Eerst groot en machtig worden

De Fransen zouden deze week de grootste bank krijgen, maar de Japanners bleken de allergrootste te vormen. Het mondial fusieproces van financiële instellingen houdt maar niet op. Waarom is dat zo?

De ene grootste mondiale bank is nog niet gevormd, of de volgende staat al op stapel. Kuddegedrag is bankiers niet vreemd, maar hoe groot zij ook willen worden zij blijven lokale mores koesteren. De bestuursvoorzitters van Industrial Bank of Japan, Dai-Ichi Kangyo en Fuji Bank die vorige week de nieuwste grootste bank ter wereld presenteerden, weken niet af van de Japanse consensusgerichte conventies. Vragen van journalisten kregen een antwoord van alle drie de toplieden.

Klanten, financiële analisten, beleggers en bankiers zelf kunnen de stroom van internationale overnames, fusies en allianties nauwelijks bijbenen. Dooddoener nummer een uit het grote smoezenboek voor topmanagers `Iedereen Praat met Iedereen' is hier toch waar.

De Fransen, trots als altijd, hadden de eer voor zich opgeëist van een nieuwe nummer één. Maar de nieuwe moloch die Banque Nationale de Paris (BNP) wil forceren door een vijandig bod op de twee fuserende concurrenten Paribas en Société Génerale is maar half geslaagd. Nu moet centralebankpresident Trichet beslissen. Als hij niet oppast kan zijn dirigisme in het vrije spel der financiële krachten het vertrouwen van de marktpartijen in zijn toekomstige baan als opvolger van president Duisenberg van de Europese Centrale Bank in gevaar brengen.

Terwijl de Franse overname van de eeuw in een impasse verkeerde sloegen de Japanners toe om de allergrootste bank te vormen. Maar elders in Europa gaat de samenklontering door, vooral binnen nationale grenzen, maar ook internationaal. ING deed twee weken geleden de grootste buitenlandse overname in de Duitse financiële wereld (4,6 miljard gulden voor 60 procent van BHF Bank). Afgelopen week bevestigde Dresdner Bank aparte besprekingen met marktleider Deutsche Bank en Hypovereinsbank over bundeling van hun kantorennetwerken voor particuliere klanten. In Portugal probeert de regering een overname van een lokale bank door een Spaanse bank te blokkeren. En in Nederland kocht ABN Amro eergisteren voor 2,7 miljard gulden hypotheekaanbieder Bouwfonds Nederlandse Gemeenten.

De jacht om groter te worden wordt aangevuurd door een scala motieven. In Japan proberen de grote banken zichzelf uit het moeras van vastgelopen leningen aan het bedrijfsleven te trekken. Zij hebben stuk voor stuk kapitaalinjecties van de Japanse overheid gehad en moeten nu, door sluiting van kantoren en vermindering van personeel, hun rendement opvijzelen.

,,De lamme helpt daar de blinde. Het is maar zeer de vraag of uit zo'n fusie daadwerkelijk één bank uitrolt', stelt Jaap Koelewijn. hoofd strategie van Iris. het onderzoeksbureau van vermogensbeheerder Robeco. De samenballing zou met andere woorden ook heel goed een optische truc zijn om de aangeslagen Japanse banksector een sterker imago te geven.

In Europa zorgt het wegvallen van nationale grenzen tot de verwachting van extra concurrentie uit andere landen in het eurogebied. Om die nieuwe aanbieders voor te zijn, is een nationaal samenklonteringsproces gestart. Eerst op de kleine markten, zoals Nederland, waar toch al een klein aantal grote aanbieders over waren, nu ook op de grote markten: Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië.

,,De Fransen willen nationale oplossingen'', observeerde ABN Amro topman J. Kalff vorige week bij de presentatie van de halfjaarwinst van de bank. ,,Dat zie je ook bij de oliemaatschappijen''. ABN Amro is de grootste buitenlandse bank in Frankrijk, volgt de situatie op de voet, maar is na de mislukte gooi naar de privatisering van de middelgrote bank CIC (in 1998) bang zich weer als koper te melden. ,,In Italië werden wij met open armen ontvangen'', zegt Kalff. ABN Amro kocht eerder dit jaar ruim acht procent van de aandelen van Banca di Roma. Kalff is nog steeds zo enthousiast dat een opmerking vorige week over uitbreiding van dat belang en de daaropvolgende koerssprong van Banca di Roma een onderzoek van de Italiaanse beurswaakhond heeft uitgelokt.

