Solo-advocaat komt in het geweer

De handtekening van twee advocaten moet fraude bij financiële transacties voorkomen. Eenmanskantoren zien daar niets in en richtten een actiegroep op.

,,Ik ken twee collega's die voor veel geld een stichting hebben opgericht om elkaar meteen daarna plechtig te beloven er nooit gebruik van te maken. Dat is toch te gek voor woorden.'' De Wassenaarse advocaat mr. O.C. Bondam vertolkt de boosheid van honderden collega's over de `boekhoudverordening 1998', die vanaf 1 juni dit jaar advocaten verplicht er een stichting op na te houden. Tot de verordening werd vorig jaar besloten door het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Die stichting gaat de bank- of girorekening beheren waarop zogeheten `derden-gelden' moeten worden gestort. Dat is geld afkomstig van bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij of de `tegenpartij', bestemd voor de cliënt van de advocaat. Om te voorkomen dat de advocaat ermee fraudeert moet het geld naar de rekening van de stichting, waarna het kan worden overgemaakt naar de cliënt. ,,Zo'n stichting is op zich zelf helemaal zo gek nog niet'', zegt Bondam, die er op wijst dat door een nieuwe wet notarissen dergelijke stichtingen juist moeten opdoeken. ,,Ik heb er zelf ook één en zo kun je heel overzichtelijk geldstromen gescheiden houden. Maar de verordening verplicht bij het overmaken van dat geld ook een tweede handtekening van een andere advocaat, die deel uitmaakt van het stichtingsbestuur. Dat is voor advocaten op grote kantoren geen probleem, die lopen even de gang op naar een confrère. Maar voor `alleenzitters' wel. Die moeten om de haverklap op pad voor een handtekening. En als je mede-bestuurder een week of vier op vakantie is heb je dus een ernstig probleem. Probeer je klant maar eens uit te leggen dat het geld er wel is, maar dat je het voorlopig niet kunt overmaken.''

De boze `alleenzitters' hebben zich deze zomer verenigd in de Belangenvereniging van Ondernemende Advocaten (BOA), die een gevreesde club zou kunnen worden gegeven het feit dat Nederland 1.296 alleenzitters telt en nog eens 1.057 kantoren met twee tot vijf advocaten. De BOA werd opgericht nadat een aantal advocaten vruchteloos had geprobeerd de verordening door de Kroon te laten vernietigen, omdat die het volgens de vereniging beginnende advocaten onnodig moeilijk maakt en grote kantoren relatief bevoordeelt.

Het ministerie van Justitie voelt echter niets voor schorsing of vernietiging van de verordening, zo blijkt uit een brief die Bondam dit voorjaar kreeg. De verordening is er om de cliënt van de advocaat te beschermen, stelt het departement. En daar is gerede aanleiding toe want, zo schrijft het departement, ,,er hebben zich in de afgelopen jaren verschillende schrijnende gevallen voorgedaan van faillissementen van advocaten, waarbij cliënten gedupeerd zijn.'' Bovendien wijst Justitie er op dat er de laatste vijf jaar zeventien gevallen van onregelmatigheden bij advocaten zijn geweest, waarvan 99 cliënten het slachtoffer werden. De totale schade beliep daarbij, volgens de brief, ten minste 2,8 miljoen gulden.

,,Dat lijkt heel veel,'' zegt Bondam, ,,en voor de gedupeerden is het natuurlijk ook heel ernstig, maar als je het omrekent komt het neer op 58 gulden per advocaat per jaar. Daarvoor lijkt me zo'n ingrijpende verordening niet nodig. En als een frauduleuze advocaat een kompaan zoekt met dezelfde intenties die dan samen een stichtingsbestuur vormen, is het frauderen dus nog altijd niet uitgesloten. Dan is er over vijf jaar weer gewoon een bedrag van 2,8 miljoen gulden zoek.''

En volgens de Haarlemse advocaat mr. F.J. van Velsen gaat het in dezen uitsluitend om frauduleuze advocaten en niet om déconfitures, zoals het ministerie veronderstelt. In een artikel in het Advocatenblad stelt hij dat derden-geld vanzelfsprekend moet worden gestort op een rekening die `faillissements-proof' is. Maar als een advocaat failliet gaat moet het volgens hem wel om fraude gaan: ,,De advocaat handelt niet in bederfelijke waar of goederen die achteraf onverkoopbaar blijken te zijn. Hij is een persoonlijk dienstverlener en daarmee is het vrijwel onmogelijk dat hij door moreel aanvaardbare oorzaken bankroet gaat. Hij kan eigenlijk niet failliet, tenzij hij geld dat hij niet heeft verdiend (en dat dus van anderen is) uitgeeft. Dat geldt al helemaal in ons vak waarin er altijd werk is en waarin conjunctuurinvloeden nauwelijks een rol blijken te spelen,'' aldus Van Velsen. Volgens hem is een verplichte stichtingsconstructie voldoende, zodat het derden-geld buiten het vermogen van de advocaat blijft en voorts dient de advocaat daar ,,met zijn tengels van af te blijven''.

Volgens Bondam kleven aan de boekhoudverordeningen ook bezwaren op grond van de mededinging. Kleine kantoren worden in hun concurrentie benadeeld. Bondam heeft dus al een klacht neergelegd bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Maar ook op het punt van de privacy voorziet hij problemen. ,,Als ik voor een handtekening naar mijn mede-stichtingsbestuurder stap om geld over te kunnen maken naar cliënt, mag hij inzage eisen in het dossier. Dat kan natuurlijk niet.'' Wat Bondam bij dat alles ook buitengewoon hoog zit is de aansprakelijkheid. ,,Als je voor een collega tekent, kun je ook aansprakelijk worden gesteld als er iets mis gaat.''

Volgens Bondam en Van Velsen is er maar één adquaat antwoord: een waarborgfonds dat in dergelijke gevallen uitkeert. Zouden alle leden van de Orde nu honderd gulden storten dan beschikt het fonds meteen al over een miljoen gulden.