Hermans' stilte

Ritzen wist als minister van OC en W wat hij wilde, en omdat dat in de regel iets anders was dan de universiteiten goed dachten, kreeg hij dan ook strijk en zet heel wat kritiek over zich heen. Zijn opvolger Hermans heeft inmiddels een heel wat betere pers. Na de verzengende dadendrang van zijn voorganger, komt hij over als een zacht verkoelend briesje. Naar aanleiding van het verschijnen van de nota `Wie oogsten wil, moet zaaien', over het Wetenschapsbudget 2000, waren de in de pers geciteerde reacties van wetenschappers en bestuurders zelfs lyrisch. Strijk en zet werd de minister geprezen omdat hij zo goed zou kunnen luisteren.

Nu valt er over `Wie oogsten wil, moet zaaien' ook veel goeds te zeggen. De nota is helder geschreven en fraai uitgegeven. Opvallend is daarbij de ronde hoek rechtsboven van het boekje, alsof de vormgever heeft willen benadrukken dat met deze minister nu de scherpe kantjes er wel weer af zijn. Maar wie zou denken dat de minister om te oogsten wel veel zaaigoed zou komen brengen, komt bedrogen uit. Weliswaar wordt hier en daar een bedragje toegezegd ter ondersteuning van deze of gene maatregel, maar de vergrote opbrengst wordt wel verwacht van dezelfde nog steeds slinkende middelen.

Een opvallend voorbeeld is de problematiek van de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de hogere rangen van het hoger onderwijs. Zoals inmiddels algemeen bekend is, heeft alleen Botswana een lagere score dan Nederland. Aangezien nog niemand heeft durven beweren dat de Nederlandse vrouwen gemiddeld beduidend dommer zijn dan hun zusters in de ons omringende landen, moeten institutionele factoren die ondervertegenwoordiging verklaren. Wie daar op korte termijn echt iets aan wil doen kan kiezen tussen harde maatregelen of grof geld. Harde maatregelen hoeven we niet te verwachten van een luisterende minister, maar grof geld – louw loene. NWO heeft nu een plan in de maak om het probleem aan te pakken en de minister is bereid `om een bedrag dat oploopt tot ƒ0,5 miljoen in 2002' daaraan bij te dragen. Aangezien Nederland op dit punt een van de achterlijkste ontwikkelingslanden ter wereld is, had de minister toch tenminste een beroep op zijn collega Herfkens kunnen doen. Ook Brussel schijnt middelen ter beschikking te stellen voor de verbetering van achtergebleven gebieden – viel daar niets te halen? Als ik de minister was zou ik niet graag eerdaags langs de feministische meetlat van Opzij worden gelegd. De helft van het Nederlandse intellect wordt nauwelijks benut voor het Nederlandse onderzoek en de minister schraapt een half miljoentje bij elkaar, terwijl hij wel stante pede viereneenhalf miljoen over heeft voor de doorstart van NewMetropolis, een kinderattractie met te veel kapotte computerspelletjes en te weinig werkende stoommachines. Waar zijn we nu helemaal mee bezig?

Hermans, en dat verklaart zijn hoge cijfer voor luistervaardigheid, heeft met grote voortvarendheid een streep gehaald door de Dieptestrategie, het vermaledijde beleid van zijn voorganger om bij iedereen geld weg te halen om dat dan weer te geven aan een klein aantal groepen die er toch al geen gebrek aan hadden. In plaats daarvan krijgen we nu een Vernieuwingsfonds. Dat fonds moet gevuld worden met oud geld maar de minister, die de noodklok luidt over de situatie van het onderzoek in Nederland, legt er ook zelf wat bij. Niet meteen, natuurlijk, dat kan bruin niet trekken, maar vanaf 2003, en dan maar meteen liefst tien miljoen! De eerste de beste wethouder van een middelgrote gemeente geeft per jaar nog meer uit aan de infrastructurele voorzieningen op multiculturele hangplekken voor randgroepjongeren.

Het onderzoek dat voor aanvullende subsidie uit dit Vernieuwingsfonds in aanmerking mag komen, hoeft, als ik het goed begrijp, dan weliswaar niet meer van topkwaliteit te zijn, maar moet wel vernieuwend wezen. Het onderscheid lijkt mij volstrekt imaginair: goed onderzoek is altijd vernieuwend. Onderzoek dat niet vernieuwend is, is gewoon slecht onderzoek, en aangezien de minister zelf in zijn nota zegt dat er in Nederland gelukkig nog altijd ondanks de dalende middelen heel veel goed onderzoek wordt gedaan, zal het niet gemakkelijk worden om de keuze te bepalen. Wel zegt de nota dat nu er veel minder te verdelen valt, de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen ook best eens een keertje in de prijzen mogen vallen.

