`Thuiszorg gebruikt premies voor commerciële activiteiten'

De Economische Controledient onderzocht de gang van zaken in de thuiszorg. De premies dienen allerlei doelen.

Thuiszorgorganisaties gebruiken collectief premiegeld voor de financiering van `commerciële' activiteiten. Ze dekken er de tekorten mee en rekenen geen rente over de leningen die ze aan gelieerde, `commerciële' organisaties verstrekken.

Dit blijkt uit het onderzoek dat de Economische Controledienst (ECD) afgelopen maanden heeft gedaan naar de gang van zaken bij zes thuiszorgorganisaties. Het rapport van de ECD, `Van kruiszorg tot thuiszorg', is gisteren door staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn), die opdracht tot het onderzoek had gegeven, naar de Tweede Kamer gezonden.

Aanleiding voor het onderzoek vormde publiciteit over vermeende malversaties en belangenverstrengeling bij de Pantheongroep in Zwolle. Het onderzoek van de ECD daarnaar maakte al eerder duidelijk dat daar geen sprake van was, maar wel dat er op organisatie, toezicht en administratie veel is aan te merken. De zes organisaties (waaronder de Pantheongroep) waar de ECD het onderzoek onder uitvoerde, hebben een gezamenlijke omzet van vijfhonderd miljoen gulden per jaar.

Volgens de ECD laat de administratie in de thuiszorg veel te wensen over. Dit geldt met name voor de verantwoording van de verschillende geldstromen binnen de organisatie. Daardoor is met name de verantwoording van het collectieve deel van het geld (dat afkomstig is uit het fonds van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) onhelder. De ECD constateert dat verliezen die de organisatie maakt op `commerciële' activiteiten van dochterondernemingen, worden afgewenteld op het AWBZ-vermogen. En dat is verboden. ,,Het bezoek van de ECD leidde er in sommige gevallen toe dat `spontaan' een correctie in de administratie werd toegepast'', schrijft de ECD.

Overigens gelooft de ECD niet dat het geld van de AWBZ rechtstreeks wordt gebruikt voor andere activiteiten dan die waarop klanten volgens de wet recht hebben. Maar volgens de dienst gebruiken de organisaties in de thuiszorg geld uit de collectieve pot wel voor deelname aan andere bedrijven of voor het verstrekken van renteloze leningen aan dochterondernemingen die aanvullende diensten leveren. Vaak worden die leningen verstrekt zonder dat daar zekerheden tegenover staan, zodat het gevaar bestaat dat het geld weg is als dat bedrijf failliet gaat. Het gaat dan om bedrijven die maaltijden leveren, voor het onderhoud van de tuin zorgen, thuis komen kappen of alarminstallaties leveren.

Ook zijn er dochterondernemingen die personeel voor de thuiszorg leveren. Daarvoor berekenen ze wel een toeslag. Als die dochters niet zelf in de behoefte kunnen voorzien, huren ze elders personeel. Daarvoor moet de thuiszorg dan twee keer een opslag betalen. Volgens de ECD is dit één keer te veel.

De ECD, die vindt dat het toezicht door de regionale zorgkantoren op de thuiszorg veel scherper moet worden, heeft ook kritiek op de rol van de Commissie voor Zorgverzekeringen (de vroegere Ziekenfondsraad). Ook die had veel alerter moeten controleren en bovendien moeten ingrijpen toen tot voor kort de organisaties veel te grote voorschotten kregen. Ook over de besteding van de reserves waarover de thuiszorg beschikt (zeker zo'n 225 miljoen gulden) bestaat nog steeds veel onduidelijkheid, aldus de ECD. Onder de onderzochte organisaties zijn er die dat geld hebben belegd in aandelen. ,,Een risicovolle belegging dus'', zo menen de controleurs.

In haar brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Vliegenthart dat de bevindingen van de ECD de juistheid van de al aangekondigde scherpere controle nog eens bevestigen. In mei maakte zij al bekend dat ze de regionale zorgkantoren wil belasten met een scherper toezicht op de gang van zaken bij de thuiszorg. Deze door verzekeraars bemande kantoren moeten er niet alleen voor zorgen dat de thuiszorg de afgesproken hoeveelheid en soort hulp levert, maar ook gaan letten op de organisatie en (financiële) bedrijfsvoering van de leveranciers.