HISTORISCHE ACHTERSTAND

Ruzies, ongeïnde collegegelden, hoge leningen, voortdurende vernieuwingen.

En gewoon slecht management. Weinig zwarte hbo-scholen in Zuid-Afrika halen hun achterstand in.

ONDERWIJS was tijdens de apartheid geen speerpunt voor het ANC. `Liberation first, education later' was de slogan waarmee duizenden jonge activisten voor de strijd tegen apartheid werden ingezet. In schooltijd marcheerden en trainden ze en namen ze deel aan al dan niet subversieve activiteiten.

Maar sinds het ANC regeert krijgt onderwijs alle aandacht. Op het gebied van het hoger onderwijs moeten twee dingen worden aangepakt: het verschil in kwaliteit van het onderwijs aan van oorsprong zwarte en witte instellingen, of zoals ze nu genoemd worden `Historically Disadvantaged Institutes' (HDI) en `Historically Advantaged Institutes' (HAI). En: het gebrek aan praktisch geschoolde mensen dat zich nu doet voelen. Vroeger werden aan de zwarte instellingen alleen de letteren gedoceerd. Afgestudeerden konden dominee of leraar worden. Zo bleven de blanken zonder concurrentie in de sectoren waar het geld werd gemaakt. Nu de apartheid is afgeschaft blijkt het negatieve effect op de economie overduidelijk. Er zijn (blanke) geleerden en ingenieurs en (zwarte) arbeiders, en bijna niets ertussen in.

Daarom stimuleert de ANC-overheid de overwegend zwarte `technikons', instellingen voor hoger beroepsonderwijs, om te groeien. En dat doen ze. Technikon Northern Gauteng (TNG) bijvoorbeeld groeide in twintig jaar van nog geen 100 tot 9.000 studenten. De school, die sinds vijf jaar met Nederlands ontwikkelingsgeld gesteund wordt, werd in 1978 gesticht op de grens van het toenmalige thuisland Boputatswana en Transvaal, 30 kilometer ten noorden van Pretoria. Daar was ze zowel bereikbaar voor zwarte studenten – die vooral niet naar de stad moesten verhuizen – als voor de blanke staf, die nog altijd dagelijks uit Pretoria heen en weer reist.

De provincie die het oude Boputatswana en Transvaal omvat heet nu toepasselijk Gauteng, seSotho voor `waar goud is'. Met Pretoria en Johannesburg binnen haar grenzen is dit het economisch hart van het land en zelfs van het continent. Vijfenzestig procent van de bruto productie van heel Afrika wordt hier gegenereerd. De lucht is er vaak bruin van.

Vanwege de werkgelegenheid in de provincie heeft TNG een grote aantrekkingskracht op zwarte studenten. Maar ze komen terecht in een jeugdgetto van betonnen gebouwen, in een school die veel weg heeft van een gevangenis, in sombere gangen beschilderd met een zwetend soort verf. En veel verder komen de meesten niet. De waarde van het diploma van TNG blijft ver achter bij die van een diploma van een `wit' technikon. TNG heeft zelfs de reputatie vooral toekomstige autodieven op te leiden. Of dat waar is of niet, de kans op de arbeidsmarkt van aan TNG afgestudeerden neemt er niet door toe.

beheersproblemen

Een moeilijkheid is dat studenten al beginnen met een achterstand. Ze komen van arme middelbare scholen en spreken onvoldoende Engels. TNG heeft geen geld voor de beste docenten, dus de academische achterstand blijft. Maar erger zijn op het moment de beheersproblemen. Het jaarverslag 1998 van het ministerie van Onderwijs vermeldt instabiliteit bij een hele reeks hoger onderwijsinstellingen en de `complete breakdown' van relaties tussen schoolraden, staf en studentenorganisaties. Breekpunt zijn ongeïnde collegegelden, hoge leningen bij banken en spanningen door de vernieuwingen in het bestuur van instellingen. Plus gewoon slecht management.

Goede managers voor de HDI's zijn moeilijk te krijgen. In de Sunday Times van 4 juli verklaren bestuurders van zwarte universiteiten en Technikons dat ze soms uitzonderlijk hoge salarissen betalen voor goede managers, omdat die nu eenmaal terecht komen in een `vijandige omgeving'. Joria Pienaar is sinds 13 jaar secretaresse van opeenvolgende rectoren aan TNG. In haar groene viscose jurk ziet ze er uit als het type mevrouw dat de straten mijdt waar tegenwoordig zoveel zwarten komen. Maar ze is het tegendeel. Niet zelden is ze omringd door duizenden studenten die tijdens toyi-toyi's, een soort dansmarsen, vernielen wat ze tegenkomen, een situatie waarin menig ander zich bedreigd zou voelen. Zij niet: ``Ik weet dat ze tegen `het systeem' zijn, niet tegen mij.'' Maar ook Pienaar maakt zich zorgen over de snelle veranderingen. ``De nieuwe zwarte kaderleden hebben geen managementervaring, ook al hebben ze een goede opleiding. Het zou ideaal zijn als ze eerst adjunct konden zijn van blanke afdelingshoofden en decanen om ervaring op te doen. Maar nu vervangen ze hun voorgangers meteen. Bovendien is de samenwerking tussen blanke en zwarte stafleden vaak slecht.''

