Türkiyemspor voetbalt de rouw van zich af

Tweehonderd leden zijn nog in het Turkse rampgebied. Türkiyem- spor heeft sinds de aardbeving niets meer van ze vernomen.

Op de Amsterdamse amateurclub rouwt de achterban om de slachtoffers. Woens- dag organiseert Türki- yemspor een benefiet- wedstrijd van Turkse spelers tegen Ajax in de Amsterdam Arena.

De Turkse amateurvoetballer Selami Altunterim meldde zich een week na de ramp in Turkije bij zijn club Türkiyemspor. Hij had verpletterend nieuws. De helft van zijn vaders familie was omgekomen. Eigenlijk wist Selami niet waarom hij zijn voetbaltas had ingepakt. Zijn gevoel dreef hem naar zijn vrienden bij de club op het Amsterdamse sportpark Spieringerhorn. En hij wilde lekker voetballen om de chaos in zijn hoofd te bezweren. ,,Toen moest ik hem vertellen dat hij voorlopig niet bij de selectie voor het eerste elftal zit, omdat hij nog onvoldoende is hersteld van een blessure'', zegt elftalleider Lex van Neel. Altunterim vertrok uit het clubhuis zonder een woord te zeggen.

Desondanks bezocht Selami de volgende dag de bekerwedstrijd van de ploeg uit de tweede klasse-KNVB tegen Dordrecht '90. Maar de 26-jarige student communicatiewetenschap voelde zich schuldig, toen hij juichte voor de twee doelpunten van zijn clubgenoot Marciano Bouman. ,,Ik dacht: `hoe kan ik blij zijn, terwijl mijn familie in Turkije onder het puin ligt?' Maar ik zocht afleiding, ik word gek bij de gedachte dat ik niet eens fatsoenlijk afscheid heb kunnen nemen van mijn familieleden. Het klinkt wrang, maar de lichamen van deze mensen zijn in elk geval geborgen. Ze liggen niet anoniem in een massagraf.''

Selami Altunterim zit ,,vol woede en frustratie'' over het volgens hem falende regeringsbeleid in Turkije. ,,De neef van mijn vader en zijn gezin woonden in Avcular, de wijk in Istanbul waar de meeste slachtoffers zijn gevallen. Hun flat zakte als een kaartenhuis in elkaar, ze waren kansloos. Nu verschuilt de overheid zich achter de aannemers en de grote bouwondernemingen. Ik vind dat hypocriet, het is helaas de gewoonte geworden dat regeringsleiders het volk voorliegen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat sommige ministers grof geld hebben verdiend aan de bouwsector.'' Zes jaar geleden kwamen al twee familieleden van hem om bij een aardbeving in het oosten van Turkije. ,,Daar heeft de regering dus niets van geleerd.''

Fles whisky

Selami verkeert in dubio. Moet hij alsnog naar zijn ouders reizen in Turkije (waar ze wonen) om ze geestelijk bij te staan en de laatste eer te bewijzen aan zijn omgekomen familieleden? ,,Mijn ouders hebben het me afgeraden. Bovendien is het momenteel onmogelijk in de buurt van Izmit te komen. Maar mijn ouders zijn nogal labiel, omdat ze worden omringd door menselijk leed. Zij slapen 's nachts buiten op straat, omdat nog steeds naschokken voelbaar zijn. Mensen dwalen doelloos door de stad, zonder huis, geld en medische zorg. En dan durft zo'n minister te beweren dat Turkije geen buitenlandse hulp nodig heeft.

,,Turkije verkeerde voor de ramp al in een economische crisis. Nu is het land nagenoeg failliet. Ik hoop vurig dat de mensen in Turkije in opstand komen tegen deze corrupte regering, want zo kan het niet langer. Ik heb een haat/liefdeverhouding met mijn vaderland. In de dorpen zijn de mensen nog puur, maar het politieke klimaat is zo verziekt dat een gewone arbeider geen fatsoenlijk leven meer kan opbouwen. Ik heb in Turkije niets meer te zoeken, want het land is de afgelopen jaren alleen maar in zijn nadeel veranderd.''