De minister gaat zelfs zo ver om in de de eerste paragraaf van het eerste hoofdstuk van de nota `Maerlandts wereld' van mijn Leidse collega Van Oostrom op één lijn te stellen met de Deltawerken. Ik zou daarom willen voorstellen dat het gehele Vernieuwingsfonds wordt uitgekeerd aan de geesteswetenschappen en de maatschappijwetenschappen: voor een bedrag van vijfenzeventig miljoen brengen die alle dijken van Nederland op Deltaniveau en leggen ze als toegift op de Doggersbank ook het nieuwe Schiphol nog wel even aan.

Er is nog een andere reden om het geld echt nuttig te besteden. Onze bèta-collega's hebben al veel meer geld dan ze verantwoord op kunnen maken, zoals zorgelijk wordt opgemerkt in `Wie oogsten wil, moet zaaien'. Iedereen heeft te maken met dalende studentenaantallen maar de bèta's leveren wel heel weinig studenten af, en de geringe aantallen die afstuderen worden blijkbaar zo weinig uitgedaagd door het universitaire onderzoek dat ze verdommen aio te worden en liever een baantje nemen in het bedrijfsleven. Als ik de Wetenschapsbijlage van de Volkskrant van 17 juli mag geloven, is de nood nu al zo hoog gestegen dat er niet alleen in het buitenland geworven wordt, maar dat sommige onderzoekscholen aio's aannemen die nauwelijks het Engels beheersen. Dat betekent dan toch dat deze gelukkigen eerst nog eens Engels moeten leren voordat ze aan hun onderzoek kunnen beginnen. Hoeveel tijd er dan nog over blijft voor het eigenlijke onderzoek is natuurlijk wel de vraag.

Nu is het ook voor afgestudeerden in de letteren en de sociale wetenschappen op dit moment niet moeilijk om een baan buiten de wetenschap te vinden, maar blijkbaar slagen deze vakgebieden er wel in om hun afgestudeerden een uitdagende omgeving aan te bieden, want daar is aan kandidaten voor aio-plaatsen geen gebrek. Ik zou daarom zelfs nog verder willen gaan. Helaas is mijn voorstel zo simpel dat ongetwijfeld territoriumdrift en praktische bezwaren uitvoering in de weg zullen staan, maar toch. Laat de bèta's, die immers geen geschikte kandidaten voor aio-plaatsen en postdoc-posities kunnen vinden, de komende vijf à tien jaren eens een bescheiden tien procent van hun onderzoeksbudget afstaan aan de geesteswetenschappen en de maatschappijwetenschappen, die wel beschikken over de menskracht voor de uitvoering van hun Deltawerken. De tijd die vrijkomt in de laboratoria omdat er minder aio's begeleid hoeven te worden, kan dan worden besteed om in het VWO meer enthousiasme te wekken voor science and technology. Wanneer dat leidt tot een hogere studenteninstroom, en dat weer, ten minste vijf jaar later, tot een verhoogde uitstroom en meer kandidaten voor aio-plaatsen, kan het geld weer terug naar de bèta's. De letteren en de sociale wetenschappen hebben tegen die tijd echter wel heel Nederland en de rest van Europa voorzien van een netwerk van ondertunnelde hogesnelheidlijnen. U ziet, simple comme bonjour.

Ondertussen blijven de arbeidsomstandigheden voor de aio's mager en worden hun secundaire arbeidsomstandigheden, tot schade van de Nederlandse wetenschapsbeoefening, alleen maar slechter. Omdat ook NWO moet meedoen aan de algehele bezuinigingsdrift, heeft het Algemeen Bestuur besloten het SIR-programma af te schaffen. Dit programma verstrekte beurzen voor buitenlandse reizen van aio's (en postdocs). Zulke reizen waren niet alleen nuttig voor de individuele aio's, die kennismaakten met de dagelijkse praktijk van het wetenschappelijk onderzoek buiten Nederland, maar ook belangrijk voor de toekomstige wetenschapsbeoefening in Nederland als geheel, omdat het internationale karakter van het onderzoek in de jongste generatie van onderzoekers werd versterkt. Ter verdediging van de opheffing voert NWO terecht aan dat `het programma goed loopt, snel werkt en een grote populariteit geniet'.

NWO verwijst de aio's nu naar hun eigen faculteiten, die ook moeten bezuinigen en niet zitten te springen om nieuwe kostenposten. Het eindresultaat zal dus zijn dat de mogelijkheden voor aio's om naar het buitenland te reizen vanaf het jaar 2000 drastisch zullen verminderen. Alle mooie woorden over internationale samenwerking in `Wie oogsten wil, moet zaaien' komen opeens in een ander licht te staan wanneer men beseft dat het hele proces van het creëren van een internationale houding bij jonge onderzoekers tegelijkertijd in de kiem wordt gesmoord.

Natuurlijk heeft minister Hermans het goede voor met de universiteiten en het wetenschappelijk onderzoek. Maar waar zijn voorganger wind zaaide om storm te oogsten, zaait deze minister vooral windstilte. Ook dat resulteert in een flinke depressie. De aio's krijgen de kans niet meer, maar ik ga naar Amerika.