Schoongespoeld op Vlieland

Een licht gevoel van teleurstelling overviel me toen ik na het eerste verhaal van zo'n veertig bladzijden in Vonne van der Meers Eilandgasten in de gaten kreeg dat ik geen roman (zoals op de cover staat), maar een verhalenbundel in handen had. Niet dat Van der Meers korte verhalen te versmaden zijn, maar de personages met wie we in in het begin van de bundel kennismaken, zijn zo intrigerend, zo overtuigend neergezet dat ik meer van ze wil weten. Ze zijn, anders gezegd, een roman waard.

Dit eerste verhaal correspondeert met `Eilandliefde' uit Van der Meers bundel Nachtgoed (1993), waarin een vrouw tijdens een kort verblijf op een Waddeneiland op originele wijze genoegdoening vindt voor het overspel van haar echtgenoot. In Eilandgasten bevindt een bedrogen echtgenote zich eveneens op een Waddeneiland, in een gehuurd zomerhuisje op Vlieland met de naam Duinroos, maar dit keer vergezeld van man en kind. Dana weet sinds kort dat haar man Chiel tijdens een congres in Berlijn een nacht heeft doorgebracht met zijn tolk en ze probeert te achterhalen waarom ze daar zo kapot van is. Om haar te troosten heeft Chiel voor een week Duinroos gehuurd, maar eigenlijk, zo wordt al bij hun aankomst op Vlieland duidelijk, is hij er sinds zijn misstap beroerder aan toe dan zijn vrouw. Zijn probleem is dat hij te veel zijn best doet om iets ongedaan te maken wat niet ongedaan te maken valt. `Maar hij kon niet anders, zijn best doen was tegenwoordig zijn tweede natuur.'

Veel gebeurt er niet tijdens hun week op Vlieland. Via flash backs wordt opgehelderd wat zich in Berlijn heeft afgespeeld, wat dit teweeg heeft gebracht in de relatie tussen Dana en Chiel en hoe zij – elk afzonderlijk – deze schending van hun afspraak (`niemand anders dan jij') verwerken. Chiel betreurt vooral dat hij Dana's argeloosheid heeft weggenomen; zij ergert zich het meest aan zichzelf. Ze wil dat het `kleinzielige gezeur' in haar hoofd ophoudt, dat ze niets anders meer hoort dan het geruis van de zee. `Ze luisterde tot het was alsof zij zelf zo ruiste, alsof ze een aangespoelde schelp was, of de zee.' Uiteindelijk helpt het wel iets, dat luisteren naar de zee, dat inwendig schoonspoelen, maar wat hardnekkig blijft kleven is het besef dat er in hun liefdesrelatie een ongelijkwaardigheid geslopen is.

`Vroeger deden wij niet voor elkaar onder, waren wij aan elkaar gewaagd, maar sinds die verhouding vond ik hem gelijker geworden', denkt de vrouw in het eerdergenoemde `Eilandliefde'. In het verhaal over Dana en Chiel slaat de balans naar de andere kant door: Chiels voortdurende pogingen tot Wiedergutmachung en zijn irritante nederigheid geven Dana een macht die ze niet wil. Er moet – daar draait het in alle volgende verhalen in Eilandgasten ook om – een evenwicht worden hersteld, waar Vlieland zich uitstekend voor leent. Wie in Duinroos vertoeft, komt er achter dat het wel goed komt, ooit, door de tijd die alle wonden heelt, `de tijd, de wind en het zout'.

Vonne van der Meer heeft de verhalen in deze bundel door middel van een kunstgreep tot een roman willen samenvoegen. Telkens verschijnt een nondescripte schoonmaakster van Duinroos. In korte stukjes, die zich onderscheiden van de eigenlijke vertellingen doordat ze zijn gemarkeerd met een getekende zeester, ordent deze huisbewaarster niet alleen de inboedel van het zomerhuisje, maar ook de veronderstelde avonturen en gemoedstoestanden van de gasten die het gedurende een seizoen herbergt. Sommige van hen schrijven na afloop van hun bezoek iets in het door haar klaargelegde gastenboek, anderen slepen schelpen of takjes naar het huisje en laten die achter. Omdat ze aan al die levenstekens niet genoeg heeft om zich een voorstelling van de tijdelijke bewoners te maken, houdt de schoonmaakster scherp in de gaten wat er in Duinroos gebeurt. Regelmatig fietst ze langs om naar binnen te gluren. `Soms zou ik willen', peinst ze, `dat ik dit huis niet alleen schoonhield, maar dat mijn armen de muren waren, mijn ogen de ramen. Dat ik kon zien en horen wat Duinroos meemaakt.'

