Erger dan erwt

Als ik een prinses was, waagde ik me in deze laatste dagen van de maand die naar opa Augustus is vernoemd, niet buitenshuis. In ieder geval zou ik niet in een auto gaan zitten, en zeker niet naast een verloofde of echtgenoot. Hier zijn de simpele feiten:

Op 28 augustus 1904 vond in Wenen het eerste dodelijke auto-ongeluk in die stad plaats. Het slachtoffer was prinses Helène Bonaparte (Triest 1820, Wenen 1904), de beroemde patiente van dokter Sigmund Freud. Freud suggereert dat zij suïcidaal was omdat haar grootmama en haar mama voortdurend kibbelden, maar haar echtgenoot die aan het stuur van de eerste Weense auto zat, wist daar niets van. Hij reed plompverloren midden op de Wiener Kreis tegen een zware wagen volgeladen met legeruniformen en getrokken door vier knollen. Men fluistert dat hij stomdronken was en geen rijbewijs had. Men fluisterde nog wel meer. Maar er bestonden toen nog helemaal geen rijbewijzen en ik geef alleen de harde feiten.

Op 29 augustus 1935 kwam prinses Astrid Bernadotte (Stockholm 1905-Küssnacht 1935), de Zweedse prinses die in 1926 met de Belgische kroonprins was getrouwd, nog een verre achternicht van prinses Helène trouwens, op een berghelling bij Küssnacht om het leven door een nog steeds onverklaarbare stuurfout van haar echtgenoot, koning der Belgen Leopold III, die zelf in leven bleef en zodoende de oorlog kon meemaken en daarna afgezet worden. Ook hier werd veel gefluisterd, maar ik hou me aan de feitelijke feiten.

Op 30 augustus 1966 kwam Natasja Romanoff (St. Petersburg 1901, Pittsburgh 1966) in Pittsburgh, Ohio, om het leven toen haar boy-friend, de later tot levenslang veroordeelde oplichter, drugssmokkelaar en meervoudig moordenaar Johnny Peertree, een scherpe bocht maakte, terwijl het portier aan de kant van Natasja miraculeus openstond. Het is allerminst zeker dat het slachtoffer inderdaad de jongste dochter van de tsarenfamilie was, die immers, zoals de DNA ons leert, in 1918 in Jekaterinenburg was geëxecuteerd. Misschien was zij gewoon Anna Andersen en misschien was zij de moeder van Johnny Peertree. De fluisteringen nemen hier grove vormen aan, maar ik geef slechts de ontegenspreekbare feiten.

Op 31 augustus 1997 kwam prinses Diana Spencer (Althorp 1966, Parijs 1997), gescheiden van de Britse kroonprins Charles Windsor, in Parijs om het leven toen de Mercedes waarin zij naast haar vriend Dodi Harrods zat, in het autotunneltje van het Grand Palais in Parijs tegen een paal botste. De vader van Dodi beweert dat de vader van Charles, trouwens een achterneef van Natasja Romanoff, het ongeluk georganiseerd had, de moslim-wereld meent dat de paus er achter zat, en de politie beweert dat de chauffeur dronken was en te snel reed, maar ik hou me aan de zichtbare feiten.

Waarom zou een prinses niet bijgelovig mogen zijn? Wij weten, dankzij Hans Andersen, onecht kind trouwens van de Deense koning, dat een prinses door veertig donzen matrassen en twintig zachte verloofdes heen nog bont en blauw wordt van een erwt, dus als ik een prinses was, dan stapte ik dezer dagen niet in een auto, zeker niet op de zitplaats naast een geliefde. De noodlotshand die zich vergreep aan het kwartet Helena, Astrid, Natasja, Diana (jachtgodinnen bij de Grieken, Vikings, Russen en Romeinen) zou er een handvol van kunnen maken.