Het is die avond opvallend rustig in de kantine van Türkiyemspor. Enkele Turkse, Surinaamse en Nederlandse leden drinken thee en werpen af en toe een afwezige blik op de televisie, die via de schotelantenne 24 uur per dag beelden uit het rampgebied in Turkije uitzendt. Secretaris Mustafa Eryigit sloft hoofdschuddend naar de bestuurskamer. ,,Het leed van vandaag is alweer erger dan dat van gisteren'', mompelt hij. Eryigit heeft de afgelopen dagen nauwelijks geslapen, net als zijn medebestuursleden die dag en nacht in touw zijn om diverse hulpacties te organiseren.

Ook Nedim Imac is zichtbaar vermoeid. De voorzitter van Türkiyemspor wrijft langdurig in zijn ogen. ,,Hoe ga je daar nu mee om?'', verzucht hij. ,,Je wil Selami troosten en tegelijkertijd geef je die jongen nóg een dreun door hem buiten de selectie te laten. Toch zullen we elkaar moeten opvangen, want ik vrees dat we nog meer van deze verhalen gaan horen. Ik weet nu sinds een week dat mijn familie veilig is. Maar bij Türkiyemspor ben ik één van de weinigen die over informatie kon beschikken.''

Niet een van de voetballers die tijdens de ramp in Turkije waren, is bij weten van Imac gevonden of geborgen. Het overgrote deel van de 370 Türkiyemspor-leden is van Turkse afkomst. ,,We missen zeker nog 200 leden. We weten niet waar ze zijn, we kunnen ze niet bereiken. Zijn ze achtergebleven om hun familie te helpen, hebben zij de aardbeving wél overleefd? We weten het niet en die gedachte vreet aan me.''

Imac zegt dat de Turkse voetballers van zijn club zich machteloos voelen. ,,We kunnen hulpacties in gang zetten en geld inzamelen. Maar die gruwelijke beelden uit Turkije blijven door mijn hoofd spoken.'' Hij zag op televisie hoe iemand een brok puin van een ingestorte flat gewoon met zijn hand verpulverde. In het steen zat zeezand, zelfs schelpen werden er uitgehaald. ,,Het walgelijke is dat je in Turkije met een fles whisky in de hand overal een stempel voor een bouwvergunning kunt krijgen. Soms heb ik de neiging een steen door de televisie te gooien, dan kan ik het niet meer aanzien. Wie weet hoeveel mensen nog onder het puin liggen die levend worden begraven? Ik hoop maar dat ze dood zijn, zodat ze niet meer hoeven te lijden.''

Namens zijn club heeft eerste elftalspeler Tamer Yener via het exportbedrijf van zijn broer op Schiphol al een luchtbrug opgericht om hulpgoederen naar het rampgebied te krijgen. ,,Voedsel, kleding, tenten, maar ook 15.000 lijkzakken.''

Voorlopig fungeert Türkiyemspor vooral als platform voor de rouwverwerking bij de Turkse achterban, met als hoogtepunt de benefietwedstrijd aanstaande woensdag tegen Ajax. Pas op die avond zal Selami Altunterim een beetje rust vinden. ,,Ik beschouw die benefietwedstrijd tevens als een posthuum eerbetoon aan mijn familie'', zegt hij. ,,Ik ken toevallig een directeur bij een commerciële omroep in Turkije en ik hoop dat die wedstrijd daar live op televisie wordt uitgezonden. Zo heb ik tenminste iets meer kunnen doen dan alleen maar huilen.''

KNVB-beker

De voorbereiding op de benefietwedstrijd en de coördinatie van verschillende hulpacties dreigen Türkiyemspor boven het hoofd te groeien. Eigenlijk kwam het de amateurclub dan ook slecht uit dat het avontuur in de voorronde van de KNVB-beker verrassend werd verlengd. Dinsdag gaat Türkiyemspor op herhaling tegen de profs van Dordrecht'90 voor een plaats in het hoofdtoernooi.Maar ook met rouwbanden om en na een minuut stilte ter nagedachtenis aan de slachtoffers in Turkije zullen de amateurs uit de tweede klasse-KNVB een nieuw hoofdstuk willen toevoegen aan een ongekend succesverhaal.