,,De meeste banken willen eerst groot en machtig worden'', zegt een adviseur die gezien zijn vertrouwelijke relaties in de financiële wereld alleen op voorwaarde van anonimiteit wil praten. ,,Eerst krijg je in Europa een macho, big swinging dick samenklonteringsproces en vervolgens vallen die nieuwe spelers weer uit elkaar om zich te richten op meer natuurlijke combinaties van behoeften van klanten, zoals diensten voor het betalingsverkeer, of de oudedagsvoorziening.''

Krachtenbundeling om de massieve investeringen in informatietechnologie te blijven bekostigen vindt hij wel hout snijden. ,,Maar harde economische argumenten, in de lijn van: wij kunnen zoveel kosten besparen of wij kunnen zoveel nieuwe inkomsten boeken die wij zonder fusie niet zouden krijgen, nee, dat hoor je niet veel. Hoe dat komt? Zij verdienenen nu gemakkelijk veel geld, daardoor hebben zij weinig rationaliteit in hun besluitvorming.''

Al is de winstgevendheid ten opzichte van andere bedrijfstakken hoog, de druk is voelbaar. Volgens Koelewijn stimuleert ook de lage rente de fusiegolf. ,,Door die rentestand zijn de marges krap en is er, mede door de harde concurrentie, een enorme druk op de prijzen.''

In bepaalde sectoren is schaalgrootte volgens de Iris-onderzoeker, die een proefschrift schreef over toezicht op banken, zelfs noodzakelijk om te overleven. ,,Bijvoorbeeld bij vermogensbeheer. Je kan dat spel alleen meespelen met een bepaalde omvang. Stel dat pensioenfonds ABP bij een vermogensbeheerder aanklopt en tien miljard wil laten beheren. Als dat bedrag tien procent van het totale vermogen vormt, heb je als beheerder een probleem, want die wordt veel te afhankelijk van een enkele klant.''

Die behoefte aan schaalgrootte speelt volgens hem ook bij andere bancaire activiteiten. ,,In het bedrijfsleven is dat fusieproces al veel langer gaande. Die enorme concerns mogen ook geen 10 procent van de business van een bank gaan vormen. Want wat gebeurt er dan als die klant plotseling vertrekt?''

En dan is er nog de Amerikaanse uitdaging. ABN Amro heeft voor zo'n 15 miljard gulden overnames in Amerika gedaan, Deutsche Bank kocht de zakenbank Bankers Trust. Maar Bankiers vrezen ook een Amerikaanse invasie in Europa, zeker als anderen de krachtenbundeling van verzekeraar Travelers en Citibank volgen. De toonaangevende Amerikaanse zakenbanken zijn al niet meer weg te denken. Banken zien nu al met lede ogen hoe `bijna-banken' als GE Financial Services dwars door Europa financiële specialisten, zoals leasebedrijven, opkopen.

En dan is er de vrees voor het Internet, dat de verkoop van financiële diensten zal veranderen. Maar hoe? En hoe te reageren? Groot zijn biedt in elk geval een vorm van bescherming, is de hoop.

De urge to merge mag noodzakelijk zijn voor banken, maar roept de vraag op of de mondiale geldgiganten intern nog wel bestuurbaar blijven, extern nog controleerbaar zijn voor toezichthouders en hun klanten niet gaan opzadelen met verhoogde prijzen of verlaagde service?

Grote fusies van banken willen de laatste tijd nog wel eens het deksel van een doofpot laten vliegen. Na het samengaan van de Duitse Vereinsbank en Hypobank in 1997 openbaarden zich voor een paar miljard gulden slechte leningen uit de Hypobank portefeuille die verschillende directeuren de kop kostte. Kort na de fusie van de Zwitserse giganten UBS en Swiss Bank bleek dat de eerste een stille partner was in het Amerikaanse speculatiefonds LTCM, dat een jaar geleden onderuit ging. Dat kostte topman Cabiallavetta zijn baan en de bank bijna 1,5 miljard gulden.

Wanneer de Japanse fusie doorgaat, ontstaat straks een concern met een balanstotaal van 2.600 miljard gulden. Nog bestuurbaar? ,,In de industrie blijken de grote combinaties ook beheersbaar te zijn'', vindt eerder genoemde boardroom-adviseur. ,,Je ziet dat bedrijven in steeds kleinere eenheden kunnen worden opgedeeld die apart aangestuurd kunnen worden. Het zijn zakken vol knikkers, alleen is het niet steeds duidelijk bij banken wat die knikkers aan elkaar toevoegen.''

