Samuel Huntington, The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order, 1996

Wat zijn de contouren van de nieuwe tijd? Na het einde van de Koude Oorlog overheerste aanvankelijk een groot optimisme. Er was sprake van een `vredesdividend', bijvoorbeeld in Zuid-Afrika waar de blanke overheersers zonder gewelddadig verzet hun machtspositie opgaven. Ook zou de Europese natie-staat, zo was de verwachting, harmonieus opgaan in het vreedzame samenwerkingsverband van een federale unie. De triomf van de democratie werd door Fukuyama zelfs als een aankondiging gezien dat de geschiedenis ten einde liep. Zijn euforische conclusie, waarin de loop der historie het stempel kreeg van de overmoed die elke overwinnaar van een gewonnen slag schijnt te moeten belasten, verkeerde al snel in ontnuchtering.

Met de bezetting van Koeweit door Irak begon in 1990 de oorlog in de Golf die op beperkte schaal nog steeds voortduurt. In 1991 brak in Joegoslavië de strijd uit die acht jaar later bevroren lijkt in een voorlopige wapenstilstand. Vooral de etnisch-religieuze strekking van het conflict in Bosnië inspireerde Samuel Huntington in 1993 tot het schrijven van een in Foreign Affairs verschenen artikel, `The Clash of Civilizations'. De belangrijkste stelling van zijn drie jaar later onder dezelfde titel verschenen boek luidt dat de strijd tussen de ideologieën na de val van het communisme plaats heeft gemaakt voor de botsing tussen beschavingen.

Wat is een beschaving? Het vage antwoord dat de schrijver noodgedwongen op deze vraag geeft heeft hem vele berispingen opgeleverd. Hij geeft toe dat dit in zijn ogen essentiële begrip een meervoudig karakter heeft. Het kan verwijzen naar een gemeenschappelijke religie, maar ook naar taalverwantschap, etnische verbondenheid of een gedeeld nationaal verleden. Hij onderscheidt zeven `civilisaties': de Chinees-Confuciaanse, de Japanse, de hindoestaanse, de Latijns-Amerikaanse, de Afrikaanse (met vraagteken), de islamitische en de westerse. De zaak wordt er niet overzichtelijker op als hij later in zijn boek ook nog spreekt van een `Aziatische' beschaving. De strijd die op dit moment volgens Huntington woedt, gaat vooral tussen dit Azië en de islamitische wereld enerzijds (hoewel deze twee – nog – niet samen optrekken) en aan de andere kant de westerse civilisatie die in de eerste plaats bestaat uit de Verenigde Staten en de landen van de Europese Unie.

Vooral het conflict tussen de islamitische wereld en een westerse beschaving die haar samenhang dankt aan een combinatie van technologische ontwikkeling, organisatorisch vermogen en respect voor individuele vrijheid, ontwikkelt zich volgens Huntington op verschillende fronten. Hij noemt de principieel-moreel belangrijke affaire-Rushdie en het conflict in de Golf, hoewel enkele Arabisch-islamitische staten in dat geschil de kant van het Westen kozen: maar dat gebeurde volgens Huntington contrecoeur. De in 1992 begonnen oorlog in Bosnië was volgens hem een voorlopig hoogtepunt in het westers-islamitische conflict.

In Serajevo, het belaagde centrum van het moslimverzet, had Huntington met eigen ogen de vlaggen van de islamistisch georiënteerde staten Turkije en Saoedi-Arabië zien wapperen, in zijn ogen een zichtbaar bewijs dat dit conflict door religieus-culturele tegenstellingen werd gedomineerd. In 1995, kort voordat hij zijn boek afrondde, kwam deze oorlog echter tot een voorlopig einde dankzij een gewapende interventie van het Westen ten gunste van de moslims (een patroon dat zich vier jaar later in Kosovo herhaalde). Huntington moet zich in moeilijk volgbare bochten wringen om deze afloop te kunnen verklaren: de NAVO koos volgens hem de kant van de islamitische Bosniërs om te voorkomen dat zij in de klauwen zouden vallen van geestverwante staten die probeerden op de Balkan invloed te winnen ten koste van het Westen.

