Preluderen op orkaan Willem

Steeds meer lezers gaan nadenken over de zeer ingrijpende gevolgen van het belastingsysteem van staatssecretaris Willem Vermeend. Enkele reacties.

Bezitters van een tweede huis voelen de bui van het nieuwe belastingstelsel al hangen: vanaf 1 januari 2001 mogen zij de hypotheekrente niet langer aftrekken van hun belastbare inkomen. Die versobering maakt het aanhouden van zo'n huis duurder. Daarom slaan zij aan het rekenen.

Een van hen wil in 2001 een hypotheek van 200 duizend gulden geven (sluiten) en die beleggen in twee ton aan aandelen, om de kosten te drukken. Dat kan. Niemand zal je ooit verbieden om een hypotheek met een huis als onderpand af te sluiten, maar de betaalde rente is niet meer aftrekbaar. De waarde van zijn tweede huis (200 duizend gulden) voor de fictieve vermogensrendementbelasting (30 procent over 4 procent) is nul na aftrek van de twee ton schuld. Dat voordeel bespaart hem per jaar 2.400 gulden; 4 procent van 200.000 30 procent.

In feite is dit beleggen met geleend geld, wat niets met het huis te maken heeft. Straks zijn de aandelendividenden onbelast. Deze lezer rekent met 5 procent hypotheekrente en 7,5 procent dividendrendement en komt zo op een voordelig resultaat van 5.000 per jaar. Die benadering hoort in de categorie reken je rijk, want hij negeert de kosten, het belaste fictieve rendement op de aandelen en de mogelijke waardevermindering van zijn effectenportefeuille.

Het is een ingewikkelde berekening om schamele voordelen aan te tonen. Meestal zijn simpele opzetjes de beste. Dus: verkoop het huis snel (wellicht neemt het aanbod straks toe), stop desgewenst de opbrengst in aandelen en ga ieder jaar van het dividend op vakantie.

Een tweede lezer wil weten hoe de fiscale wetten gaan veranderen, en welke overgangsregelingen er zullen gelden. Dat wil iedereen graag weten, om nu nog optimaal te profiteren van de bestaande regels en straks van de nieuwe. De verantwoordelijke politici zullen daar zo lang mogelijk over zwijgen, om een run op de voordelen te voorkomen. Of ze besluiten om alleen regelingen van voor een bepaalde datum (bijvoorbeeld 1 januari 1998) intact te laten.

Deze lezer wil een tweede huis met een hypotheek kopen en hoopt dat de rente dan aftrekbaar blijft, dus dat de bestaande regelingen worden ontzien. Dat zit er niet in, want de eventuele huuropbrengsten van zijn huis worden straks als zijnde beleggingsopbrengsten niet belast. De eigenaar wil van twee walletjes eten: aftrek van `financieringsrente', en onbelaste opbrengsten.

Een lezer vraagt of het op dit moment verstandig is Nederlandse aandelen en wereldwijde beleggingsfondsen om te zetten in obligaties of een spaarrekening, de kans dat de rente stijgt is immers groot, en het effectieve rendement op obligaties blijft gelijk, na de aanschaf.

Op die vraag kan niemand het juiste antwoord geven, omdat vooral de rente en andere bepalende factoren amper in te schatten zijn. De toekomst is onzeker zoals altijd, anders bestonden er geen beurzen. Op dit moment stijgen de aandelenindexen af en toe een beetje (wat niets zegt over het wel en wee van de index bepalende fondsen) en hapert de rente. De trend is niet duidelijk, maar aandelen zijn net als de prijzen van huizen te duur, zeggen bankautoriteiten.

Wie zich niet prettig voelt met zijn aandelen, kan alles of een deel verkopen en de opbrengst op een renterekening zetten. Zo profiteer je van stijgingen van de korte (geldmarkt)rente, terwijl obligaties dan mogelijk in waarde dalen door een hogere lange of kapitaalmarktrente.

Obligaties zijn overigens geen veilig alternatief voor aandelen, wat je vaak hoort. De eerste zijn inkomen(rente) genererende effecten, de tweede vooral groeieffecten, hopen hun bezitters. Maar als de rente tot 9, 10 procent oploopt, moet je geen moment twijfelen maar obligaties kopen. Vooral omdat in het nieuwe belastingsysteem de obligatierente belastingvrij is.

Een andere lezer worstelt eveneens met de verdeling (mix) tussen aandelen en obligaties, plus een belegging in contant (spaar)geld. In jargon: zijn asset mix. Hij verwacht op termijn ontslagen te worden en een gouden handdruk van circa 200 duizend gulden te ontvangen. Daar moet hij voor de fiscus iets mee doen. Bijvoorbeeld een levensverzekering sluiten, afrekenen met de fiscus en zelf beleggen, of een stamrecht BV oprichten en eigen verzekeraar spelen. Die alternatieven onderzoekt hij nu al, wat heel verstandig is.

Het is echter voorbarig om dat al gedetailleerd te doen, want het nieuwe belastingsysteem en de veranderingen in het beurs- en economische klimaat bepalen straks de beste oplossing. Misschien komen er volledig nieuwe goudenhanddrukproducten en blijkt zelf doen (na afrekening met de fiscus) toch de goedkoopste afwikkeling. Daar komt bij dat twee ton weinig speelruimte biedt voor geavanceerde fiscaal maatwerk.

In ieder geval vraagt de gouden handdruk om een zorgvuldige afweging via een ervaren adviseur. De Vereniging Consument & Geldzaken in Amsterdam [tel: (020) 684 90 55; email: consument.geldzaken@wxs.nl] doet dat werk. Ze schreven er ook een boekje over: De gouden handdruk in kort bestek.