Melkert en lagere belastingen

In 1994 was het Kamerlid Ad Melkert die zijn PvdA adviseerde om – voor het eerst – ook eens positief te spreken over lagere belastingen. In het verkiezingsprogramma werden allerlei manieren genoemd om de werkloosheid te bestrijden, waaronder de latere `Melkert-banen', en één daarvan bestond uit minder belastingdruk voor bedrijven en burgers. Had de PvdA die draai toen niet gemaakt, dan weet ik niet of Paars I ooit tot stand was gekomen. Na 5 jaar stilte staat Melkert – nu als fractieleider van de PvdA – opnieuw voor de vraag of hij zijn partij mee kan krijgen in de richting van lagere belastingen. Maar deze keer ligt de zaak politiek veel moeilijker, want het gaat om een verlaging van het toptarief in de inkomstenbelasting van 60 procent nu naar 52 procent straks. Steun van de PvdA-fractie is noodzakelijk om dit belangrijke onderdeel van het Belastingplan door de Tweede Kamer te krijgen, en dat betekent dat Melkert al zijn 44 fractieleden moet binden om niet toe te geven aan de pleidooien van GroenLinks-leider Rosenmöller en SP-voorman Marijnissen om het toptarief van 60 procent maar te laten zitten.

Belastingen zijn altijd een moeilijk onderwerp voor sociaal-democraten. In de tijd van Den Uyl geloofde de PvdA oprecht in de slagkracht van een grote en dure overheid, in onbezorgd lenen, en in hoge belastingen. Twintig jaar later zijn de recepten van Den Uyl niet meer aan de orde, maar zullen Melkerts fractieleden nog steeds pijn in het hart voelen wanneer Rosenmöller en Marijnissen straks uitleggen wat de gemeenschap niet kan doen met de kleine twee miljard gulden die nu wordt gereserveerd om het toptarief in de belasting te verlagen. Als professionele politici weten ze dat de meeste kiezers het met Rosenmöller en Marijnissen eens zijn. Er is een opinieonderzoek uit 1997 waarin drie van de vier ondervraagden `já' zeiden tegen de stelling ,,De overheidsuitgaven moeten omhoog of zo blijven.'' Tijdens de crisis van 1980-'82 was maar 40 procent van de kiezers het met die stelling eens en vond kennelijk een meerderheid van de Nederlanders dat de belastingen te zwaar drukten. Op dit moment gaat het goed met de economie, en zijn de meeste kiezers akkoord met de globale druk van de belastingen. Plaatsen we Nederland in de Europese context, dan blijkt dat de kiezers het beide keren niet zo gek hebben aangevoeld. In 1982-'83 toen de instemming met de overheidsuitgaven een dieptepunt bereikte, was de Nederlandse overheidssector meer dan 20 procent zwaarder dan gemiddeld in Europa. In het laatste opinieonderzoek vinden de ondervraagden dat de overheidsuitgaven best op het huidige niveau mogen blijven, en inderdaad is Nederland nu in Europa precies een middenmoter: vadertje staat is al minder corpulent dan in België, Denemarken of Frankrijk en nauwelijks zwaarder dan in Duitsland.

Andere opinieonderzoeken bevestigen dit beeld. 57 procent van de kiezers wil graag dat de overheid meer energie besteedt aan het bestrijden van de misdaad, 54 procent wil beslist de sociale zekerheid op peil houden. Dat kost allemaal geld, en dus gaan de meeste Nederlanders akkoord met de stelling dat de overheid eerder iets méér moet uitgeven dan minder. Ga in zo'n opinieklimaat maar eens aan de linkerkant van het politieke spectrum enthousiast reclame maken voor een forse verlaging van het toptarief in de belasting.

Hoe kreeg minister Ruding ook al weer instemming voor lagere belastingen tijdens het tweede kabinet-Lubbers? Het belastingplan van Oort kwam er toen door omdat Ruding voortdurend wees op de internationale positie van Nederland. Met een zoveel duurdere overheid en dus zoveel hogere belastingen dan elders in Europa zou Nederland de boot missen wanneer internationale bedrijven gingen rondkijken voor een geschikte vestigingsplaats. Melkert zal – denk ik – een moderne variant van dezelfde retoriek moeten ontwikkelen om zijn fractiegenoten mee te krijgen met een verlaging van het toptarief naar 52 procent. In het algemeen is Nederland in 1999 niet meer duurder dan België, Duitsland of Denemarken, maar precies voor wat betreft het toptarief in de belasting wijken wij nog steeds pijnlijk af van de buurlanden. Het is bekend dat ABN Amro en ING o.a. daarom onder druk staan om steeds meer activiteiten maar over te hevelen naar Londen. Bankiers, handelaren en analisten maken in Engeland lange werkdagen en werken harder vanwege de hoge beloning. En die netto-inkomens zijn in de city zoveel hoger dan bij ons, omdat de Engelse overheid veel minder belasting heft. Ook Unilever, Shell en Reed-Elsevier moeten voortdurend de afweging maken of het hoger personeel in Engeland werkt of bij ons. En nu Philips een kleine sprong heeft gemaakt door het hoofdkantoor te verplaatsen van Eindhoven naar Amsterdam, zal toch niemand willen denken aan de kwade kans dat Boonstra met zijn managers een tweede sprong maakt van Amsterdam naar Londen? Franse banken klagen al in het openbaar dat hoge belastingen hen dwingen om steeds meer personeel over te plaatsen naar Londen en Franse managers spreken van `l'effet Ashford' om verdrietig aan te geven hoeveel jonge Franse ondernemers de lage belastingen in Kent verkiezen boven de te zware belastingdruk in hun geboorteland.

Melkert kan dus zijn PvdA heel goed neerzetten als een partij die wel links van het midden staat maar toch snapt dat noch de benzineprijs, noch de kerosine op Schiphol, en evenmin de tarieven in de belasting straffeloos ongunstig kunnen afwijken van de ons omringende landen. Als GroenLinks (alles mag onbeperkt duurder voor het milieu) of de SP (een 100 procent marginaal belastingtarief voor de hoogste inkomens) daar niet gevoelig voor zijn, is dat hun probleem.

Melkert heeft natuurlijk een alternatief: instemming met een lager toptarief van 52 procent koppelen aan een waslijst van andere sympathieke zaken die meer leven bij de linkse achterban. Tactisch misschien comfortabel op de korte termijn, maar levensgevaarlijk voor het overleven van Paars II want natuurlijk een signaal dat PvdA toch liever wil samenwerken met GroenLinks dan met de liberalen. Ik hoop daarom dat Melkert ook deze keer in staat is om zijn fractie zonder voorbehoud mee te krijgen met lagere belastingen. Dat zal moeilijker zijn dan in 1994 toen het vooral ging om de belasting op de lagere inkomens. Maar in hoge-belastingen-Frankrijk kan hij zijn Franse partijgenoten horen klagen over het tekort aan nieuwe ondernemers door de te zware belastingen. Best even slikken, zo'n offer van twee miljard op het altaar van het kapitalisme. Maar wel een verstandige investering voor de Nederlandse toekomst in Europa.