Ook deze geforceerde poging om de werkelijkheid in het keurslijf van zijn paradigma te persen heeft veel kritiek uitgelokt. Alle bezwaren die tegen The Clash of Civizations kunnen worden aangevoerd (het zijn er heel wat) nemen echter niet weg dat Huntington als geen ander een hoofdzaak van de nieuwe internationale verhoudingen heeft doorzien. Evenals Fukuyama onderkent hij dat de opmars van democratie, markteconomie en informatietechnologie een homogeniserende werking heeft. De wereld begint vooral in economisch-consumptief opzicht overal verwante trekken te vertonen, zoals blijkt uit de universele populariteit van spijkerconfectie, Windows, CNN, McDonald's, etc. Maar tegelijkertijd, zo schrijft Huntington, heeft deze integrerende mondialisering het gevolg dat mensen, naties en beschavingen steeds meer de behoefte voelen zich van elkaar te onderscheiden door terug te grijpen op oude gewoontes en vertrouwde identiteiten. Die ontwikkeling wordt nog eens versterkt doordat met het verdwijnen van de ideologische tegenstellingen een vertrouwd kompas om in een onoverzichtelijk wereld de weg te blijven vinden verloren is gegaan. In het stuurloze universum van een in hoog tempo doordenderende en letterlijk grenzenloze consumptiesamenleving grijpt men naar het houvast van natie, religie, taalverwantschap, afstamming of een ander anker van collectieve identiteit.

`The politics of identity' is volgens Huntington de dominerende trend geworden in de internationale politieke verhoudingen van na de Koude Oorlog. Hij weerspreekt de begin jaren negentig populaire opvatting dat de groeiende integratie in Europa zou leiden tot het verdwijnen van de nationale staat. De natie blijft niet alleen belangrijk als het georganiseerde kader voor politiek bestuur, maar neemt volgens Huntington zelfs in betekenis toe als pijler van collectief bewustzijn. In Joegoslavië leidde die ontwikkeling tot uitbarstingen van etnische haat.

Maar ook in andere delen van Europa is de onderscheidingsdrang in opmars, al neemt zij daar een milder en beschaafder gedaante aan. Sinds The Clash of Civilization verscheen is in de Europese Unie de paradox zichtbaar dat een toenemende economische integratie hand in hand gaat met een groeiende behoefte aan politieke verscheidenheid. De monetaire unie heeft een uniformerende en egaliserende werking, maar tegelijkertijd is in de belangrijkste lidstaten Frankrijk en Duitsland een reactie op gang gekomen in de wens het nationale karakter weer meer aandacht en ruimte te geven. In Frankrijk was dit verlangen altijd al op de voorgrond gebleven, maar wie had enkele jaren geleden durven voorspellen dat Duitsland eind jaren negentig een kanselier zou hebben die openlijk pleitte voor een re-nationalisering van de buitenlandse politiek? Nadat het collectieve plechtanker van de D-Mark is opgegeven, groeit ook in dit land de neiging om in Europees verband de nationale identiteit op andere manieren gestalte te geven.

De critici hebben gelijk als ze Huntington verwijten dat The Clash of Civilizations, zoals een van hen het uitdrukte, `rich in soundbites and simplifications' is. De toenemende behoefte aan identificatie met het vertrouwde verband van natie, de etnische groep of religie wordt door Huntington versimpeld en uitvergroot tot proporties waarin we op mondiale schaal in een ook voor de welwillende lezer nauwelijks waar te nemen strijd tussen beschavingen zijn beland. Zijn boek is niettemin een van de belangrijkste politieke traktaten van de jaren negentig doordat het laat zien hoe de wereld van na de Koude Oorlog uit elkaar groeit naarmate ze meer bij elkaar komt. De ontwikkeling van de economie leidt tot een integratie die de behoefte aan politiek-culturele verscheidenheid en de kans op conflicten vergroot. De mondialisering van democratische waarden, economische markten en informatievoorziening is allerminst een garantie voor groeiende harmonie, maar versterkt indirect de fragmentatie en ontbinding die de moderne wereld kwetsbaar maken.

Samuel Huntington: The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order, Simon & Schuster, 367 blz.

ca. ƒ29,95 (pbk)