FIKSE WANDELINGEN LATEN VROUWENHART LANGER KLOPPEN

Dat lichaamsbeweging helpt om hart- en vaatziekten te voorkomen is al tientallen malen aangetoond. In het onderzoek is hierbij weinig specifieke aandacht geweest voor vrouwen. Dat is merkwaardig, omdat vrouwen vóór de menopauze veel minder kans op een hartinfarct hebben dan mannen van dezelfde leeftijd. De weinige gegevens hadden bovendien bijna altijd betrekking op kleine groepen, terwijl er geen inzicht is in de hoeveelheid inspanning die nodig is en of het uitmaakt of je gaat wandelen of gaat sporten.

Onderzoekers van de Harvard Medical School in Boston, hebben deze lacune grotendeels ingevuld (New England Journal of Medicine, 26 augustus). Zij volgden acht jaar lang 72.488 vrouwen die in 1986 tussen de 40 en 65 jaar oud waren. Hun onderzoek maakte deel uit van de grote Nurses Health Study, die in 1976 van start ging met meer dan 120.000 verpleegsters. De deelneemsters vullen hiervoor elke twee jaar een uitgebreide vragenlijst in over hun gezondheid en leefstijl.

Vanaf 1986 bevat de enquêtelijst ook vragen over lichaamsbeweging. Uit de antwoorden berekenden de onderzoekers een `bewegingsindex, waarin de intensiteit en de duur van de inspanningen zijn verdisconteerd. Op grond hiervan werden de vrouwen ingedeeld in vijf even grote groepen. Vervolgens werd per groep het aantal hartaanvallen tijdens de onderzoeksperiode genoteerd. De resultaten laten glashelder zien dat de kans op een hartinfarct afneemt, naarmate vrouwen meer bewegen. Nu wordt dit resultaat vertekend door het feit dat vrouwen die meer bewegen mogelijk minder vaak roken en overgewicht hebben. De onderzoekers vonden echter dat hun uitkomsten opgingen voor rooksters en niet-rooksters, of die nu dik of dun waren en/of erfelijk belast.

Veel mensen voelen er weinig voor om te gaan sporten, maar willen nog wel een wandeling maken. Om te beoordelen in hoeverre dit het hart beschermt, zijn de gegevens geanalyseerd van de deelneemsters die niet sporten of andere zware inspanningen leveren, maar wel regelmatig wandelen. Daarbij bleek dat één tot drie uur stevig wandelen per week de kans op een hartinfarct al met 30 procent reduceert. Dat wordt veertig procent als de wandelingen wekelijks meer dan vijf uur in beslag nemen. Dat ook het tempo invloed heeft op het risico zal geen verbazing wekken. Eén uur wandelen reduceert de kans op een infarct met een kwart ten opzichte van één uur slenteren. Doorstappen in Vierdaagsetempo is uiteraard nog effectiever.

Ten slotte is nagegaan of sporten in dit opzicht gezonder is dan wandelen. Anderhalf uur per week wandelen heeft dezelfde bewegingsindex als drie kwartier joggen, zwemmen of tennissen, maar lijkt iets gunstiger te zijn. Het aantal deelneemsters dat regelmatig sport is echter te klein om hier duidelijke conclusies uit te kunnen trekken, aldus de onderzoekers.

(Huup Dassen)