De heiligenweg

De E3 moet Noord- en Zuid-Europa verbinden. Het bleef bij een Europese droom. Vandaag het twaalfde en laatste deel: Portugal.

Op de grens is een dubbelstadje gegroeid: Fuentes de Oñoro aan de Spaanse kant, Vilar Formoso aan de Portugese. Aan weerszijden dezelfde woekering van souvenirszaken, geldwisselkantoortjes, cafés en supermarkten, aan weerszijden ook vergeelde posters van de Europese verkiezingen. In Portugal is het alleen een uur vroeger, dit is het begin van de derde tijdzone van de E3.

`Tolerância Zero' staat op een verkeersbord met de maximumsnelheid. Portugal grossiert in waarschuwingsborden langs de weg: lampen aan, afremmen op de motor, afstand houden, niet drinken, kijk uit voor gladheid bij sneeuw. Langs steile afdalingen liggen grintbakken voor auto's die door hun remmen schieten. Windzakken waarschuwen voor Atlantische valwinden, bij rustig weer hangen ze erbij als een gebruikt condoom, bij harde wind staan ze als een exemplaar in gebruik. Met deze maatregelen hoopt Portugal van de laatste plaats af te komen op de veiligheidsranglijst van de negen E3-landen.

Bij Celorico da Beira nam de voormalige E3 de tweebaansweg binnendoor naar Coimbra, de N17. Tenminste, volgens een oude landkaart die ik bij me heb. Maar niemand langs de weg herinnert zich de oude Europese status van de weg, zelfs de eigenaar van restaurant Europa niet. Hij blijkt de naam alleen te hebben gekozen omwille van de klank. ,,Dit is altijd de N17 geweest'', zeggen de lokale bewoners eenstemmig. Als ik de moed bijna heb opgegeven, tref ik de kok van restaurant Km 88. De E3? Moeiteloos somt hij de hele route op die hij als gastarbeider twintig jaar lang reed, van hier naar de Parijse Renaultfabrieken en terug. Voltooid verleden tijd.

Verder voert de weg, over beboste berghellingen en langs ommuurde begraafplaatsen. De familiegraven zijn niet, zoals in Zweden, alleen voorzien van de naam van de man: elke dode staat vermeld met al zijn of haar voornamen, vaak is er ook nog een geëmailleerd fotootje. En verder kunstbloemen, Mariabeelden, tempeltjes, marmeren harten. Ook het eenzame kerkje van Senhora do Calvário schuwt het hyperrealisme niet, het Christusbeeld is voorzien van een echte pruik en doornenkroon.

Het naburige dorp is uitgelopen voor de fancy fair, de muzikanten van de harmonie doden de tijd met kaarten. Al snel ben ik omringd door jongens in blauwe uniformen met donkerblauwe petten die me met open mond aanstaren: een buitenlander, een journalist bovendien. Dan steekt Antonio zijn borst vooruit, hij heeft in Zwitserland in een restaurant gewerkt. Twee vrouwen had hij daar. ,,Kunnen Nederlandse vrouwen ook zo goed pijpen'', wil deze wereldburger weten.

Bij Coimbra draai ik weer een echte snelweg op. De afgifte van tickets voor de tolweg is geautomatiseerd, toch staat een behulpzame employee klaar om je het kaartje persoonlijk te overhandigen. De weg is met een lineaal door de heuvels getrokken, zorgvuldig elk contact met de omgeving vermijdend. Hier geen aaneenschakeling meer van dorpscafés, hotels en huizen waarvan moeilijk uit te maken is of ze in aanbouw zijn of in verval. Precies veertig kilometer liggen de `verzorgingsplaatsen' uit elkaar. Bij de selfservicecounter is het een gedrang van jewelste, Portugezen zijn geen afstandelijk volk. De harde porno uit Spanje is verdwenen, een eenzame Playboy moet zich – decent verpakt in krimpfolie – staande zien te houden tussen drie tijdschriften over baby's. Ook op de snelweg draait het Portugese leven om kinderen. Eerst dacht ik dat de auto's op de vluchtstrook allemaal pech hadden. Maar meestal blijkt dat de kleine gewoon een plasje moet doen.

Aan de tankstations en restaurants is niet af te zien dat de snelweg nog geen decennium oud is: oranje kozijnen en bruine lambrizeringen zorgen voor een jarenzeventiguitstraling. De borden met toeristische informatie – u komt langs een abdij, aquaduct, arcade – zijn gevat in plompe, rode buizen die uitlopen in een puntdakje. Wat moet ik bovendien met die wetenschap als ik ze niet kan zien, noch kan afslaan om ze te gáán zien?

Fátima is een uitzondering, Portugals beroemdste bedevaartsoord kreeg bij de aanleg van de weg in 1992 een eigen afslag. Onderaan de uitrit liggen dertien parkeerterreinen. ,,Door de snelweg krijgen we steeds meer bezoekers, vorig jaar vijf miljoen'', zegt de religieus voorlichtster. ,,Ze hadden de weg beter een paar kilometer verderop kunnen leggen'', zegt de wereldlijk voorlichtster, ,,op hoogtijdagen krijgen we het verkeer niet snel genoeg afgewikkeld.''

Ook de geasfalteerde vlakte voor de basiliek lijkt een parkeerplaats, ze is groter dan het Sint Pietersplein. Gelovigen staan in een lange rij om de voeten van het Mariabeeld te kussen en hun rozenkransen te laten zegenen. Om elf uur 'savonds is de audiëntie ineens afgelopen, monniken pakken het beeld op, stommelen naar de achteruitgang en sjorren Maria met touwen vast op de laadbak van een Toyota-pickup. Onder een beverig gezongen Ave Maria verdwijnt het beeld, rechtopstaand, in de duisternis. De volgende morgen blijkt dat ik getuige was van de wereldtournee van Maria van Nazareth. Het beeld uit Palestina was onderweg van Lissabon naar Genève en maakte onaangekondigd een tussenstop van enkele uren in Fátima.

Een grote elektriciteitscentrale met drie korte, stompe schoorstenen kondigt Lissabon aan. Daar begint een dertig kilometer lang remspoor van fabrieken, flats, reclameborden, showrooms en krottenwijken met roestige golfplaten. Obsceen paars steken de bloeiende bougainvilles af tegen de stoffige voorsteden, hun volle kleur maakt de troosteloosheid alleen maar schrijnender.

Steeds dieper dringt de weg in het stedelijk weefsel, maar zwenkt ten slotte toch via de tweede rondweg met een bocht om het centrum heen.

Langzaam klimt de oude E3 naar zijn eindpunt: de Brug van de 25ste april, vernoemd naar de dag van de Portugese Anjerrevolutie. Ten tijde van de dictatuur heette ze nog gewoon de Brug over de rivier de Taag, toen begon op de andere oever de E4. Met geld van de Europese Gemeenschap wordt de reusachtige hangbrug – verboden voor voetgangers, fietsers, koeien en handkarren – gerenoveerd.

Voorlopig maken de banden nog een huilend geluid over de metalen wegroosters. Aan de overkant staat Christus Koning, zijn armen horizontaal gespreid als een politieagent. `Stop', zegt het honderd meter hoge beeld, `het is volbracht.'