maar zijn er niet gevallen — ik denk aan de massamoorden in Rwanda en de etnische zuiveringen in Kosovo — waarbij de mensenrechten zo gruwelijk geschonden worden dat werkeloos toezien ons min of meer tot medeplichtigen van een moordenaarsregime zou maken?

,,Neem me alstublieft niet kwalijk, maar ik hoor deze vraag toch wel met enige verbijstering aan. De implicatie lijkt mij dat wij ons niet alleen aan korte humanitaire interventies zouden moeten wagen — wat misschien nog te doen valt — maar dat wij ernstig zouden moeten overwegen om voor onbepaalde tijd in een aantal niet-Europese landen een aanzienlijk deel van de regeringsmacht over te nemen, om de zaken daar op onze manier te bestieren in plaats van op de manier die in die samenlevingen gebruikelijk is. U denkt kennelijk dat wij de middelen hebben om dat te doen. Dat betwijfel ik sterk. Dollars noch bajonetten zouden welslagen kunnen garanderen.

,,Wij hebben in de regel niets te maken gehad met de oorsprong van de wijze waarop regimes in andere werelddelen groepen van hun bevolking onderdrukken, en ik zie niet in waarom wij voor die onaangename gebruiken verantwoordelijk zouden moeten worden gesteld of ons schuldig zouden moeten voelen dat ze voortduren.

,,Europa is natuurlijk een ander geval. Wij kunnen uiteraard niet afzijdig blijven en volhouden dat schandalen als de Holocaust of Miloševic' politiek van deportatie en vernietiging in Kosovo, ons niet aangaan. Dat soort activiteiten gaan dwars in tegen een Europese beschaving waarvan wij nog altijd in aanzienlijke mate deel uitmaken. Alleen al ons lidmaatschap van de NAVO zou niet toelaten dat wij deze ontwikkelingen onverschillig aanzien.

,,Maar zelfs hier zijn er grenzen aan wat anderen van ons mogen verwachten en aan wat wij van onszelf mogen verwachten. Op deelname van onze strijdkrachten aan serieuze gevechtshandelingen in dat gebied is noch de publieke opinie noch de opinie in het Congres afdoende voorbereid. Afgezien daarvan is Kosovo slechts één onderdeel van de problemen van de Balkan als geheel, en dat is duidelijk iets wat de Europeanen zelf zullen moeten opknappen. Zij, niet wij, zijn de mensen die met een eventuele lange-termijnoplossing van die problemen zouden moeten leven. Dat kunnen wij niet voor hen oplossen en dat moeten wij ook niet proberen.

,,Op dit punt moeten wij onze dromen en idealen aangaande onze kans op een positie als wereldleider tot realistische proporties terugbrengen. Zó geweldig zijn wij nu ook weer niet. Wij kampen met ernstige maatschappelijke problemen, en ik denk weleens dat de beste hulp die wij anderen zouden kunnen bieden is hun te laten zien dat wij die problemen met wat meer verbeeldingskracht, moed en vastberadenheid te lijf gaan dan de laatste jaren is gedaan.''

De Verenigde Staten zijn op dit moment de enige supermogendheid. Hoe lang zal dat duren?

,,Als wij uitsluitend militaire krachtsverhoudingen als maatstaf nemen, dan zal het denk ik nog lang kunnen duren. Wij hebben immers in de gedaante van het Pentagon een reusachtig bureaucratisch monster bij de staart, waarvan wij niet weten hoe wij het zouden moeten intomen, laat staan dat wij het volledig onder controle zouden kunnen brengen. Maar louter militaire macht, hoe buitengewoon superieur ook, kan slechts korte-termijnsuccessen bewerkstelligen. Toen ik in 1941, op het hoogtepunt van Hitlers militaire triomfen, in Berlijn gedetacheerd was, heb ik met kracht van argumenten geprobeerd onze vrienden in de regering ervan te overtuigen dat zelfs als Hitler erin zou slagen heel Europa militair aan zich te onderwerpen, hij dat nog niet zou kunnen omzetten in volledige, langdurige politieke superioriteit.

,,En toen hadden wij het alleen nog maar over Europa. Met betrekking tot de wereld als geheel geldt dit natuurlijk des te sterker. Ik kan zonder aarzeling zeggen dat deze planeet nooit vanuit één politiek centrum, hoe groot zijn militaire kracht ook moge zijn, zal worden beheerst.''

Onze vooraanstaande positie berust niet alleen op onze militaire kracht. Onze culturele invloed, of wij die nu hoog of laag aanslaan, is niet minder indringend. De wereld is verslingerd aan de Amerikaanse volkscultuur.

,,Dat lijkt helaas het geval te zijn. Wij exporteren naar iedereen die het kan betalen of het wil stelen de goedkoopste, mallotigste en schandaligste uitingen van onze `cultuur'. Geen wonder dat die exportwaar de risee is van intelligente en kritische geesten overal ter wereld. Zolang wij er niet in slagen het beeld van onszelf dat wij over de wereld uitdragen te veranderen, moeten wij er, al zijn wij militair nog zo sterk, mee rekenen dat velen ons op intellectueel en spiritueel gebied niet voor vol zullen aanzien.''

Vertaling Jaap Engelsman