Niet-joden vervoeren turbine op sabbat

Op het laatste moment is gistermiddag een Israelische regeringscrisis over het vervoer van een reusachtige turbine op sabbat voorkomen. De ultraorthodoxe Verenigde Thora partij had premier Ehud Barak de wacht aangezegd indien de heiligheid van de sabbat voor het verslepen van de 300 ton wegende turbine zou worden geschonden. De eveneens ultraorthodoxe Shaspartij liet ook dreigende geluiden horen. Het gevaarte is gisteravond, bij het ingaan van de sabbat, niettemin langzaam begonnen aan zijn lange weg van nabij Tel Aviv naar de elektriciteitscentrale in Ashkelon. Achter het stuur van de oplegger zat echter geen joodse maar een niet-joodse bestuurder. Ook ander joods personeel dat bij het vervoer van de vijftig meter lange oplegger was betrokken, werd vervangen door niet-joden. In een compromis dat koortsachtig achter de schermen door de minister bij het bureau van Barak, rabbijn Melchior, met de Verenigde Thora-partij en Shas werd uitgewerkt, is bepaald dat de turbine pas na het uitgaan van de sabbat vanavond van de oplegger zal worden geheven. Bovendien is overeengekomen dat op hoog ambtelijk niveau naar wegen zal worden gezocht om schending van de sabbat-rust in de toekomst te voorkomen.

Het inzetten van niet-joden (meestal druzen) op sabbat in Israel vindt zijn oorsprong in joods gebruik in de diaspora. Door de eeuwen heen hebben joden op sabbat gebruik gemaakt van de diensten van de `sjabbes-goy' (sabbat niet-jood) voor werkzaamheden die ze zelf niet op deze door God geboden rustdag mogen verrichten. De Arabische parlementariër Ahmed Tibi maakte gisteren ernstig bezwaar tegen het inzetten van niet-joden bij het vervoer van de turbine. Als deze goyiem goed genoeg zijn op sabbat het werk van joden over te nemen waarom kan dat op normale werkdagen niet?, vroeg hij zich retorisch af. Het ministerie van Arbeid maakt op sabbat gebruik van druzen-inspecteurs tegen joden die winkels in koopcentra en kibbutsen openen.