De club vindt zijn oorsprong in een moskee, waarvan enkele leden zich in 1987 verenigden onder de naam Türkiyemspor, `Sportclub mijn Turkije'. ,,Toen liepen sport en religie nog door elkaar heen'', vertelt voorzitter Imac. ,,Mensen moesten met de broek over hun knieën voetballen en mochten geen bier drinken.'' Zakenman Imac trad in 1990 aan als voorzitter. ,,We hadden niet eens een eigen trainingsaccomodatie. We waren onderhuurder bij verschillende verenigingen in Amsterdam. We trainden in het Amsterdamse Bos en de koplampen van mijn auto waren de veldverlichting.''

De spelers van Türkiyemspor klommen regelmatig stiekem over de hekken bij een Amsterdamse club om op een fatsoenlijk veld te kunnen trainen. Sinds de oprichting, twaalf jaar geleden, is de club zeven keer gepromoveerd en bereikte het vanuit de derde klasse onderbond de tweede klasse in de zondag-KNVB. Als winnaar van de districtbeker dwong Türkiyemspor een plaats af in de voorronde van de officiële KNVB-beker. Maar voor een flinke groep leden is het een wrang idee dat Türkiyemspor zijn opmars te danken heeft aan een drastische koerswijziging, waarbij het Turks niet langer de voertaal is binnen de club.

Buiten voor de kantine hangen de Turkse en de Nederlandse vlag broederlijk naast elkaar halfstok, zoals ze tevens zijn verenigd in het embleem op de voetbalshirts. In de bestuurskamer van Türkiyemspor hangt het portret van Atatürk, de aartsvader van de Turkse republiek, naast dat van de Nederlandse koningin Beatrix. De bedoeling is duidelijk: Türkiyemspor wil geen specifiek Turkse vereniging meer zijn. ,,We zijn geen Turkse enclave in Amsterdam'', zegt Imac. ,,We zijn begonnen met een puur Turks elftal, maar we wilden ons niet isoleren.

,,Ik ben een Nederlander van Turkse afkomst en die zal ik nooit verloochenen. Maar we voetballen in Nederland, in de Nederlandse competitie. Waarom zouden we dan op een eiland gaan zitten? Een buitenlander roept al snel dat hij wordt gediscrimineerd. Ik ontken niet dat racisme bestaat. Maar we hebben hard gewerkt om de mentaliteit bij de leden te veranderen. Ik wil niet meer horen dat een scheidsrechter ons een penalty onthoudt, omdat hij een hekel aan Turken zou hebben. Ook dat was een belangrijk argument om leden van andere nationaliteiten toe te laten.

,,Wanneer je met een Turks elftal tegen een Nederlandse ploeg speelt onder leiding van een Nederlandse scheidsrechter roep je automatisch een sfeer op waarin elke nadelige beslissing door de Turken als discriminatie wordt uitgelegd.'' Jaren geleden zwaaiden supporters van Türkiyemspor nog met Turkse vlaggen. Dat leidde in die tijd tot incidenten.

Imac: ,,Ik wil op mijn veld geen uitingen zien van Turks nationalisme. Wij zijn nu een open vereniging, waarvan iedereen lid kan worden, ongeacht zijn afkomst of geloof. Turken hebben bovendien traditioneel moeite met het aanbrengen van structuren. Daarom heb ik een Nederlandse jeugdcoördinator aangetrokken en een Nederlande pr-manager, zodat onze mensen van hen kunnen leren.''

Een blik op het eerste elftal bevestigt de nieuwe trend bij Türkiyemspor. Een Spaanse, zes Turkse, vijf Surinaamse en drie Nederlandse voetballers maakten deel uit van de selectie die tegen Dordrecht'90 speelde. Met trots concludeert Imac dat Türkiyemspor de perfecte afspiegeling is van de multi-culturele samenleving in Amsterdam en dat aspect zal volgend jaar door de NPS in een documentaire uitvoerig worden belicht. ,,Alleen de lagere elftallen bestaan nog voornamelijk uit Turken'', zegt Imac. ,,Daarom zijn we ook niet alleen een bindmiddel voor de Turkse samenleving.

,,Türkiyemspor wil een platform zijn voor alle minderheden in Amsterdam. Maar met het eerste elftal willen we presteren. Het is onze droom als eerste allochtone voetbalclub in de hoofdklasse van de amateurs te spelen. Ook onze Turkse achterban spiegelt zich nu aan de huidige successen, al moet ik dagelijks strijd leveren met conservatieve leden die het betreuren dat er zo weinig Turken in het eerste elftal spelen. We hebben ook in het bestuur mensen gehad die de sport wilden politiseren. Ik moet er altijd voor waken dat de politiek en de religie buiten de deur blijven.''

