Celstraffen voor zes Koerden

Zes Koerden die in februari van dit jaar betrokken waren bij de bezetting van de Griekse residentie in Den Haag zijn gisteren door de Haagse rechtbank veroordeeld tot celstraffen van 12 tot 24 maanden, waarvan een half jaar voorwaardelijk.

Het openbaar ministerie had straffen tot drie jaar geëist. De rechtbank acht huisvredebreuk en medeplichtigheid aan een aanslag op een internationaal beschermd persoon bewezen. Tijdens de bezettingsactie, die ruim 24 uur duurde, werden de echtgenote van de Griekse ambassadeur, hun zoon en een Filippijnse huishoudster in de residentie gegijzeld.

Vier van de veroordeelden zijn op last van de rechtbank vorige week al vrijgelaten, toen duidelijk was dat hun straffen niet hoger zouden uitvallen dan de zes maanden dat ze in voorarrest hebben gezeten. De voorlopige hechtenis van een vijfde verdachte, die claimt dat zij tijdens de bezetting minderjarig was, werd al eerder omgezet in vreemdelingenbewaring.

De raadsman van de hoofdverdachte, M. Veldman, noemt het een ,,bespottelijke redenering'' dat zijn cliënt hoofdverdachte is omdat hij buiten de residentie optrad als bemiddelaar: ,,Dit schreeuwt om hoger beroep.'' De andere mannelijke verdachte is vorige week direct na de opheffing van zijn hechtenis aan Duitsland uitgeleverd, waar hij in voorarrest zit wegens een ander vermeend delict. Volgens de raadsman van een van de vier vrouwelijke Koerdische verdachten, A. Baumgarten, komt deze man het meest in aanmerking voor het predikaat `hoofdverdachte'. Hij noemt het ,,frappant dat de rechtbank juist hem heeft laten gaan.''

Tijdens het proces benadrukten de raadslieden dat hun cliënten een vrije aftocht was beloofd om aan de bezetting een einde te maken. De rechtbank concludeert nu dat het OM mede verantwoordelijk is geweest voor de verwarring die is ontstaan over een vrijgeleide. Politie en justitie hebben dergelijke toezeggingen steeds ontkend. Volgens de Duitse Europarlementariër J. Sakellariou, die tijdens de bezetting naar Den Haag kwam om te bemiddelen, zijn dergelijke beloften wel gedaan. De rechtbank acht zijn verklaring geloofwaardig.