VAN FRAASEN 3

In de bijlage W&O van 19 juni bestrijdt de wetenschapsfilosoof B.C. van Fraassen de beruchte opmerking van zijn vakgenoot wijlen I. Lakatos dat kennis van de wetenschapsfilosofie even nuttig is voor de wetenschap als kennis van waterdynamica voor vissen. Vraag niet aan een schelvis hoe de hydrodynamische vergelijking van Euler luidt! De reactie van de bekende statistische fysicus prof. N.G. van Kampen is een onbedoelde illustratie van deze waarheid (W&O, 17 juli).

Ten eerste is de aanhoudende roep van prof. Van Kampen om een definitie van `reëel' curieus. In termen van wat zou men `reëel' dan moeten definiëren? Iets is reëel als het bestaat? Maar wat betekent `bestaan' dan weer? Definitieloze woorden willen aanschaffen berust op het gebrek in te zien dat men sommige begrippen als definitieloos moet aanvaarden om oneindige regressie af te wenden. En bovendien wil ik graag kunnen blijven zeggen dat egels en elektronen `reëel' zijn, of `bestaan', en eenhoorns en kabouters niet. Materie, ruimte, tijd en waarneming zijn kernbegrippen in de natuurkunde die ook geen definitie hebben. Wil prof. Van Kampen ze daarom afschaffen? Mogen we nu, analoog aan prof. Van Kampen, concluderen dat ook `de sekte der natuurkundigen jongleert met woorden'? Prof. Van Kampen wil niet inzien dat begrippen betekenis krijgen door de manier waarop ze gebruikt worden, in de wetenschap is dat niet anders dan in de wetenschapsfilosofie.

Ten tweede doet prof. Van Kampen schamper over het verschil dat Van Fraassen ziet tussen de vragen: `Wat zien we? en `Wat is er werkelijk aan de hand?' Want zo moeten deze vragen in het Nederlands vertaald worden indien prof. Van Kampen de moeite had genomen Van Fraassen te willen begrijpen. Wat zien we? Caesar steekt op zijn paard een rivier over, de Rubicon. Wat is er werkelijk aan de hand? Caesar negeert een democratisch genomen besluit van de Senaat. Wat zien we? Een boog kleuren aan de hemel. Wat is er werkelijk aan de hand? Licht afkomstig van de zon wordt gebroken, afhankelijk van de golflengte, in waterdruppels die in de lucht naar beneden vallen. Wat horen we? Een Geigerteller klinkt in een kerncentrale als een wekker die afgaat. Wat is er aan de hand? Er komt te veel radioactieve straling vrij. Enzovoorts.

Zelden is iets wat het lijkt. Is dit onderscheid nu werkelijk zo onzinnig als prof. Van Kampen ons wil doen geloven? Zonder dit onderscheid is natuurkunde, en wetenschap in het algemeen, immers niet mogelijk. Natuurkunde bedrijven is willen weten wat er zich afspeelt achter het toneel van onze myriaden zintuiglijke indrukken, willen verklaren `wat we zien' door te speculeren over `wat er werkelijk aan de hand is' en deze speculaties willen toetsen.

Prof. Van Kampen besluit met de opmerking dat de wetenschapsfilosofie niet inhoudelijk bijdraagt aan de wetenschap. Dat is ook helemaal niet haar bedoeling, netzomin als het de bedoeling van de hydrodynamica is om schelvissen ten dienste te staan.

    • F.A. Muller Amsterdam