Heethoofden

Bijna alle spelers van het eerste elftal steunen het progressieve beleid van Imac. Alleen bij doelman Fethi Bekdur overheerst soms de weemoed naar het verleden, toen in zijn ploeg louter Turks werd gesproken. Na zijn enorme blunder in het duel met Dordrecht'90 werd de ontgoochelde keeper echter in verschillende talen getroost en dat is volgens reservespeler Tamer Yener juist de kracht van Türkiyemspor. ,,De beste manier om met vooroordelen af te rekenen, is mensen kennis te laten maken met andere culturen'', zegt hij. ,,Türkiyemspor stond bekend als een club met een stelletje heethoofden, die zich bij het minste geringste agressief gedroegen. Dat beeld is inmiddels gecorrigeerd.

,,In deze ploeg spelen Surinaamse en Nederlandse vrienden van mij. Ik spreek zelfs een beetje Surinaams, de Surinaamse jongens kunnen zich enigszins verstaanbaar maken in het Turks. We luisteren naar elkaars muziek en eten elkaars voedsel. De onderlinge solidariteit is enorm. De Surinaamse en de Nederlandse spelers hebben hun Turkse ploeggenoten moreel gesteund in deze moeilijke tijden en de ploeg heeft onmiddellijk een bedrag bijeen gebracht voor onze hulpacties in Turkije. Het was voor de Turkse jongens niet eenvoudig zich te concentreren op de bekerwedstrijd tegen Dordrecht'90. Maar de ellende van de afgelopen weken heeft ons juist geïnspireerd om onze landgenoten een hart onder de riem te steken.''

De in Suriname geboren Romeo Pocorni heeft vier jaar profvoetbal gespeeld bij Haarlem. ,,Toen werd ik tijdens wedstrijden regelmatig met discriminatie geconfronteerd'', zegt de 29-jarige aanvaller. ,,Vooral uit bij NAC was het erg, daar kwamen ook oerwoudgeluiden vanaf de tribunes. Bij Türkiyemspor zijn verschillende culturen innig met elkaar verbonden. Hier kijkt niemand naar je huidskleur.'' En lachend: ,,Het is in het veld bovendien wel handig dat ik enkele woordjes Turks spreek. Zo kan ik ook die hit van de Turkse zanger Tarkan in de bus meezingen.''

De 26-jarige Marco van Helvert is als blanke, Nederlandse voetballer van jongs af opgegroeid in een gekleurde samenleving. ,,Voor mij is de sfeer bij Türkiyemspor dus niet bijzonder, ik weet namelijk niet beter'', vertelt Van Helvert. ,,Mijn ouders woonden in de Amsterdamse Pijp. De meeste autochtone Nederlanders vertrokken uit die buurt, maar wij bleven.'' Op foto's van zijn schoolklas is hij bijna de enige blanke. ,,Op de pleintjes voetbalde ik altijd al met Turkse en Surinaamse jongens, we zijn samen opgegroeid. Het was voor mij een logische keuze bij Türkiyemspor te gaan spelen.

,,Ik ben regelmatig in Turkije geweest en ik ben dol op het Turkse eten. Ik kan nu bij de Nederlanders begrip kweken voor de Turkse cultuur.'' Hij raadde een aantal van zijn Nederlandse vrienden aan met vakantie naar Turkije te gaan. ,,Hun vooroordelen waren meteen verdwenen. Turken hebben van nature een vurig karakter, zij spelen met het hart en dat roept de nodige emoties op. Maar die jongens stralen veel meer warmte uit dan de gemiddelde Nederlander. Wij zijn veel afstandelijker. De Turkse spelers wilden per se winnen van Dordrecht'90. Zij speelden niet alleen voor Türkiyemspor, maar ook voor hun land. Ik vond het indrukwekkend.''

Dinsdagavond zullen de amateurs van Türkiyemspor opnieuw proberen de veel hoger aangeslagen profs van Dordrecht '90 onderuit te halen. Niet langer voor één volk en één vaderland, maar als symbool van een geslaagde integratie. En zeker ook voor Selami Altunterim, die met pijn in het hart weer twee keer hoopt te kunnen juichen voor zijn club.