Zelfstandige staat

In NRC Handelsblad van 14 augustus las ik het hoofdredactionele commentaar over zelfstandige bestuursorganen en agentschappen. Ik denk dat terecht de vraag wordt opgeworpen of de nadelen van delegeren van executieve overheidstaken aan op afstand van diezelfde overheid geplaatste organen niet groter zijn dan de voordelen, zeker als daarbij gedacht wordt aan ministeriële bevoegdheid en democratische (parlementaire) controle. Zeker gezien de voorbeelden die u aanhaalt, is het de vraag of de politiek – alvorens tot verzelfstandiging over te gaan – voor zichzelf de vraag beantwoordt of de overheid een taak heeft uit te voeren en zo ja, of daarvoor ministeriële verantwoordelijkheid in volle omvang noodzakelijk is. Vervolgens is de wijze waarop verzelfstandigd wordt bepalend voor de mate waarin invulling wordt gegeven aan begrippen als: rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, politieke legitimatie en de mate waarin de overheid dienend is. Tegen deze achtergrond lijkt u in uw commentaar bij twee veronderstellingen de plank mis te slaan:

Ten eerste: gemakshalve wordt ervan uitgegaan dat verzelfstandigen op dezelfde wijze worden uitgevoerd en dat dus alle zelfstandige bestuursorganen hetzelfde zijn in termen van delegatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Niets is minder waar. Er zijn voorbeelden, zoals in uw commentaar aangehaald, waar de verzelfstandiging slecht is uitgevoerd. Maar een slechte uitvoering wil nog niet zeggen dat het idee op zich slecht is. Er zijn ook voorbeelden waar verzelfstandiging juist veel licht heeft geschapen in een mistige aansturingsrelatie.

Ten tweede: impliciet lijkt u ervan uit te gaan dat de aansluiting en controle van een klassiek ambtelijke organisatie beter zijn dan die van een verzelfstandigde organisatie. Ook dit is beslist niet in alle gevallen juist. De kennis en ervaring die ik heb van zowel het bedrijfsleven, ambtelijke organisaties, agentschappen en zelfstandige bestuursorganen, duiden juist op de mogelijkheid om in een verzelfstandigde organisatie een zeer transparante relatie aan te brengen tussen bestuur, beleid en uitvoering. Aan de zijde van het departement is er helderheid over wat mijn zelfstandig bestuursorgaan voor de verstrekte publieke middelen zal presteren en worden jaarverslag, jaarrekening en onderliggende stukken onderworpen aan departementale en parlementaire controles, zoals die zijn vastgelegd in onze verzelfstandigingswet.

Ten slotte kan ik mij niet onttrekken aan de gedachte dat de discussie over het openbaar bestuur die ,,met veel sense of urgency moet worden aangepakt'' verborgen zal blijven achter een schijndiscussie over enkel verschijningsvormen van het hedendaagse openbaar bestuur. De discussie over verzelfstandiging van overheidstaken zal dan gebruikt worden als rookgordijn om de werkelijke kwestie van de invulling van politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden niet te hoeven voeren.