Wetgeving verplicht bedrijven en instellingen om dit jaar nog vast te leggen hoe hun personeelsbestand de raciale verhoudingen in het land zal gaan weerspiegelen. Maar deze wet van Affirmative Action, of positieve discriminatie, gaat de studenten niet ver genoeg. De staf moet snel zwarter worden en bovendien beter omgaan met geld. In het afgelopen jaar stuurden ze zes senior stafleden, onder wie de rector (die zwart is, maar te tolerant zou zijn jegens blanke collega's), naar huis, door te verkondigen dat hun veiligheid op de campus in het vervolg niet meer gegarandeerd was. Zo zetten ze vaart achter de `transitie', het centrale begrip in de politiek van de laatste jaren. ``De beste stafleden,'' zegt Joria Pienaar, ``zowel zwarten en blanken, vertrekken. Niet eens vanwege het salaris, maar omdat de toekomst zo onzeker is.''

Het is niet gemakkelijk om de macht van de studenten te beknotten, zegt decaan Stanley Mkola. ``Juist studenten van TNG hebben een belangrijke rol gespeeld bij het beëindigen van de apartheid. Nu willen ze hun invloed houden. En ze willen dat de overheid hun studie betaalt. Maar we zullen ze duidelijk maken dat we zonder geld geen kwaliteit kunnen leveren.''

Hoe kan de kwaliteit dan wel verbeteren? Advies vragen of tijdelijke deskundigheid inhuren bij technikons of universiteiten die geen problemen hebben met de administratie van studenten, het innen van collegeld, of het vinden van stageplaatsen voor hun studenten is moeilijk. Want dat zijn in praktijk de HAI's, de witte instellingen.

exposure

``Ondenkbaar,'' zegt een medewerker van de eveneens historisch benadeelde Peninsula Technikon in Kaapstad, ``er is te veel wantrouwen, geschiedenis.'' De samenwerking met buitenlandse hogescholen is des te belangrijker. Niet alleen op academisch vlak, maar ook voor de `exposure', om medewerkers gelegenheid te geven uit de isolatie te breken waarin heel Zuid-Afrika zich gedurende de apartheid bevond.

Zo komt het dat Arthur Giesberts, informatie-analist van de Katholieke Universiteit Brabant, voor twee jaar aan TNG is uitgeleend, onder andere om er de informatisering van de studentenadministratie op poten te zetten, de bibliotheek en toegang tot het internet te organiseren. ``Ik hoef hier niet cynisch te doen, geen vergelijkingen te trekken met witte technikons of met de tijd toen de staf nog blank was. Mijn beter-weten wordt geaccepteerd.'' Maar de hoeveelheid werk is niet gering. Organisatie en planning zijn het grootste probleem, zegt Giesberts. Veel tijd en geld gaan verloren doordat contracten onvindbaar zijn, de studentenadmistratie niet functioneert. ``Zolang zulke zaken niet beter geregeld zijn, lijdt de kwaliteit van het onderwijs eronder.''

extra fondsen

Waar haalden bijvoorbeeld Johnson & Johnson Wax of Pretoria's waterbedrijf IQWS onlangs hun afgestudeerden vandaan? Van Cape Technikon en Peninsula Technikon. Beide staan in Kaapstad, zo'n 2.000 km verderop. De eerste is een witte school, de tweede een zwarte. Maar Pentech doet er alles aan om het etiket `benadeeld' af te werpen. De school wil uitblinken en de `Massachusetts Institute of Technology van Afrika' worden. Hoe dat kan? ``Een uitstekende rector,'' zegt Student Development coördinator Wessel Buitenhorst. Die slaagt er onder andere in om extra fondsen van het bedrijfsleven binnen te halen. ``En de hele staf is van één ding overtuigd: Peninsula Technikon heeft geen recht van bestaan als wij de studenten die hier binnenkomen niet over hun achterstand heen kunnen tillen. Vroeger dienden we als buffer, om zwarte studenten uit de witte technikons te houden. Dat doen we niet meer.''

Nederland besteedt ongeveer twee miljoen gulden per jaar aan projecten die TNG ondersteunen. Dat geld wordt beheerd door de Nuffic in het kader van het Medefinancieringsprogramma voor Universitaire en HBO-samenwerking (MHO). Maar is TNG niet zo'n buffer gebleven als Buitenhorst noemt? En is de ondersteuning aan juist deze school dan niet toch een bijdrage aan het in stand houden van de kloof tussen de opleidingsniveaus van blanke en zwarte studenten?

Dr. Jos Walenkamp is als hoofd van de afdeling ontwikkelingssamenwerking van de Nuffic verantwoordelijk voor de selectie van instellingen in ontwikkelingslanden die in het MHO worden opgenomen. Hij zegt: ``TNG is de enige zwarte school voor hoger beroepsonderwijs in Gauteng, en potentieel een emancipatoire factor van de eerste orde. Mits de kwaliteit van het onderwijs goed is. En dat hangt weer af van de institutionele sterkte.'' Hij verwacht dat de samenwerking met Nederlandse hoger-onderwijsinstellingen de vicieuze cirkel op den duur kan doorbreken.