Los van het managementprobleem kunnen ook regeringen en toezichthouders (centrale banken) zich achter het oor krabben of dergelijke grote banken zich nog wel laten controleren. Volgens Koelewijn wordt dat steeds lastiger, vooral omdat er nog steeds geen toezicht op wereldschaal bestaat. ,,ABN Amro moet daarom zowel gegevens aan de Nederlandsche bank als aan de Braziliaanse toezichthouder sturen. Het gebrek aan wereldwijde coördinatie leidt tot hele vreemde situaties: toen begin jaren negentig de bank BCCI in problemen kwam, riep de Bank of England het faillissement uit, waarna het garantiefonds in Nederland verplicht werd depositohouders bij het Amsterdamse filiaal tegemoet te komen.''

De fusiegolven buiten Nederland zullen de druk op de Nederlandse financiële sector verder verhogen. Komt er nog een finale klap in Nederland? ,,Het zou mij niets verbazen''. zegt eerder genoemde boardroom-adviseur. De Rabobank boekt geen vooruitgang in Europa en zou toch nog een Nederlandse fusie kunnen proberen, met Fortis bijvoorbeeld, die met de VSB Bank tussen tafellaken en servet zit. Of opnieuw met Achmea praten.

Dan zijn er ING en ABN Amro. ,,Die praten serieus van tijd tot tijd. De Nederlandsche Bank ziet dat ook wel zitten, om politieke redenen, dan zijn zij immers controleur van een financiële instelling in de wereldtop. Kijk, multinationale bedrijven zorgen wel voor zichzelf, maar een combinatie van ING en ABN Amro zou kwetsbare Nederlandse klantengroepen, zoals consumenten en midden- en kleinbedrijf, beroven van een belangrijke keuzemogelijkheid.''

De dynamiek van fusies is echter onnavolgbaar. ,,De ene fusie lokt de andere uit. Zowel ABN als Amro zijn niet toevallig in 1964 uit fusies tot stand gekomen'', vertelt Koelewijn. In 1975 kochten zij vervolgens achter elkaar de twee enige zakenbanken: Amro nam Pierson, Heldring & Pierson, ABN de Mees & Hope Groep. ,,Ook na de fusie van ABN en Amro heeft Nederland in het begin van de jaren negentig in twee jaar een enorme consolidatie gezien. ING, Fortis. Dan kan het opeens heel snel gaan.''

De Nederlandsche Bank, die zijn fiat moet geven aan een nieuwe samenklontering, houdt haar kruit droog. Regelmatige bezoekers van de bankburcht aan het Frederiksplein bespeuren een duidelijk sturing: als je wilt fuseren, dan wel met een bank uit het eurogebied. Directeur toezicht A. Schilder speelt de sfinx. ,,Je houdt altijd drie lagen van spelers: de op wereldschaal opererende banken, de regionale banken en de nationale en lokale banken'', zei hij vorig jaar. ,,Ik heb altijd gezien dat als zich er op wereldschaal concentratie plaatsvindt, de lokale spelers zich tegelijkertijd ook sterker ontwikkelen.''

Koelewijn gelooft niet in een finale klap in Nederland. ,,Een fusie tussen twee banken uit de top vier (ABN Amro, ING, Rabobank en Fortis) zal volgens mij nooit door de toezichthouder worden geaccepteerd.''

ING-bestuursvoorzitter G. van der Lugt ziet evenmin een finale Nederlandse fusiegolf. ,,Dat zou pas aan de orde komen op het moment dat je in de rest van de wereld niet meer in staat bent om je inkomsten te verhogen. Een fusie met een buitenlands concern sluit ik in de komende tien jaar overigens helemaal niet uit'', zei hij een paar maanden geleden.

Volgens Fortis-bestuurder H. Hielkema is er sprake van een hellend vlak. ,,Een fusie tussen de grote vier zie ik nu niet gebeuren, maar mijnheer Kist (directeur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit) moet maar eens aangeven welke marktaandelen op termijn acceptabel zijn. Dan is het de vraag in hoeverre de Europese dimensie meetelt.'' Te groot in Nederland wil immers nog niet zeggen te groot in Europa. ,,Wanneer Europa meetelt, valt niets uit te sluiten.''

Koelewijn: ,,Je krijgt een proces van verdere internationalisatie van de Nederlandse banken. ABN Amro neemt een belang in Banca di Roma, ING wordt via BHF actiever in Duitsland, terwijl Rabobank momenteel met andere Europese banken overleg voert. Op deze manier ontstaan er Europese concerns die hun hoofdkantoor nog toevallig in Nederland hebben staan.''