Bescheiden helden in brons

Tweede generatie Haagse School, zo zou je Charles van Wijk (1875-1917) kunnen typeren, met het grote verschil natuurlijk dat hij geen schilder was maar een beeldhouwer. Aan deze relatief onbekende meester is nu in het Katwijks Museum een aardig overzicht gewijd. Niet zo'n gekke plaats, als je bedenkt dat Van Wijk hier aan het begin van deze eeuw zomerslang aan zee kwam werken en de grootouders van vele Katwijkers van nu, in klei – of liever gezegd in brons – heeft vereeuwigd: we zien Marretje, Krijntje, Hille en allerlei andere visserskinderen en hun zorgelijke ouders bij hun dagelijkse bezigheden. Net als bijvoorbeeld Anton Mauve of B.J. Blommers gaf Van Wijk een afgewogen impressie van het leven om hem heen. De figuren zijn ingetogen en verdiept in hun werk en staan eerder naast dan op hun voetstuk. Als het helden zijn dan zijn het wel heel bescheiden helden.

Op de tentoonstelling laten schilderijen van Willem Maris, Blommers, H.W. Mesdag, de schapenschilder F.P. ter Meulen, H.J. van der Weele en minder bekende tijdgenoten als Martinus Schildt zien hoe mooi de beelden van Charles van Wijk in die overgangsfase van de Nederlandse kunst passen: hij stond op de drempel van het impressionisme, van het modernisme zelfs, maar bleef tegelijkertijd met twee benen stevig in de realiteit.

Over Van Wijks productie, bijvoorbeeld over oplagecijfers en verkoopprijzen, is blijkbaar weinig bekend. Wel bestaan er leuke bronnen aangaande zijn werkwijze. Van Wijk, die zelf nogal bescheiden scheen te zijn, was bevriend met de zeer extraverte schilder/illustrator Willy Sluiter. Deze schetste de beeldhouwer bij zijn werk en liet zich herhaaldelijk samen met hem fotograferen, bijvoorbeeld terwijl Van Wijk buiten, met een sigaar in de mond, stond te kleien naast een berg haringtonnen. Op een van Sluiters schetsen zien we de frêle Van Wijk op een kruiwagen een beeld voortduwen over een karrenspoor. Volgens het onderschrift is hij op weg naar een locatie in Nunspeet waar hij boeren en ossen `naar de natuur' placht te kneden.

Charles van Wijk maakte niet alleen plastieken voor de huiskamer maar kreeg nu en dan ook grotere opdrachten. Om een van zijn mooiste monumenten, het grafmonument voor de schilder B.J. Blommers met de schitterende huilende vissersvrouw in het echt te zien, moet men uiteraard naar begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Maar de monumentale en loodzware marmeren buste van de machtige Mesdag – die 98 jaar niet van zijn plaats in de hal van het Schilderkunstig Genootschap Pulchri Studio in Den Haag is weggeweest – is voor de gelegenheid wel naar Katwijk overgebracht. Hij onderstreept de plaats van Charles van Wijk in de brede gelederen van de Haagse School. Ook letterlijk behoorde deze hier tot de tweede generatie: Hij was getrouwd met de dochter van een van de kopstukken, Jacob Maris. Dat verklaart veel over het milieu waarin Van Wijk verkeerde en waarin hij zijn werk kon maken en kon verkopen.

Tentoonstelling: Charles van Wijk 1875-1917, t/m 25 sept. in het Katwijks Museum, Voorstraat 46, Katwijk. Inl. (071)4013047, di. t/m za. 10-17u. Cat. fl. 39,50.