Het is de schoonmaakster niet gegeven om mee te beleven wat zich in het vakantiehuis afspeelt, dus is het voorstelbaar dat ze op basis van het gastenboek, de achtergelaten voorwerpen en het gespied door de ramen, verhalen fantaseert over wat er gebeurd zou kunnen zijn, verhalen zoals in Eilandgasten zijn opgenomen, veronderstelde levensgeschiedenissen van willekeurige, raadselachtige passanten.

Dit procédé kan zich in ieders hoofd afspelen. Mijmeren, fantaseren over intrigerende onbekenden. Twee jongens, Walter en Tom en de mooie, enigszins androgyne Willemijn betrekken Duinroos. Wat is hun achtergrond? Wie heeft een relatie met wie, hoe liggen de verhoudingen? `Iemand die het drietal op de boot van Harlingen-Haven naar Vlieland gadesloeg, zou zonder aarzelen besluiten wie bij wie moest horen.' Daar klopt dan weinig van: Walter, van wie vermoed werd dat hij de minnaar van het meisje was, verlaat al snel het eiland. Na de vakantie licht het gastenboek een tipje van de sluier op: `In Duinroos werd een stille liefde, een grote liefde, Tom en Willemijn.' Alle reden om te speculeren over het aflopen van de verhouding tussen de narcistische Walter en het meisje. Op Vlieland kiest Willemijn, na een jarenlang platonisch gebleven concubinaat met Walter, voor een `normale' liefdesrelatie met huisvriend Tom, die net als zij kinderen wil.

Als dergelijke immer `goed aflopende' verzinsels over toevallige eilandgasten ontsproten zijn aan het brein van de schoonmaakster van Duinroos, dan moet dit wel een mierzoete karikatuur van een Libelle-lezende oude vrijster zijn, waar Vonne van der Meer op haar beurt een beetje de spot mee drijft. Anders dan in haar vroegere verhalen zijn de meeste personages in Eilandgasten namelijk in-braaf en volkomen voorspelbaar. Na allerlei verwikkelingen doen ze uiteindelijk allemaal precies wat de hoedster van Duinroos en van de daar geldende normen en waarden wil dat zij doen: het goede.

Zo is er een verhaal (eerder gepubliceerd in Tirade) over een zwanger meisje dat na veel getob toch geen abortus pleegt. Als tegenspeelster heeft ze een nogal ongeloofwaardige oudere vriendin die in Duinroos tot het inzicht komt dat ze spijt heeft van haar eigen abortus twintig jaar eerder. Vandaar dat ze het meisje niet kan adviseren haar kind te laten weghalen. Nog moralistischer is de geschiedenis van een weduwnaar die naar Vlieland komt om zelfmoord te plegen. Vanaf de eerste bladzijde is duidelijk hoe dit zal aflopen: het eiland geeft hem zijn levensvreugde terug, herstelt zijn evenwicht en geeft hem in dat hij – uit liefde voor zijn kinderen – niets onherstelbaars moet doen.

Overtuigend en tot in de details meesterlijk weergegeven is het drama van de bijna mislukte vakantie van een echtpaar en hun twee dochtertjes. Pa verpest de stemming uit frustatie over iets dat op zijn werk is voorgevallen. Hij gedraagt zich zo bot en egocentrisch dat zijn vrouw overweegt hem voorgoed te verlaten. Maar – god zij geloofd en geprezen – zover komt het niet, het evenwicht wordt op tijd hervonden. Eind goed, al goed. Achter de wolken schijnt altijd de zon. Halleluja. Maar Eilandgasten heeft een dubbele bodem. Vonne van der Meer is het niet die zulke slappe feel-good verhalen opdient, maar (vermoedelijk) de naïef-romantische schoonmaakster, de tragische hoofdpersoon van wat dan alsnog werkelijk een roman blijkt te zijn: de roman van een eenzame Vlielandse die haar saaie huishoudelijke baantje compenseert met dagdromen over exemplarische voorbijgangers.

Dat haar moralistische fantasieën geen banale traktaatjes zijn geworden, is vervolgens te danken aan het schrijverschap van Vonne van der Meer, die met haar wondermooie pen, haar compositorische vernuft en haar sublieme observaties zelfs de onbeduidendste personages of voorvalletjes glans en diepte weet te verlenen.

Vonne van der Meer: Eilandgasten,

Contact, 205 blz. ƒ34,90